UWV‑brede prioriteiten – Dienstverlening WW en arbeidsbeperkten 2017

In 2016 hebben we afspraken gemaakt met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) over de dienstverlening op 3 belangrijke terreinen: de dienstverlening aan WW’ers, de dienstverlening aan arbeidsbeperkten en de ICT‑dienstverlening. Deze waren nodig omdat onze dienstverlening onder druk is komen te staan door de bezuinigingen en de grootschalige wijzigingen in wet‑ en regelgeving in de afgelopen jaren.

Dienstverlening aan WW’ers

In het najaar van 2016 is UWV gestart met een nieuw WW‑dienstverleningsmodel. De nieuwe dienstverlening combineert de algemene online dienstverlening met een meer persoonlijke benadering. Welke dienstverlening nodig is, bepalen we aan de hand van de Werkverkenner, een online vragenlijst die elke WW’er bij de start van de WW‑periode invult. Inmiddels vult 71% van de WW’ers de Werkverkenner in. Van degenen die de Werkverkenner niet invullen, heeft een deel inmiddels al werk gevonden of zicht op werk. Een ander deel is niet digivaardig. Een klant komt in aanmerking voor de aanvullende dienstverlening wanneer uit de Werkverkenner blijkt dat hij een kans van maximaal 50% heeft om binnen 1 jaar weer aan het werk te gaan. In de eerste 8 maanden van 2017 hebben we 80.800 werkoriëntatiegesprekken gevoerd en 49.600 werkplannen met aanvullende dienstverlening opgesteld.

We constateren dat de aantallen die we in de onderliggende businesscase hadden afgesproken nog niet geheel worden gerealiseerd. Dat heeft te maken met de minder grote instroom in de WW, een andere verdeling over de categorieën dan we oorspronkelijk verwachtten, de tijd die het kost om het proces in de uitvoering in te voeren en vervolgens te verbeteren, en met onvolkomenheden in de registratie. We hebben inmiddels een hernieuwde prognose voor de korte en middellange termijn opgesteld. We starten op 1 december 2017 met een meting naar de effectiviteit van deze nieuwe dienstverlening.

Dienstverlening aan arbeidsbeperkten

Dit jaar zijn we gestart met een nieuwe dienstverleningsvorm voor mensen met een arbeidsbeperking. Wij bieden deze mensen ondersteuning, waarbij het zo veel mogelijk benutten van de beschikbare arbeidsmogelijkheden centraal staat. In overleg met het ministerie van SZW hebben we ervoor gekozen om ons ook te richten op de groep aan wie om arbeidskundige redenen een volledige WIA/WGA‑uitkering is toegekend (80‑100%). Door gemiddeld 2 keer per jaar contact te leggen met klanten met een WIA/WGA‑uitkering, willen we WIA‑gerechtigden met arbeidsmogelijkheden in beeld houden. In de praktijk zien wij dat het realiseren van deze intentie moeizamer verloopt dan we hadden gedacht en dat we het beoogde aantal gesprekken nog niet halen. We analyseren momenteel de oorzaken hiervan en hoe we deze kunnen beïnvloeden, ook met het oog op de afspraken met het ministerie van SZW voor 2018. Waar nodig en mogelijk bieden we WIA/WGA‑gerechtigden ondersteuningstrajecten of activerende dienstverlening aan.

UWV beoordeelt of de huidige Wajongers wel of geen arbeidsvermogen hebben. Eind maart 2017 hadden we volgens plan alle oWajongers geïnformeerd over de voorgenomen indeling met betrekking tot hun arbeidsvermogen. Medio mei 2017 hadden we ook alle Wajongers 2010 geïnformeerd over de voorgenomen indeling. Als een Wajonger het niet eens is met de voorgenomen indeling, dan krijgt deze een gesprek en zo nodig een sociaal‑medische beoordeling. Tegen het uiteindelijke besluit dat we nemen, kan de Wajonger bezwaar en beroep aantekenen.

In de eerste 8 maanden van 2017 hebben we 139.900 sociaal‑medische beoordelingen uitgevoerd. Met dit aantal hebben we ruim 10.000 meer beoordelingen uitgevoerd dan in dezelfde periode van 2016 en voldoen we bijna aan de gemaakte afspraak met het ministerie van SZW. We hebben vooral meer beoordelingen uitgevoerd in het kader van de Integrale activering Wajong. Daarentegen blijft het aantal eerstejaars Ziektewet‑beoordelingen achter op de begroting. De totale achterstanden in de diverse uit te voeren beoordelingen zijn in de eerste 8 maanden van 2017 opgelopen. Dit benadrukt het belang van de uitbreiding van de artsencapaciteit en ook de inzet van taakdelegatie. Daarbij zetten we een medisch secretaresse of een medisch verpleegkundige in naast een verzekeringsarts, zodat deze laatste zich maximaal kan richten op de klant. Daarnaast zetten we externe verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen in om onze werkvoorraden te verminderen. Ondanks de intensieve werving van artsen en de focus op taakdelegatie lukt het onvoldoende om de artsencapaciteit uit te breiden tot het benodigde aantal. Het gevolg is dat conform de afgesproken prioritering de achterstanden van de herbeoordelingen verder oplopen.

