Risicobeheersing

Risicobeheersing is een integraal onderdeel van onze managementcyclus. Naast de dagelijkse sturing op en beheersing van risico’s die gepaard gaan met operationele uitvoering, is het beheersen van risico’s die voortvloeien uit de UWV-brede prioriteiten een expliciet onderdeel van onze planning- en controlcyclus. Hiervoor gebruiken we een aantal specifiek op risicomanagement geënte overleggen en instrumenten. Divisies en directies voeren periodiek assessments uit en nemen beheersmaatregelen om de risico’s weg te nemen, te beheersen of te reduceren. Daarnaast evalueren we de kritieke bedrijfsprocessen. De bevindingen worden meegenomen in de uitvoering; het effect van de genomen beheersmaatregelen volgen we in de maandrapportages.

Hieronder geven we een overzicht van de risico’s in relatie tot het UWV Jaarplan 2015. Daarnaast hebben wij actuele risico’s met betrekking tot de Wwz opgenomen.

Wet- en regelgeving
  • De ingrijpende wijzigingen als gevolg van wet- en regelgeving, in combinatie met de taakstellingen op het budget en de noodzaak om de stabiliteit van de ICT te verbeteren, beperken de ruimte voor andere wijzigingen in de organisatie. De afgelopen maanden stonden in het teken van het prioriteringsproces voor de projectportfolio 2016. Door de beperkte financiële middelen is er in 2016 relatief weinig ruimte voor innovatie van het ICT-landschap op de thema’s e-werken, e-dienstverlening en gegevenshuishouding. Eind december 2015 is de projectportfolio 2016 vastgesteld. Per thema wordt een applicatieroadmap uitgewerkt die voor de komende 2 jaar inzicht moet bieden in aard en volgorde van de uit te voeren projecten.

  • De nieuwe wijze van inkomstenverrekening en de gewijzigde betalingsdatum van WW-uitkeringen als gevolg van de Wwz kunnen een negatieve invloed hebben op de klanttevredenheid. Per 1 juli 2015 is de Wwz in werking getreden. Wij wijzen nieuwe WW’ers op allerlei manieren op de nieuwe regels. De verwerking van de inkomstenopgaven verloopt over het algemeen goed. Door een grote verstoring in de Mijn UWV-omgeving begin december konden klanten hun inkomsten niet doorgeven. Toch hebben we ervoor gezorgd dat vrijwel alle WW’ers op 14 december hun uitkering hadden ontvangen. De tevredenheid van WW’ers is afgenomen; dit heeft een nadelig effect op het algehele klanttevredenheidscijfer. Aandachtspunt blijft dat het structurele budget van UWV voor projecten (€ 50 miljoen) onvoldoende is om te werken aan zowel de continuïteit en stabiliteit van de ICT-systemen als aan het doorontwikkelen van functionaliteiten die vooral voor de klant van belang zijn.

  • UWV voert sinds 1 juli 2015 de Beoordeling arbeidsvermogen uit. Doordat ook een expliciete claimbeoordeling Wajong 2015 kan worden aangevraagd, bestaat het risico van dubbele beoordelingen. Per 1 juli heeft UWV een nieuw aanvraagproces geïmplementeerd voor de beoordeling van het arbeidsvermogen. Zowel burgers als gemeenten kunnen nu een aanvraag doen. Het idee is dat de burger via 1 aanvraag 1 keer voor alle doeleinden beoordeeld wordt op zijn arbeidsvermogen. Aan het begin van het proces bepalen we met een multidisciplinaire intake de claimbeoordelingsroute: Wajong 2015 of indicatiestelling banenafspraak. Dit selectieproces is niet 100% perfect en kan leiden tot dubbele beoordelingen. Daarnaast hebben burgers het wettelijk recht om expliciet een claimbeoordeling Wajong 2015 aan te vragen. Ook dat kan leiden tot dubbele beoordelingen.

Strategie
  • UWVmoet de komende jaren doordat contracten aflopen een aantal grote aanbestedingen doen. Dit brengt grote risico’s met zich mee voor de continuïteit van de bedrijfsvoering en daarmee ook het gevaar van budgetoverschrijding of onrechtmatige inkoop. Bij aanbestedingen staat de continuïteit van de dienstverlening voorop. Om deze niet in gevaar te brengen, is bij wisseling van leverancier vaak een forse transitieperiode nodig, met name bij aanbestedingen die primaire processen en systemen raken. Naast forse implementatiekosten is er dan sprake van langdurige dubbele kosten gedurende de transitieperiode (voor zowel de oude als de nieuwe leverancier). Bij de aanbestedingen zal daarom steeds op strategisch niveau een afweging moeten worden gemaakt tussen het beperken van de onrechtmatigheid en aanzienlijke transitiekosten óf hogere onrechtmatigheid en lagere kosten. Hierover spreken we regelmatig met het ministerie van SZW.

