Volumeontwikkelingen 2017

Het verzorgen van uitkeringen aan werkloze, zieke of arbeidsongeschikte werknemers is een van de kerntaken van UWV. In de eerste 8 maanden van 2017 ontvingen 1,3 miljoen mensen gedurende kortere of langere tijd een uitkering van ons. De belangrijkste volumeontwikkelingen in 2017 waren:

WW

Doordat het economisch herstel zich heeft voortgezet, is het aantal nieuwe uitkeringen in de eerste 8 maanden van 2017 aanzienlijk lager dan in de eerste 8 maanden van 2016. Ook het aantal lopende uitkeringen nam fors af. Het positieve effect van het economisch herstel zien we ook terug in het bedrag aan WW‑uitkeringslasten. Dit bedrag was in de eerste 8 maanden van 2017 11% lager dan in de eerste 8 maanden van 2016 (€ 3.453 miljoen tegenover € 3.880 miljoen). Het 2017‑cijfer is inclusief de verantwoorde lasten in verband met de ‘Tijdelijke regeling tegemoetkoming Dagloonbesluit werknemersverzekeringen’ van € 86 miljoen.

De Wet werk en zekerheid (Wwz) beoogt om het voor WW’ers aantrekkelijker te maken om een baan te accepteren met een lager loon dan het loon dat zij voor aanvang van de werkloosheid verdienden. Het verschil wordt dan aangevuld vanuit de WW. WW’ers moeten daarom aan het eind van iedere maand hun inkomsten over de afgelopen kalendermaand doorgeven. In het eerste halfjaar van 2015, dus vlak voor de inwerkingtreding van de Wwz, maakte 18,4% van de WW’ers gebruik van een vorm van verrekening van inkomsten uit arbeid. In de overeenkomstige periode in 2017 ging het om 26,8%, dat is 8,4% meer. Daarvan had 23,1%‑punt betrekking op de Wwz‑inkomstenverrekening en 3,7%‑punt op de oudere regelingen.

WIA

Het aantal lopende uitkeringen is verder gestegen, de instroom is veel hoger dan de uitstroom. Vooral meer mensen met een vast dienstverband (zieke werknemers) stromen de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen (WIA) in. We zien ook dat er meer 60‑plussers instromen. Naarmate mensen ouder worden, neemt de kans op gebreken en dus arbeidsongeschiktheid toe. Door de afschaffing van de vervroegde uittredingsregelingen werken mensen langer door, ook degenen met (een groter risico op) gezondheidsproblemen. Er zijn dus meer werkenden van 60 jaar en ouder, en een deel van hen heeft een groter risico op arbeidsongeschiktheid. Dat geldt vooral voor mensen van 63 jaar en ouder. Er stromen relatief weinig mensen uit de WIA. Doordat de WIA naar verhouding nog niet zo lang bestaat, bereiken relatief weinig mensen in de WIA nu al de pensioengerechtigde leeftijd. De komende 2 decennia zal de uitstroom gestaag toenemen. Pas na 2040 zal het aantal lopende uitkeringen stabiliseren.

Wajong

Sinds 1 januari 2015 geldt de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten (Wajong 2015). Deze wet is alleen nog toegankelijk voor jonggehandicapten die duurzaam geen mogelijkheden tot arbeidsparticipatie hebben. Hiermee wordt bedoeld dat zij niet over arbeidsvermogen beschikken en dit ook nooit kunnen ontwikkelen. Door deze wijziging is het aantal nieuwe Wajong‑uitkeringen sindsdien fors afgenomen.

Ziektewet

Er zijn iets meer uitkeringen toegekend dan in de eerste 8 maanden van 2016. Dit komt vooral doordat er meer uitkeringen zijn toegekend aan de groep werknemers met een no‑riskpolis, als gevolg van een verruiming van deze doelgroep door de Participatiewet. Het vangnet van de Ziektewet is onder meer bedoeld voor zieke werklozen, vrouwen die ziek zijn als gevolg van hun zwangerschap of bevalling, zieke uitzendkrachten en flexwerkers, en werknemers die ziek zijn aan het einde van hun (tijdelijke) contract en/of dienstverband (eindedienstverbanders).