Dienstverlening ten behoeve van de banenafspraak

Met de Participatiewet is de dienstverlening aan nieuwe jonggehandicapten gedecentraliseerd en ligt de verantwoordelijkheid voor arbeidsmarktbeleid bij gemeenten. Met het oog op uniformiteit zijn gemeenten verplicht bij UWV een aantal diensten af te nemen, zoals het Advies indicatie beschut werk, het Advies medische urenbeperking en de Indicatie banenafspraak. Daarnaast is in de Wet SUWI vastgelegd dat iedere arbeidsmarktregio in samenwerking met UWV komt tot een arbeidsmarktagenda en samenwerkingsafspraken, met in elke regio 1 aanspreekpunt voor werkgevers en 1 registratiesysteem van vacatures en werkzoekenden. In iedere arbeidsmarktregio heeft de centrumgemeente hierin een centrale rol.

Om gemeenten te ondersteunen, beheert UWV onder andere het doelroepregister voor de banenafspraak en kunnen gemeenten gebruikmaken van Sonar/WBS, het digitaal systeem van UWV voor de registratie van werkzoekenden en vacatures. Ook maken we het voor gemeenten mogelijk om hun kandidaten voor de banenafspraak toe te voegen aan de Kandidatenverkenner banenafspraak, de applicatie waarmee werkgevers geanonimiseerde klantprofielen kunnen bekijken. Gemeenten stellen deze klantprofielen voor een belangrijk deel zelf op. Omdat veel gemeenten naast Sonar ook een eigen werkzoekendenregistratie of klantvolgsysteem hanteren, biedt UWV vanaf 1 september 2017 een nieuwe dienst aan: het automatisch inlezen van gemeentelijke klantprofielen in Sonar. Hiermee komen we tegemoet aan de wens van gemeenten om te voorkomen dat ze hun gegevens nogmaals moeten invoeren. Eind augustus 2017 stonden er in de Kandidatenverkenner 155.000 mensen die behoren tot de doelgroep banenafspraak (eind 2016: bijna 140.000). Bijna 74.000 daarvan hebben een volledig profiel (eind 2016: bijna 58.000).

Eind juni 2017 heeft het ministerie van SZW, mede op basis van informatie van UWV, de Landelijke monitor banenafspraak gepubliceerd en de Tweede Kamer geïnformeerd over de voortgang van de banenafspraak. Uit de monitor blijkt dat de marksector meer banen heeft gerealiseerd dan is afgesproken in het sociaal akkoord. De overheid blijft echter achter op de afgesproken doelstelling. Het kabinet heeft daarom voorbereidingen in gang gezet om de quotumregeling voor de overheid te activeren.

Handhaving

We krijgen per jaar duizenden signalen over mogelijke regelovertreding. Deze zijn onder andere afkomstig uit bestandsvergelijkingen tussen uitkerings‑ en loonadministraties (polissignalen). Daarnaast ontvangen we signalen van burgers en instanties (externe signalen) en van UWV‑medewerkers (interne signalen). Deze signalen onderzoeken we. De totale werkvoorraad is in 2017 gedaald van 24.100 naar 10.200 per eind augustus.

Door verschillende ontwikkelingen binnen en buiten UWV is het nodig dat we ons herbezinnen op de aard en de omvang van het gewenste handhavingsniveau. Dit doen we samen met het ministerie van SZW. Het uitgangspunt blijft dat we willen voorkomen dat burgers of werkgevers de regels overtreden. We onderzoeken mogelijkheden om te investeren in data‑analyse en risicomanagement, met als doel om op basis daarvan preventieve handhaving in te zetten. Waar nodig zijn we repressief. Qua preventie maken we graag gebruik van nieuwe inzichten in het gedrag van onze klanten. Een voorbeeld van een onderzoek dat nu loopt, is hoe we kunnen voorkomen dat werkgevers te laat een ziekteaangifte of hersteldmelding van een medewerker met een no‑riskpolis doen. Als we met kleine aanpassingen in onze dienstverlening een te late melding kunnen voorkomen, draagt dat bij aan onze doelstelling van preventie en voorkomen we ook dat de bereidheid om werknemers met een beperking in dienst te nemen afneemt.