Herindeling Wajongers 2017

In het kader van de Participatiewet deelt UWV mensen met een Wajong‑uitkering volgens de oude Wajong (oWajong) en de Wajong 2010 in 2 groepen in: Wajongers met arbeidsvermogen en Wajongers zonder arbeidsvermogen. Voor Wajongers die arbeidsvermogen hebben, gaat de uitkering vanaf 1 januari 2018 omlaag naar maximaal 70% van de grondslag (veelal het wettelijk minimumloon). Dit geldt ook voor uitkeringsgerechtigden op grond van de Wajong 2010 die tijdelijk geen arbeidsvermogen hebben. Wajongers die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben, behouden het recht op een uitkering van 75% van het wettelijk minimumloon en behoren niet langer tot de doelgroep voor de banenafspraak. Op volgorde van leeftijd ontvangen Wajongers gefaseerd een vooraankondiging over hun voorgenomen indeling in een van de 2 categorieën.

Verzending vooraankondigingen

In juli 2015 zijn we gestart met de landelijke verzending van vooraankondigingen aan Wajongers van wie we inschatten dat ze arbeidsvermogen hebben. Eind maart 2017 hebben we volgens plan alle oWajongers geïnformeerd over hun voorgenomen indeling arbeidsvermogen. Voor 1 juli 2017 zullen we alle Wajongers 2010 hebben geïnformeerd over hun voorgenomen indeling arbeidsvermogen.

Bezwaren tegen indeling

In de vooraankondiging vragen we de Wajongers uitdrukkelijk om via een reactieformulier aan te geven of ze akkoord zijn met de indeling. 81% heeft gereageerd op de vooraankondiging. Als mensen na een herinnering niet reageren, gaan wij ervan uit dat ze arbeidsvermogen hebben en wordt hun uitkering per 1 januari 2018 verlaagd. Daarover krijgen zij een beschikking. Wajongers die niet akkoord gaan met de voorgenomen indeling benaderen we om de situatie te bespreken. Als ook tijdens dit gesprek blijkt dat de Wajonger niet akkoord is, nodigen we hem uit voor een sociaal‑medische beoordeling.

Sociaal-medische beoordelingen

Eind april 2017 hadden we 69.000 beoordelingen voor een herindeling verricht (waarvan 18.000 in 2017). Het ging om 50.000 Wajongers die hebben aangegeven niet akkoord te zijn met de voorgenomen indeling en 19.000 Wajongers die we niet hebben kunnen indelen of die kort hebben gewerkt in de periode 2008 tot 2015. Van de beoordeelde Wajongers is vastgesteld dat 52% duurzaam geen arbeidsvermogen heeft.

Met het oplopen van de leeftijd van de oWajongers blijken de indicatoren waarop wij de voorlopige indeling baseren steeds minder goed te voorspellen of er sprake is van arbeidsvermogen. We moeten daarom steeds meer Wajongers op basis van een beoordeling indelen. Het aantal Wajongers met arbeidsvermogen dat het niet eens is met de voorlopige indeling en na een beoordeling wordt ingedeeld als iemand zonder arbeidsvermogen, neemt daarbij toe. We hebben daarom in december 2016 in overleg met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) besloten de voorlopige indeling voor het laatste leeftijdscohort (van 50 jaar en ouder op 31 december 2017) op basis van alleen zeer relevante informatie uit te voeren. Deze aanpassing heeft tot gevolg dat meer Wajongers voorlopig worden ingedeeld als iemand zonder arbeidsvermogen. Daardoor zijn minder Wajongers het oneens met de voorlopige indeling en hoeven minder Wajongers voor een beoordeling te worden opgeroepen. Dit doet recht aan het streven Wajongers niet meer te belasten dan strikt noodzakelijk. We hebben de betrokken oWajongers in januari 2017 over de wijziging in de uitvoering van de voorlopige indeling geïnformeerd.