Financiële positie
  • UWV moet voor de periode 2016‒2018 een besparing realiseren van € 88 miljoen. Hiervoor werken we aan een sluitende set maatregelen met het ministerie van SZW. Inmiddels zijn verschillende maatregelen vanwege nieuwe politieke of beleidsmatige inzichten komen te vervallen. Daardoor is er sprake van een dekkingstekort voor de taakstelling. Met het ministerie is overeengekomen om de invulling van het dekkingstekort op de taakstelling ook te bekijken in relatie tot een aantal andere lopende financiële dossiers. Begin december 2015 is het beleidsplan Meerjarige financiële ontwikkelingen 2016–2021 aan het ministerie van SZW aangeboden. Doelstelling is in maart 2016 een gezamenlijk gedragen set aan maatregelen gereed te hebben die het kabinet kan gebruiken bij de voorjaarsbesluitvorming.

Operationele activiteiten
  • Voor klanten met een arbeidsongeschiktheidsuitkering is slechts in beperkte mate dienstverlening beschikbaar bij het vinden van werk. Dit heeft een negatieve invloed op de klanttevredenheid. De meting van de klanttevredenheid eind 2015 laat zien dat de algehele klanttevredenheid van uitkeringsgerechtigden licht is gedaald: van 7,0 naar 6,9. Dit komt onder meer door de relatief lage klanttevredenheid van WGA’ers en Wajongers die volgens UWV mogelijkheden hebben om gedeeltelijk te werken en dat vaak zelf ook willen. Voor hen is echter slechts in beperkte mate dienstverlening beschikbaar bij het vinden van werk. Dit leidt tot teleurstelling in de mogelijkheden die UWV hun daarbij biedt. Binnen de beperkte mogelijkheden die we hebben, proberen we middelen vrij te maken om ons te kunnen inzetten voor deze doelgroep.

  • De online dienstverlening sluit soms niet goed aan op de klantverwachtingen, waardoor de klanttevredenheid onder druk komt te staan. Klanten die moeite hebben met het online kanaal, laten we wennen aan onze online dienstverlening en ondersteunen we bij het gebruik ervan. Klanten die in het geheel niet kunnen omgaan met of geen toegang hebben tot onze online dienstverlening, bieden we alternatieve dienstverlening. Voor beide groepen klanten blijven deze vormen van ondersteuning ook in 2016 beschikbaar.

  • Door de toegenomen digitalisering en automatisering van onze uitvoering zijn een veilige digitale infrastructuur en veilige voorzieningen van groot belang. De digitalisering heeft bij UWV een grote vlucht genomen. Het beveiligingsniveau van DigiD, waarmee burgers zich digitaal kunnen identificeren, voldoet steeds minder. Het eID-stelsel lijkt hiervoor op de langere termijn perspectief te bieden. Ook het identificatiesysteem voor werkgevers voldoet niet volledig aan de gestelde eisen. Voor werkgevers zal e-herkenning in de toekomst een voor UWV afdoende wijze van identificatie kunnen bieden. Wij zijn betrokken bij de ontwikkeling van beide stelsels. UWV heeft zich gecommitteerd om eind 2015 te voldoen aan de Baseline Informatiebeveiliging Rijksdienst (BIR). De implementatie van de BIR-maatregelen vindt plaats op basis van de bijdrage die ze leveren aan het reduceren van de belangrijkste risico’s voor UWV.

  • Door de digitalisering en automatisering van onze uitvoering is ook onze afhankelijkheid van ICT-systemen en van de externe leveranciers van die systemen groot. We hebben multifunctionele teams opgezet om gerichter en effectiever te communiceren met applicatieleveranciers over met name de stabiliteit en de performance. Verder heeft de invoering van functiepuntenanalyse (FPA) geleid tot een betere (financiële) sturing van leveranciers op het gebied van beheer en ontwikkeling van applicaties. Bij minicompetities nemen we in de nieuwe contracten exitregelingen op in geval van onvoldoende presteren van de leverancier.

  • Sociale partners hebben afgesproken de komende jaren een groot aantal mensen met een arbeidsbeperking aan een baan te helpen. Risico is dat de voor de doelgroep beschikbaar gestelde banen onvoldoende aansluiten bij de mogelijkheden van de doelgroep. Onze doelgroep zijn Wajongers (oWajong en nWajong) met arbeidsvermogen. Voor hen zijn vaak speciaal gecreëerde functies nodig, en vrijwel altijd ondersteunende middelen en/of begeleiding op de werkvloer. Met de extra middelen die we hebben gekregen, hebben we het arbeidspotentieel in de oWajong beter in beeld gebracht en de match tussen vraag en aanbod verbeterd. Hierdoor sluiten de beschikbaar gestelde banen meer aan op de mogelijkheden van de doelgroep. De maatregelen worden in 2016 voortgezet.

  • Doordat moeilijk te voorspellen was hoeveel aanvragen voor een Beoordeling arbeidsvermogen we zouden ontvangen, is er onzekerheid over de benodigde capaciteit aan verzekeringsartsen. Om te kunnen voldoen aan de verwachte capaciteitsbehoefte werken wij met een capaciteitsprognosemodel. We houden de capaciteit op peil door (basis)artsen en arbeidsdeskundigen (in opleiding) te werven, door het werk anders te organiseren zodat de productiviteit hoger wordt, en door werk en medewerkers tussen de districten uit te wisselen. Om de beperktere productiviteit van nieuw geworven verzekeringsartsen tijdens hun opleidingsperiode te kunnen compenseren, hebben we van het ministerie van SZW extra budget gekregen. Daarnaast bespreken we met het ministerie hoe de capaciteit meerjarig geborgd kan worden.