Financiële rechtmatigheid tot en met derde kwartaal verslagjaar 2016

Alle handelingen van UWV moeten rechtmatig zijn, in overeenstemming met de relevante wet- en regelgeving. Om de rechtmatigheid te kunnen toetsen, worden afwijkingen gekwantificeerd en afzonderlijk gewogen en weergegeven. We maken daarbij onderscheid tussen financiële fouten en onzekerheden, waarover afzonderlijk verantwoording moet worden afgelegd indien deze in het verslagjaar (1 oktober tot 1 oktober) zijn geconstateerd. Bij een financiële fout kunnen we vaststellen wat de fout is en wat het financiële gevolg is. Bij een onzekerheid hebben we onvoldoende controlemiddelen om vast te stellen of iets goed of fout is. Onderstaande cijfers hebben een indicatief karakter en geven de stand weer nadat driekwart van de jaarsteekproef is gecontroleerd.

Het percentage financiële fouten in de uitkeringslasten over de eerste 3 kwartalen van verslagjaar 2016 (de periode 1 oktober 2015 tot 1 juli 2016) bedraagt 0,7%. Dit is het gewogen UWV‑percentage over alle wetten. Met dit tussenresultaat komt de score voor de rechtmatigheid van de uitkeringsverstrekking op 99,3%. Het percentage onzekerheden bedraagt 0,2%. In onderstaande tabel zijn de percentages financiële fouten en onzekerheden voor de verschillende wetten weergegeven.

Wet

Financiële fouten

Onzekerheden

 

2016

2015

2016

2015

 

t/m derde kwartaal

 

t/m derde kwartaal

 

Wajong

0,0%

0,5%

0,0%

0,0%

WAO

0,0%

0,0%

0,0%

0,0%

WAZ

0,1%

0,0%

0,0%

0,0%

Wazo

0,9%

0,3%

0,0%

0,0%

WIA

0,5%

0,0%

0,0%

0,0%

WW

1,1%

0,6%

0,8%

0,0%

Ziektewet

3,6%

1,5%

0,2%

0,0%

TW

2,0%

1,6%

0,0%

0,0%

BIA

0,0%

0,8%

0,0%

5,3%

IOW

5,9%

2,3%

0,0%

0,0%

     

Totaal

0,7%

0,4%

0,2%

0,0%

Toelichting op de tabel:

  • De foutpercentages voor WAO, Wajong en Tijdelijke wet beperking inkomensgevolgen arbeidsongeschiktheidscriteria (BIA) blijven gelijk of dalen. De foutpercentages voor de andere wetten zijn gestegen. Het foutpercentage WW heeft een relatief grote impact op het UWVcijfer. De Wwz, ingevoerd per 1 juli 2015, heeft een aandeel van 0,3% in het foutpercentage WW. Dit is lager dan bij de vorige meting doordat een Wet werk en zekerheid (Wwz)fout met een relatief groot aandeel bij nader inzien niet langer als fout wordt aangemerkt.

  • De grootste stijging van het foutpercentage doet zich voor bij de Ziektewet en de Inkomensvoorziening oudere werklozen (IOW). De meeste fouten in de Ziektewet hebben betrekking op fouten in de dagloonberekening en aftrek van verdiensten. Bij de IOW bepalen fouten bij de verrekening van inkomsten het foutpercentage.

  • Het foutpercentage WIA bedraagt 0,5%. Dit komt vooral doordat voorzieningen bij de administratieve verwerking ten onrechte aan de WIA zijn toegerekend.

  • Bij de Wazo stijgt het foutpercentage van 0,3 naar 0,9%. Hieraan liggen vooral dagloonfouten ten grondslag.

  • Bij de Toeslagenwet stijgt het foutpercentage van 1,6 naar 2,0%. Dit zijn merendeels fouten bij toeslagen voor de WW. Het aandeel Wwz in het foutpercentage Toeslagenwet is 1,4%.

  • Wanneer er onvoldoende informatie is om de rechtmatigheid van de steekproefpost vast te stellen, wordt deze als onzeker aangemerkt. De onzekerheid bedraagt momenteel 0,2% op UWV‑niveau. Dit wordt vooral veroorzaakt door onzekere posten bij de WW en de Wwz.