Rechtmatigheid aanbestedingen 2016

UWV hanteert de regels van de Aanbestedingswet 2012. Afwijkingen van deze regels worden gemotiveerd voorgelegd aan de raad van bestuur. Deze verleent een akkoord als de afwijking noodzakelijk is voor een ongestoorde dienstverlening aan de klant. Want die staat voor UWV voorop. Soms levert een te strikte keuze voor rechtmatigheid forse risico’s op in financieel opzicht en voor de continuïteit van onze dienstverlening aan de klant. Dan nemen we bewust het besluit om geen nieuwe aanbesteding te starten, of om daar langer de tijd voor te nemen om zo een zorgvuldige overgang naar een nieuwe leverancier te borgen. Zo hebben we de komende jaren te maken met een aantal grote aanbestedingen, zoals die voor een nieuw rekencentrum, voor nieuwe applicatieleveranciers (voor online dienstverlening) en voor backofficeapplicaties. Aanbestedingen voor het ICT‑landschap en de daaruit voortkomende migratietrajecten leggen een zeer grote druk op de verandercapaciteit van UWV. We kiezen er daarom voor aanbestedingen te doen op momenten die logisch samenhangen met de verdere ontwikkeling van applicaties binnen ons ICT‑landschap. Op deze wijze leveren aanbestedingen een strategische bijdrage aan de langetermijncontinuïteit en stabiliteit van onze dienstverlening, en voorkomen we kapitaalvernietiging en capaciteitsverspilling door migraties die louter zijn ingegeven door aflopende contracten. We hebben met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gesproken over de juiste balans tussen bedrijfsrisico’s, rechtmatigheid, migratiekosten, verandercapaciteit en tempo.

Uiteraard werken we er voortdurend aan om onrechtmatigheid te beperken. Hiertoe is een aanbestedingskalender opgesteld. Verder hebben we onderzoek gedaan naar de oorzaken van de bestaande onrechtmatigheid. Op basis van deze analyse is een plan van aanpak opgesteld met maatregelen om de onrechtmatigheid terug te dringen. De effecten worden pas in de volgende jaren zichtbaar.

Met ingang van 18 april 2016 geldt een nieuwe Europese verordening ten aanzien van de richtlijnen uit de Aanbestedingswet 2012. Tot die datum viel de inhuur van alle externen onder het verlichte regime van de zogenaamde 2B‑diensten (opdrachten met weinig grensoverschrijdend effect). Met de nieuwe verordening zijn de 2B‑diensten komen te vervallen, er geldt nu alleen nog een verlicht regime voor sociale en andere specifieke diensten. Dit is bijvoorbeeld van toepassing op arbeidsdeskundigen en verzekeringsartsen. Alle overige diensten vallen sinds 18 april 2016 onder de reguliere aanbestedingsprocedure. Dit geldt bijvoorbeeld voor Informatievoorzieningsfunctie (IV)‑functies en communicatieadviseurs. Dit heeft consequenties voor de (rechtmatige) inhuur van extern personeel via UWV Marktplaats. Het is niet mogelijk onrechtmatigheid geheel te voorkomen, maar we beperken deze wel zo veel mogelijk. Bij externe inhuur wordt per individueel geval een besluit genomen door een taskforce, bestaande uit 3 stafdirecteuren.

Conform de wettelijke regels betrekken we bij de berekening van onrechtmatigheid de totale kosten over de periode van onrechtmatigheid in het jaar van de onrechtmatige handeling. Het absolute bedrag aan onrechtmatigheid in een verslagjaar is daardoor onder andere afhankelijk van het aantal contractmutaties en afgeronde aanbestedingstrajecten in dat verslagjaar. In de eerste 6 maanden van 2016 zijn, om de bedrijfscontinuïteit te garanderen, een aantal contracten ter waarde van € 2,1 miljoen onrechtmatig afgesloten. Over de eerste 6 maanden hebben wij een onrechtmatigheid van uitgaven vastgesteld van € 9,4 miljoen.