UWV-brede prioriteiten 2016 - Verdere inzet op dienstverlening en samenwerking

Het verder verbeteren en ontwikkelen van onze dienstverlening is een van de belangrijkste pijlers voor 2016.

In september 2015 zijn we opnieuw met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) het gesprek aangegaan over onze wens om meer persoonlijk contact mogelijk te maken met onze WW‑klanten. Online dienstverlening heeft voor veel voordelen gezorgd voor zowel de klant als voor ons, maar we weten dat niet iedereen ermee uit de voeten kan. Daarnaast is het voor werkzoekenden soms beter om eerder in het WW‑traject te starten met passende dienstverlening in plaats van wachten op de vooraf bepaalde momenten. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat een groot deel van de WW’ers sneller werk vindt als er sprake is van persoonlijk contact en gerichte interventies op het juiste moment. In het voorjaar van 2016 hebben we met het ministerie van SZW afspraken gemaakt over een nieuw dienstverleningsmodel voor de WW, waarin het werken met standaard dienstverleningsformules voor doelgroepen is losgelaten. De nieuwe dienstverlening combineert de bestaande algemene online dienstverlening met een meer persoonlijke benadering. Welke dienstverlening nodig is, bepalen we met behulp van de Werkverkenner, een online vragenlijst die WW’ers online bij de start van de WW‑periode invullen. De Werkverkenner geeft inzicht in de kans op werkhervatting binnen 1 jaar en welke factoren daarop van invloed zijn. WW‑gerechtigden die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en daardoor een verhoogd risico lopen op langdurige werkloosheid, nodigen we binnen 4 weken uit voor een werkoriëntatiegesprek. Tijdens dit gesprek worden afspraken gemaakt over aanvullende dienstverlening voor zover dat nodig is. Bij de inzet van aanvullende dienstverlening ligt de focus op de groep met een matige arbeidsmarktpositie: de mensen met 35 tot 51% kans op werkhervatting binnen 1 jaar. We monitoren hoeveel dienstverlening wordt ingezet en of dat binnen de kaders blijft. De adviseur werk doorloopt vaste stappen om tot een oordeel te komen over de situatie van de klant en welke interventies daarbij passen. De beschikbare interventies zijn gebaseerd op inzichten uit onderzoek: wat werkt voor wie op welk moment. Er zijn geen vaste contactmomenten meer; er is contact met de klant wanneer dat naar het oordeel van de adviseur nodig is of als de klant daar zelf om vraagt. Dat kan ook telefonisch of digitaal contact zijn. In 2016 zetten we het bestaande budget op een andere manier in om deze nieuwe dienstverlening te bekostigen. Voor 2017 heeft het ministerie van SZW ons hiervoor (deels tijdelijke) extra middelen toegekend. In april 2016 zijn de eerste 5 vestigingen begonnen met de implementatie van de nieuwe werkwijze, inmiddels werken 16 vestigingen met het nieuwe model. Vanaf oktober starten we landelijk met de nieuwe dienstverlening WW.

In het najaar van 2015 zijn we met het ministerie van SZW in gesprek gegaan over de sociaal‑medische herbeoordelingen en over de begeleiding en activering van mensen met een WGA‑uitkering. Die gesprekken hebben geleid tot een aantal maatregelen om in 2016 de achterstand te verminderen, waaronder het verrichten van 10.000 extra herbeoordelingen. Het gaat om uitbreiding van de artsencapaciteit in 2016 met 50 ANIOS’en (artsen niet in opleiding tot specialist); daarnaast breiden we het aantal verzekeringsartsen dat gaat werken met taakdelegatie uit met 20. De minister van SZW heeft de Tweede Kamer begin februari 2016 geïnformeerd over deze maatregelen. Tegelijkertijd zijn we in gesprek gegaan over maatregelen op de langere termijn (vanaf 2017) om de hoeveelheid werk en de capaciteit met elkaar in overeenstemming te brengen. Om het capaciteitsprobleem te verkleinen, willen we – voor zover mogelijk – de artsencapaciteit verder uitbreiden, gaan we nog meer met taakdelegatie werken en treffen we aanvullende maatregelen. We zijn gestart met het uitwerken van een nieuw model voor de begeleiding en activering van mensen die vanaf 2017 de WGA instromen. Daarbij zullen we met alle WGA‑gerechtigden gemiddeld 2 keer per jaar contact hebben, zodat we hen steeds kunnen ondersteunen en aanspreken op hun mogelijkheden en hun verantwoordelijkheid om zich in te spannen om deze zo veel mogelijk te benutten. Bij multiproblematiek verwijzen we door naar andere instanties. Bij deze nieuwe werkwijze houden we mensen in beeld, kunnen we wijzigingen eerder signaleren en de rechtmatigheid van de uitkeringsverstrekking beter borgen. In mei 2016 heeft de minister een integraal plan van aanpak gepresenteerd. We leggen de prioriteit bij het wegwerken van de achterstand bij de herbeoordelingen en houden het ministerie op de hoogte van de eventuele gevolgen die dat heeft voor de overige dienstverlening.

De 35 arbeidsmarktregio’s zijn drager van de dienstverlening aan werkgevers en werkzoekenden in het kader van de banenafspraak. UWV zet zich in voor het verder verbeteren van de samenwerking in de regio. Zo geven we in 2016 en 2017 een extra impuls aan die regionale samenwerking door in iedere arbeidsmarktregio een arbeidsdeskundige in te zetten om gemeenten te ondersteunen bij hun (nieuwe) verantwoordelijkheden als gevolg van de Participatiewet. Vanuit de Programmaraad, het samenwerkingsorgaan van Divosa, Cedris, Vereniging van Nederlandse Gemeenten en UWV, wordt ondersteuning gegeven aan het verbeteren van de werkgeversdienstverlening. We stimuleren het vergroten van de vindbaarheid en de herkenbaarheid van de Werkgeversservicepunten, zodat meer ondernemers van onze diensten kunnen gebruikmaken. De wethouders van de centrumgemeenten hebben daarin het voortouw. Daarnaast onderzoeken we samen met het ministerie van SZW de mogelijkheden voor bovenregionale of landelijke werkgeversdienstverlening. Met het bedrijfsadvies Inclusieve arbeidsorganisatie brengen we de werkprocessen bij een werkgever in kaart en analyseren we welke taken geschikt zijn voor mensen met een arbeidsbeperking.