UWV-brede prioriteiten 2016 - Implementatie en uitvoering nieuwe wet- en regelgeving

Bij de uitvoering van onze reguliere werkzaamheden houden wij bijzondere aandacht voor de doorwerking van de Participatiewet, de Wet banenafspraak en quotum arbeidsbeperkten, en de wijzigingen in de Werkloosheidswet en het ontslagrecht die in 2015 zijn ingevoerd. Waar 2015 in het teken stond van de invoering van de hervormingen, is 2016 het jaar waarin de veranderde dienstverlening en uitvoering ‘landt’ binnen de organisatie en in de samenleving en waarin de eerste (herstel)aanpassingen in de gewijzigde regelgeving worden doorgevoerd.

Belangrijk nieuw onderdeel uit de Wet werk en zekerheid (Wwz) is de invoering van inkomstenverrekening. Hiervoor is het noodzakelijk dat de uitkeringsgerechtigden hun inkomsten doorgeven. De Wwz heeft forse gevolgen voor de uitvoering. De verwerking van de inkomstenopgaven zorgt aan het begin van iedere maand voor een toegenomen werkdruk op onze kantoren en voor een verhoogde druk op de systeemomgeving. Na storingen in de verwerking van de inkomstenopgaves in de eerste 2 maanden van 2016 lijken de maatregelen die we hebben getroffen vruchten af te werpen. Na ontvangst van de inkomstenopgave hebben we de uitkering gemiddeld binnen 4 werkdagen op de rekening van de klant. Inmiddels zijn we ook gestart met langetermijnmaatregelen. Daarmee willen we het aantal workarounds terugdringen en de processen optimaliseren.

In het najaar van 2015 heeft de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) een aanpassing op het dagloonbesluit, onderdeel van de Wwz, aangekondigd. Het dagloonbesluit wordt zodanig gewijzigd dat bij de berekening van het dagloon kalendermaanden in de referteperiode waarin geen loon is genoten buiten beschouwing worden gelaten. Ook voor werknemers die na 2 jaar ziekte een beroep doen op de WW wordt het dagloonbesluit aangepast. In die situatie wordt de referteperiode voor de bepaling van het dagloon verlegd van het jaar voorafgaand aan de eerste werkloosheidsdag naar het jaar voorafgaand aan de eerste ziektedag. In het eerste kwartaal van 2016 heeft UWV een uitvoeringstoets gedaan op de voorgestelde wijzigingen. De minister van SZW beoogt de wijzigingen per 1 december 2016 in te voeren. Daarnaast treedt per 1 april 2017 een compensatieregeling in werking voor mensen die vanaf 1 juli 2015 nadeel hebben ondervonden van het lagere dagloon. De voorbereidingen voor deze wijzigingen liggen op schema.

Ook voor de Participatiewet staat 2016 in het teken van het doorvoeren van wijzigingen in de oorspronkelijke wetgeving. Zo werkt de staatssecretaris van SZW aan voorstellen voor vereenvoudiging en stroomlijning van de Participatiewet, voor een wijziging van de voortgezette werkregeling in de Wajong 2010 en voor uitbreiding en beoordeling van arbeidsbeperkten. In afstemming met het ministerie van SZW treffen we nu voorbereidingen op een mogelijke inwerkingtreding in 2017. Verder zijn we in 2016 nog bezig om alle Wajongers die een uitkering hebben op basis van de oude Wajong of de Wajong 2010 te herindelen in 2 groepen: Wajongers met arbeidsvermogen en Wajongers zonder arbeidsvermogen.

De Wet harmonisatie instrumenten Participatiewet is op 1 januari 2016 in werking getreden. Onderdeel hiervan is dat UWV gedurende 5 jaar de no‑riskpolis uitvoert voor de gemeentelijke doelgroep. UWV geeft de gemeente een signaal op het moment dat no risk wordt toegekend, zodat de gemeente de loonkostensubsidie aan de werkgever kan stopzetten. De mobiliteitsbonus is geharmoniseerd naar een bedrag van € 2.000 op jaarbasis.

De Regeling procesgang vangnetter gemeentelijke doelgroep is op 1 juli 2016 in werking getreden. Deze regeling bepaalt dat mensen uit de Participatiewet die met loonkostensubsidie aan het werk zijn gegaan en die in verband met ziekte een Ziektewet‑uitkering van UWV krijgen, onder re‑integratieverantwoordelijkheid van de gemeenten vallen. De uitvoering van deze regeling is complex: UWV heeft geen gegevens over door gemeenten verstrekte loonkostensubsidie en kan dus niet vaststellen welke vangnetters bij gemeenten horen. Omgekeerd weten gemeenten niet welke Participatiewet‑klanten van UWV een Ziektewet‑uitkering ontvangen. UWV heeft samen met het Inlichtingenbureau gewerkt aan uitwisseling van gegevens over loonkostensubsidie. Sinds 1 januari 2016 is het mogelijk het loonkostensubsidiebestand te matchen met het Ziektewet‑bestand, en vast te stellen welke vangnetters loonkostensubsidie (hebben) ontvangen. In de praktijk levert dat echter nog nauwelijks matches op, omdat nog lang niet alle gemeenten het gebruik van loonkostensubsidie registreren. Vanaf 1 januari 2017 zal UWV gemeenten een signaal geven wanneer een persoon uit de gemeentelijke doelgroep een Ziektewet‑uitkering krijgt, zodat de gemeente haar re‑integratietaak kan oppakken.

Ten slotte zijn we in het eerste tertaal van 2016 gestart met de voorbereidingen die nodig zijn om de gewijzigde Fraudewet per 1 januari 2017 te kunnen uitvoeren. We krijgen meer ruimte om rekening te houden met de mate waarin sprake is van grove schuld of opzet en met individuele omstandigheden.