Nieuw dienstverleningsmodel voor WW'ers 

In het voorjaar van 2016 hebben we met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) afspraken gemaakt over een nieuw dienstverleningsmodel voor de WW, waarin we het werken met standaard dienstverleningsformules voor doelgroepen hebben losgelaten. De nieuwe dienstverlening combineert de bestaande algemene online dienstverlening met een meer persoonlijke benadering. Welke dienstverlening nodig is, bepalen we met behulp van de Werkverkenner, een online vragenlijst. Wij vragen WW’ers bij de start van de WW‑periode deze lijst online in te vullen. De Werkverkenner is een op wetenschappelijke basis ontwikkeld instrument dat inzicht geeft in de kans op werkhervatting binnen 1 jaar en in de factoren die daarop van invloed zijn.

Inmiddels vult twee derde van de nieuwe WW’ers de Werkverkenner in. Degenen die de Werkverkenner niet hebben ingevuld, hebben inmiddels al werk gevonden of hebben werk in het vooruitzicht, of ze zijn niet digivaardig. We onderzoeken via welk kanaal we klanten het beste kunnen benaderen om de respons te verhogen. Bij de inzet van deze dienstverlening lag de focus op de groep met een matige arbeidsmarktpositie: de mensen met 25 tot 50% kans op werkhervatting binnen 1 jaar.

WW‑gerechtigden die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben en daardoor een verhoogd risico lopen op langdurige werkloosheid, nodigen we uit voor een werkoriëntatiegesprek. Daarin maken we afspraken met de klant over de (sollicitatie)activiteiten die hij zal ondernemen. Ook bespreken we of extra dienstverlening nodig is, aanvullend op de online dienstverlening. De afspraken worden in een werkplan vastgelegd. De adviseur werk doorloopt vaste stappen om tot een oordeel te komen over de situatie van de klant en de interventies die daarbij passen. De beschikbare interventies zijn zoveel mogelijk gebaseerd op inzichten uit onderzoek: wat werkt voor wie op welk moment?

Bij de inzet van aanvullende dienstverlening lag de focus op de groep met een matige arbeidsmarktpositie: de mensen met 25 tot 50% kans op werkhervatting binnen 1 jaar. In 2016 hebben we in totaal 34.200 werkoriëntatiegesprekken gevoerd. Hiervan waren er 25.600 met mensen met een zwakke tot matige arbeidspositie (0 tot 50% kans op werkhervatting binnen 1 jaar). Voor hen hebben we 10.500 werkplannen met aanvullende dienstverlening opgesteld. Het werkoriëntatiegesprek leidt voor de categorie 0‑25% in 35% van de gevallen tot een werkplan met aanvullende dienstverlening, voor de categorie 25‑50% in 40% van de gevallen.

Als er na 6 maanden werkloosheid nog geen gesprek heeft plaatsgevonden, wordt de WW‑gerechtigde in de zevende maand uitgenodigd voor een monitorgesprek. Doel van het gesprek is om de voortgang van de sollicitatieactiviteiten te bewaken en te bezien of aanvullende dienstverlening vanuit UWV noodzakelijk is. In 2016 hebben we 5.100 monitorgesprekken gevoerd.