Volumeontwikkelingen

Het verzorgen van uitkeringen aan werkloze, zieke of arbeidsongeschikte werknemers is een van de kerntaken van UWV. In 2016 ontvingen circa 1,4 miljoen mensen gedurende kortere of langere tijd een uitkering van ons. De belangrijkste volumeontwikkelingen in 2016 waren:

WW

Doordat het economisch herstel zich heeft voortgezet, was het aantal nieuwe uitkeringen in 2016 aanzienlijk lager dan in 2015. Ook het aantal lopende uitkeringen nam af. Deze ontwikkeling is wel beperkt door de inkomstenverrekening van de Wet werk en zekerheid (Wwz) per 1 juli 2015. Uitkeringen beëindigen we sindsdien pas formeel wanneer vaststaat dat er 2 maanden lang sprake is geweest van voldoende inkomsten. Daarnaast behouden mensen die tegen lager loon gaan werken vaak nog een kleine WW‑uitkering; vóór de invoering van de Wwz zou een deel van die uitkeringen op basis van de toen geldende urensystematiek beëindigd zijn. Dit verhoogt het aantal lopende uitkeringen en verlaagt tegelijkertijd het aantal beëindigde uitkeringen. Dit aantal was in 2016 duidelijk lager dan in 2015.

Het positieve effect van het economisch herstel zien we wel terug in het totaalbedrag aan WW‑uitkeringen. Dit bedrag was in 2016 12% lager dan in 2015 (€ 5.654 miljoen ten opzichte van € 6.394 miljoen).

De invoering van de Wwz heeft specifiek gevolgen voor het geregistreerde aantal uitkeringsbeëindigingen wegens werkhervatting. Dit daalde naar 172.900 (2015: 268.300). Omdat uitkeringen pas formeel worden beëindigd wanneer vaststaat dat er 2 maanden lang sprake is geweest van voldoende inkomsten, moeten klanten nog 2 maanden na werkhervatting een inkomstenopgave indienen. Wanneer een klant dit niet doet, staat niet vast dat het werk is hervat en wordt de uitkering beëindigd wegens het niet indienen van een inkomstenopgave. Het aantal uitkeringsbeëindigingen wegens het niet indienen van een inkomstenopgave is in 2016 flink gestegen (van 16.600 in 2015 naar 64.500 in 2016). Nader onderzoek heeft uitgewezen dat een aanzienlijk deel van deze uitkeringsgerechtigden het werk heeft hervat. Omdat niet met volledige zekerheid is vast te stellen welk deel van de klanten die geen inkomstenopgave hebben ingediend het werk heeft hervat, zijn ze niet in het werkhervattingscijfer meegeteld.

WIA

Het aantal lopende uitkeringen is verder gestegen, de instroom is veel hoger dan de uitstroom. Het WIA (Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen)‑bestand heeft nog geen normale leeftijdsopbouw. Daardoor bereiken relatief weinig mensen in de WIA nu al de pensioengerechtigde leeftijd. De komende 2 decennia zal de uitstroom gestaag toenemen ten opzichte van de instroom. Pas na 2040 zal het aantal lopende uitkeringen stabiliseren.

De instroom was in 2016 hoger dan geraamd. De stijging van de instroom deed zich vooral voor bij zieke werknemers die nog een dienstverband hadden en bij mensen die ziek werden in de WW. Tegelijkertijd daalde het aantal lopende WAO‑uitkeringen van de klanten van wie het recht op een uitkering van vóór 2005 dateert, dat wil zeggen vóór de invoering van de WIA, omdat er geen nieuwe mensen meer in aanmerking komen voor een WAO‑uitkering.

Wajong

Het aantal lopende uitkeringen is in 2016 verder afgenomen. Sinds 1 januari 2015 geldt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015). Deze wet is alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Hiermee wordt bedoeld dat zij niet over arbeidsvermogen beschikken en dit ook nooit kunnen ontwikkelen. Door deze wijziging is het aantal nieuwe en het aantal lopende Wajong‑uitkeringen sterk afgenomen.

Ziektewet

Er zijn in 2016 meer uitkeringen toegekend dan in 2015, vooral aan flexkrachten. Het vangnet van de Ziektewet is onder meer bedoeld voor zieke werklozen, zieke uitzendkrachten en flexwerkers, en werknemers die ziek zijn aan het einde van hun (tijdelijke) contract en/of dienstverband (eindedienstverbanders).

Bron: UWV Jaarverslag 2016, p. 6