UWV‑brede prioriteiten – Interne organisatie 2017

In 2016 hebben we afspraken gemaakt met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) over de dienstverlening op 3 belangrijke terreinen: de dienstverlening aan WW’ers, de dienstverlening aan arbeidsbeperkten en de ICT‑dienstverlening. Dit was nodig omdat onze dienstverlening onder druk is komen te staan als gevolg van de bezuinigingen en de grootschalige wijzigingen in wet‑ en regelgeving in de afgelopen jaren.

UWV vervult een belangrijke maatschappelijke functie: we ondersteunen mensen tijdens hun zoektocht naar werk en voorzien in inkomen bij werkloosheid, ziekte of arbeidsongeschiktheid. Om in de toekomst deze toegevoegde waarde te kunnen blijven leveren, is het van belang dat we investeren in onze organisatie. Het is essentieel dat UWV een stabiele en efficiënt werkende organisatie is. Het gaat hier in de eerste plaats om investeringen in onze medewerkers. Immers, UWV is er voor de mensen, en dat kan dankzij de inzet van onze medewerkers. Daarnaast is onze ICT een onmisbare schakel en een integraal onderdeel van onze dienstverlening. Die moet dus goed op orde zijn.

Investeren in medewerkers

Ons streven is dat alle UWV‑medewerkers met enthousiasme een waardevolle bijdrage kunnen leveren. We vinden het belangrijk dat UWV’ers plezier hebben in het werk en investeren in hun ontwikkeling en vitaliteit. We investeren in het vakmanschap van onze professionals, om hen in staat te stellen mee te gaan met de veranderingen waarvoor we staan. UWV wil een aantrekkelijke werkgever zijn. In 2016 is er een nieuwe cao afgesloten, waarin is opgenomen dat minstens 350 tijdelijke dienstverbanden worden omgezet naar een vast dienstverband. In de eerste 8 maanden van 2017 hebben we 546 dienstverbanden omgezet. Uiteraard zijn bij piekbelastingen of tijdelijke werkzaamheden flexibele vormen van arbeid noodzakelijk voor UWV. Maar waar mogelijk willen we onze mensen zekerheid geven over hun loopbaan bij UWV. In de eerste 8 maanden van 2017 zijn 29 medewerkers boventallig geworden; dat zijn er aanzienlijk minder dan de 178 medewerkers in dezelfde periode in 2016.

Om invulling te geven aan professionele dienstverlening is het belangrijk dat UWV als bedrijf midden in de maatschappij staat en een goede verbinding met klanten heeft. We zijn een inclusieve werkgever en streven naar een divers personeelsbestand; onze medewerkers vormen een afspiegeling van de samenleving en voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt is in onze organisatie een plek. UWV draagt ook bij aan de doelstelling van de banenafspraak, namelijk het creëren van 125.000 banen voor mensen met een arbeidsbeperking. In de periode 2016 tot en met 2020 willen we 250 personen duurzaam plaatsen. Inmiddels werken er al 252 personen uit het doelgroepregister binnen UWV.

De gemiddelde leeftijd van de UWV‑medewerkers is hoog, ongeveer 49 jaar. Om de diversiteit te vergroten, gaan we bewust op zoek naar jongere werknemers, ook om de continuïteit van kennis en expertise binnen UWV te borgen. Begin 2017 is besloten dat we ook de komende jaren ongeveer 130 pas afgestudeerde jongeren de kans bieden om met een tijdelijk contract werkervaring op te doen bij UWV. Naast de tijd die ze besteden aan opdrachten en projecten voor UWV, krijgen zij ruimte om te werken aan hun eigen ontwikkeling. Vrijwel al deze trainees hebben na afloop van het jaarcontract een baan, soms binnen UWV en soms daarbuiten. Op 10 november 2017 start een nieuwe traineegroep. De werving daarvoor is medio augustus begonnen.

Toekomstbestendige ICT

Voor overheidsorganisaties en dus ook voor UWV is het van belang oog te houden voor de borging van beveiliging en privacy. We verwerken en verstrekken immers dagelijks veel persoonsgegevens in onze ICT‑applicaties. Om hier zo zorgvuldig mogelijk mee om te gaan, nemen we daarbij informatiebeveiligingseisen en privacyregels in acht. In 2017 zetten we extra budget in om de applicaties die we gebruiken, conform de vereiste normen en regels, te verbeteren.

Begin 2017 heeft de minister van SZW het (herijkte) UWV Informatieplan 2017–2021 (UIP) aan de Tweede Kamer aangeboden. In dat plan geven we inzicht in wat we willen, kunnen en nodig hebben om onze ICT (en daarmee de dienstverlening) toekomstbestendig en wendbaar te maken. Omdat onze verandercapaciteit beperkt is, brengen we een prioritering aan. De hoogste prioriteit blijft de continuïteit en stabiliteit van het ICT‑landschap. De uitvoering van het UIP, en daarmee de toekomstbestendigheid van UWV, kan onder druk komen te staan als er grote veranderingen in wet‑ en regelgeving worden aangebracht. Dit zou mogelijk kunnen gebeuren bij het aantreden van een nieuw kabinet. We gaan op constructieve wijze het gesprek aan met het ministerie over wanneer veranderingen in wet‑ en regelgeving kunnen plaatsvinden zonder dat de toekomstbestendigheid van het ICT‑landschap in gevaar komt. De Algemene Rekenkamer onderschrijft dit belang in het rapport UWV, balanceren tussen ambities en middelen: ‘Het is relevant dat het parlement zich juist ook in de komende jaren realiseert dat de ICT‑opgave van UWV beperkingen met zich mee kan brengen in de mate waarin politieke ambities kunnen worden gerealiseerd.’ Eind september 2017 hebben we, samen met het UWV Jaarplan 2018, het UWV Informatieplan 2018–2022 aan de minister van SZW aangeboden.

Ambities en middelen

Het genoemde Rekenkamer‑rapport is begin 2017 gepubliceerd en aan de Tweede Kamer gezonden. De Algemene Rekenkamer concludeert: ‘Ondanks vele beleidswijzigingen en bezuinigingen is UWV erin geslaagd in de afgelopen jaren de opgedragen kerntaken adequaat uit te voeren: het verstrekken van uitkeringen aan werklozen, zieken en arbeidsongeschikten, het uitvoeren van sociaal‑medische beoordelingen en beheren van gegevens. Dat is geen geringe prestatie.' De aanbevelingen van de Algemene Rekenkamer zijn gericht op verdere verbetering van samenwerking, informatievoorziening en communicatie tussen UWV en het ministerie van SZW. Deze hebben we omgezet in acties die UWV en het ministerie samen oppakken. Zo geven we het ministerie nu meer inzicht in de relatie tussen prestaties en kosten.