50‑plussers aan de slag

Het kabinet heeft in totaal € 67 miljoen voor het Actieprogramma 55PlusWerkt vrijgemaakt. Dit programma, voor de re‑integratie van 55‑plussers, startte op 1 juli 2013. In juni 2014 besloot het kabinet nog eens € 34 miljoen beschikbaar te stellen om 55PlusWerkt uit te breiden naar 50‑plussers. Het programma liep tot 1 oktober 2016.

De netwerktrainingen 50‑plus vormden de basis van het programma. Aan de netwerktrainingen werden structureel adviseurs werkgeversdienstverlening gekoppeld die gespecialiseerd zijn in de bemiddeling van 50‑plussers naar banen. Regionale samenwerkingspartners nodigden we uit om samen extra 50‑plussers te plaatsen.

Voor de duur van het project kon UWV in totaal 129.000 50‑plussers met een WW‑uitkering een netwerktraining bieden. In 2016 namen 29.400 50‑plussers aan netwerktrainingen deel.

Aanvullend op de netwerktrainingen organiseerden we inspiratiedagen om 50‑plussers te inspireren bij hun zoektocht naar werk en om werkgevers te stimuleren om oudere werkzoekenden aan te nemen.

Van 2013 tot en met 2016 vonden 21 landelijke inspiratiedagen plaats, met meer dan 14.000 deelnemers. In 2016 zijn 7 inspiratiedagen gehouden. Deze werden met gemiddeld een 8 gewaardeerd.

Om het effect van de netwerktrainingen 50‑plus te kunnen meten, zijn we in februari 2015 in samenwerking met de Vrije Universiteit (VU) begonnen met een uitgebreide kwantitatieve meting. Gelijktijdig is een kwalitatieve meting gestart, in samenwerking met de Universiteit van Amsterdam (UvA). In oktober 2016 zijn de tussentijdse resultaten van de door de VU uitgevoerde effectmeting bekendgemaakt. Hieruit blijkt dat deelname aan de netwerktraining de kans om binnen 12 maanden uit de WW te stromen met 4,5 procentpunt vergroot (die kans neemt toe van 37,7% naar 42,2%). De effecten zijn het grootst voor middelbaar en hogeropgeleiden en de jongste groep ouderen: 50‑55‑jarigen. In het voorjaar van 2017 zal weer over de effecten van de training worden gerapporteerd. Dan kan ook het effect op de langere termijn en (daarmee) de kosteneffectiviteit worden vastgesteld.

Het onderzoek van de Universiteit van Amsterdam richt zich op de effecten op houding, gedrag en kennis en vaardigheden rond het zoeken naar werk. Dit onderzoek is vooral bedoeld om verklaringen te vinden voor de door de VU gevonden effecten. De eerste resultaten laten zien dat het volgen van de training leidt tot een vergroting van de sollicitatiekennis, het vertrouwen in de eigen werkzoekvaardigheden en de ervaren sociale steun. Ook zorgde de training voor een stabieler zelfbeeld en een hogere kwaliteit van het werkzoekgedrag. Alleen op de motivatie om werk te zoeken blijkt de training geen invloed te hebben. De deelnemers geven de training gemiddeld een rapportcijfer van 7,5 en de trainer gemiddeld een 8,3. In het voorjaar van 2017 zal ook over dit onderzoek opnieuw worden gerapporteerd.