Rechtmatigheid aanbestedingen

UWV hanteert de regels van de Aanbestedingswet 2012. Afwijkingen van deze regels worden gemotiveerd voorgelegd aan de raad van bestuur. Deze verleent een akkoord als de afwijking noodzakelijk is voor een ongestoorde dienstverlening aan de klant. Want die staat voor UWV voorop. Soms levert een te strikte keuze voor rechtmatigheid forse risico’s op in financieel opzicht en voor de continuïteit van onze dienstverlening aan de klant. Dan nemen we bewust het besluit om geen nieuwe aanbesteding te starten, of om daar langer de tijd voor te nemen om zo een zorgvuldige overgang naar een nieuwe leverancier te borgen. Zo hebben we de komende jaren te maken met een aantal grote aanbestedingen, zoals die voor een nieuw rekencentrum, voor nieuwe applicatieleveranciers (voor online dienstverlening) en voor backoffice-applicaties. Aanbestedingen voor het ICT-landschap en de daaruit voortkomende migratietrajecten leggen een zeer grote druk op de verandercapaciteit van UWV. We kiezen er daarom voor aanbestedingen te doen op momenten die logisch samenhangen met de verdere ontwikkeling van applicaties binnen ons ICT-landschap. Op deze wijze leveren aanbestedingen een strategische bijdrage aan de langetermijncontinuïteit en stabiliteit van onze dienstverlening, en voorkomen we kapitaalvernietiging en capaciteitsverspilling door migraties die louter zijn ingegeven door aflopende contracten. We zijn met het ministerie van SZW in gesprek om de juiste balans te vinden tussen bedrijfsrisico’s, rechtmatigheid, migratiekosten, verandercapaciteit en tempo.

Uiteraard werken we er voortdurend aan om onrechtmatigheid te beperken. Zo hebben we in 2015 onrechtmatige contracten die zonder of met gering juridisch risico en zonder gevaar voor de bedrijfscontinuïteit konden worden beëindigd, deels ontbonden en deels vervangen door nieuwe aanbestedingen. Verder hebben we onderzoek gedaan naar de oorzaken van de bestaande onrechtmatigheid. Op basis van deze analyse is een plan van aanpak opgesteld met maatregelen om de onrechtmatigheid terug te dringen. De effecten worden pas in de volgende jaren zichtbaar.

Conform de wettelijke regels betrekken we bij de berekening van onrechtmatigheid de totale kosten over de periode van onrechtmatigheid in het jaar van de onrechtmatige handeling. Het absolute bedrag aan onrechtmatigheid in een verslagjaar is daardoor onder andere afhankelijk van het aantal contractmutaties en afgeronde aanbestedingstrajecten in dat verslagjaar. Over 2015 hebben wij een onrechtmatigheid van inkopen of uitgaven vastgesteld van € 77,8 miljoen. Dit betreft de eind 2015 kwantificeerbare onrechtmatigheid. Hiervan is € 56,3 miljoen goedgekeurd door de raad van bestuur om een ongestoorde bedrijfsvoering te kunnen garanderen.

De totale UWV-brede rechtmatigheid is de som van de financiële rechtmatigheid en de rechtmatigheid van de aanbestedingen. Deze komt uit op 99,3%. Hiermee voldoen we aan de afgesproken norm van 99%.