Volumeontwikkelingen 2016

Het verzorgen van uitkeringen aan werkloze, zieke of arbeidsongeschikte werknemers is een van de kerntaken van UWV. In de eerste 8 maanden van 2016 ontvingen circa 1,4 miljoen mensen gedurende kortere of langere tijd een uitkering van ons. De belangrijkste volumeontwikkelingen in de eerste 8 maanden van 2016 waren:

WW

Doordat het economisch herstel zich heeft voortgezet, is het aantal nieuwe uitkeringen in de eerste 8 maanden van 2016 aanzienlijk lager dan in de eerste 8 maanden van 2015. Het aantal lopende uitkeringen nam wel iets toe. Dit is een effect van de invoering van de inkomstenverrekening van de Wet werk en zekerheid (Wwz) per 1 juli 2015. Uitkeringen worden sindsdien pas formeel beëindigd wanneer vaststaat dat er 2 maanden lang sprake is geweest van voldoende inkomsten. Daarnaast behouden mensen die tegen lager loon gaan werken vaak nog een kleine WW‑uitkering; vóór de invoering van de Wwz zou die op basis van de toen geldende urensystematiek beëindigd zijn. Dit heeft een opwaarts effect op het aantal lopende uitkeringen en tegelijkertijd een neerwaarts effect op het aantal beëindigde uitkeringen. Dit aantal was in de eerste 8 maanden van 2016 duidelijk lager dan in de eerste 8 maanden van 2015. Het positieve effect van het economisch herstel zien we wel terug in het bedrag aan WW‑uitkeringslasten. Dit bedrag was in de eerste 8 maanden van 2016 ruim 12% lager dan in de eerste 8 maanden van 2015 (€ 3.880 miljoen ten opzichte van € 4.420 miljoen).

Ook bij de reden voor beëindiging doet zich een aantal effecten van de Wwz voor. Zo wordt veel vaker geregistreerd dat de uitkering is beëindigd wegens het niet insturen van een inkomstenopgave, omdat niet duidelijk is dat de WW’er al weer aan het werk is gegaan. In de oude situatie kon de klant een beëindiging van de WW‑uitkering wegens volledige werkhervatting vaak zelf melden. In de nieuwe systematiek moet de klant nadat hij het werk al heeft hervat nog 2 inkomstenopgaven insturen. Veel klanten doen dit niet; dit betekent dat niet werkhervatting als reden voor de uitstroom wordt geregistreerd, maar het niet insturen van een inkomstenopgave. Hierdoor neemt het aantal geregistreerde beëindigingen wegens werkhervatting af. Het geregistreerde aantal beëindigingen wegens werkhervatting geeft dus geen volledig beeld van het daadwerkelijke aantal beëindigingen wegens werkhervatting. We beraden ons momenteel over de mogelijkheden om hierover in de toekomst te kunnen rapporteren.

WIA

Het aantal lopende uitkeringen is verder gestegen, de instroom is veel groter dan de uitstroom. Dat is volgens verwachting. De WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen) bestaat nu 10 jaar en is als wet nog steeds in opbouw. Tegelijkertijd daalt het aantal lopende WAO‑uitkeringen van de klanten van wie het recht op een uitkering van vóór 2005 dateert, dat wil zeggen vóór de invoering van de WIA. Het WIA‑bestand heeft nog geen normale leeftijdsopbouw. Daardoor bereiken relatief weinig mensen in de WIA nu al de pensioengerechtigde leeftijd. De komende 2 decennia zal de uitstroom gestaag toenemen in relatie tot de instroom. Pas na 2040 zal het aantal lopende uitkeringen stabiliseren.

Wajong

Het aantal lopende uitkeringen is in de eerste 8 maanden van 2016 verder afgenomen. Sinds 1 januari 2015 geldt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015). Deze wet is alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Hiermee wordt bedoeld dat zij niet over arbeidsvermogen beschikken en dit ook nooit kunnen ontwikkelen. Het aantal nieuwe Wajong‑uitkeringen is door deze wijziging aanzienlijk afgenomen.

Ziektewet

Er zijn in de eerste 8 maanden van 2016 meer uitkeringen toegekend dan in de eerste 8 maanden van 2015, vooral aan flexkrachten. Het vangnet van de Ziektewet is onder meer bedoeld voor zieke werklozen, zieke uitzendkrachten en flexwerkers, en werknemers die ziek zijn aan het einde van hun (tijdelijke) contract en/of dienstverband (eindedienstverbanders).