Ontwikkeling WW 2017

 

Instroom

Uitstroom

Lopende

   

uitkeringen

   

einde jaar

2003

418.700

343.000

280.300

2004

426.200

383.600

321.700

2005

376.400

392.100

306.700

2006

311.100

369.800

249.200

2007

253.000

311.200

192.000

2008

242.100

262.800

170.800

2009

427.600

328.600

269.900

2010

414.600

420.800

263.700

2011

414.000

407.900

269.900

2012

502.500

432.200

340.200

2013

613.200

515.700

437.700

2014

605.200

602.000

440.800

2015

583.700

578.700

445.900

2016

491.000

524.900

412.000

2017 t/m augustus

276.500

326.400

362.100

Onder invloed van het economisch herstel is het aantal WW‑uitkeringen in de eerste 8 maanden van 2017 met 12% gedaald, van 412.000 per eind 2016 tot 362.100 per eind augustus 2017. Het positieve effect van het economisch herstel zien we ook terug in de WW‑uitkeringslasten: in de eerste 8 maanden van 2017 is 11% minder aan WW‑uitkeringen betaald dan in de eerste 8 maanden van 2016 (€ 3.453 miljoen tegenover € 3.880 miljoen). Het bedrag voor 2017 is inclusief de € 86 miljoen die is uitgekeerd in verband met de Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen.

De invoering van de Wet werk en zekerheid (Wwz) in 2015 heeft specifiek gevolgen voor het geregistreerde aantal uitkeringsbeëindigingen wegens werkhervatting. Dit aantal is sinds 2016 lager dan in voorgaande jaren. In de eerste 8 maanden van 2017 ging het om 115.000 registraties. Omdat uitkeringen pas formeel worden beëindigd wanneer vaststaat dat er 2 maanden lang sprake is geweest van voldoende inkomsten, moeten WW’ers nog 2 maanden na werkhervatting een inkomstenopgave indienen. Wanneer een klant dit niet doet, staat niet vast dat het werk is hervat en wordt de uitkering beëindigd wegens het niet indienen van een inkomstenopgave. Het aantal uitkeringsbeëindigingen wegens het niet indienen van een inkomstenopgave is sinds 2016 duidelijk hoger dan in voorgaande jaren. In de eerste 8 maanden van 2017 zijn 34.400 WW‑uitkeringen om die reden beëindigd. Uit onderzoek blijkt dat een aanzienlijk deel van de klanten waar het hier om ging het werk heeft hervat.

We namen minder beslissingen (15%) over het recht op een WW‑uitkering dan in de eerste 8 maanden van 2016: 324.900 tegenover 381.000. We kenden 276.500 nieuwe WW‑uitkeringen toe, 17% minder dan in de eerste 8 maanden van 2016 (334.200). Het aantal beëindigde uitkeringen was met 326.400 8% lager dan in de eerste 8 maanden van 2016 (353.500).

De Wwz beoogt om het voor WW’ers aantrekkelijker te maken om een baan te accepteren met een lager loon dan het loon dat zij voor aanvang van de werkloosheid verdienden. Het verschil wordt dan aangevuld vanuit de WW. WW’ers moeten daarom aan het eind van iedere maand hun inkomsten over de afgelopen kalendermaand doorgeven. In het eerste halfjaar van 2015, dus vlak voor de inwerkingtreding van de Wwz, maakte 18,4% van de WW’ers gebruik van een vorm van verrekening van inkomsten uit arbeid. In de overeenkomstige periode in 2017 ging het om 26,8%, dat is 8,4% meer. Daarvan had 23,1%‑punt betrekking op de Wwz‑inkomstenverrekening en 3,7%‑punt op de oudere regelingen.