Ontwikkeling WW

 

Instroom

Uitstroom

Lopende

   

uitkeringen

   

einde jaar

2003

418.700

343.000

280.300

2004

426.200

383.600

321.700

2005

376.400

392.100

306.700

2006

311.100

369.800

249.200

2007

253.000

311.200

192.000

2008

242.100

262.800

170.800

2009

427.600

328.600

269.900

2010

414.600

420.800

263.700

2011

414.000

407.900

269.900

2012

502.500

432.200

340.200

2013

613.200

515.700

437.700

2014

605.200

602.000

440.800

2015

583.700

578.700

445.900

2016

491.000

524.900

412.000

Doordat het economisch herstel zich heeft voortgezet, was het aantal nieuwe uitkeringen in 2016  aanzienlijk lager dan in 2015. Ook het aantal lopende uitkeringen nam af. Deze ontwikkeling is wel beperkt door de invoering van inkomstenverrekening van de Wet werk en zekerheid (Wwz) per 1 juli 2015. Uitkeringen beëindigen we sindsdien pas formeel wanneer vaststaat dat er 2 maanden lang sprake is geweest van voldoende inkomsten, en lopen dus administratief langer door. Daarnaast behouden mensen die tegen lager loon gaan werken vaak nog een kleine WW‑uitkering . Vóór de invoering van de Wwz zou een deel van die uitkeringen op basis van de toen geldende urensystematiek beëindigd zijn. Dit verhoogt het aantal lopende uitkeringen en verlaagt tegelijkertijd het aantal beëindigde uitkeringen. Dit aantal was in 2016 duidelijk lager dan in 2015.

Het positieve effect van het economisch herstel zien we wel terug in het totaal aan  WW‑uitkeringen. Dit bedrag was in 2016 12% lager dan in 2015 (€ 5.654 miljoen ten opzichte van € 6.394 miljoen).

We namen in 2016 15% minder beslissingen over het recht op een WW‑uitkering dan in 2015: 563.900 tegenover 662.000. We kenden 491.000 nieuwe WW‑uitkeringen toe, 16% minder dan in 2015 (583.700). Ook het aantal beëindigde uitkeringen was met 524.900 lager (9%) dan in 2015 (578.700).