Dienstverleningsmodel voor WW’ers 2018

We streven ernaar om klanten met een WW‑uitkering, op basis van een persoonlijk gesprek, dienstverlening op maat te bieden. De individuele arbeidsmarktpositie van de klant is daarbij leidend. We vragen elke WW’er daarom aan het begin van zijn werkloosheid de Werkverkenner in te vullen. Dat is een wetenschappelijk ontwikkelde online vragenlijst die inzicht geeft in de kans op werkhervatting binnen 1 jaar en de factoren die daarop van invloed zijn.

 

2018

 

t/m april

Aantal WW'ers ingestroomd in dienstverlening gericht op werk

105.800

Met een zwakke of matige arbeidsmarktpositie

21.500

Met een goede of zeer goede arbeidsmarktpositie

48.000

WW'ers die de Werkverkenner niet hebben ingevuld

36.300

Van degenen die de Werkverkenner niet hebben ingevuld, heeft een deel inmiddels al werk gevonden of heeft werk in het vooruitzicht, een ander deel is niet‑digivaardig. Indien we hiervoor corrigeren, schatten we op basis van onderzoek in dat 80% van de nieuwe WW’ers de Werkverkenner invult. 31% van de klanten die de Werkverkenner invult, heeft een zwakke of matige arbeidsmarktpositie.

Werkoriëntatiegesprekken

WW’ers die een grote afstand tot de arbeidsmarkt hebben (maximaal 50% kans op werkhervatting binnen 1 jaar) en daardoor een verhoogd risico lopen op langdurige werkloosheid, nodigen we uit voor een werkoriëntatiegesprek. In dat gesprek worden afspraken gemaakt over de (sollicitatie)activiteiten die de klant zal ondernemen. Klanten uit de groepen die volgens de Werkverkenner gemiddeld een goede of zeer goede arbeidsmarktpositie hebben, krijgen deze vorm van dienstverlening alleen wanneer zij aangeven dat ze hieraan behoefte hebben of als de adviseur op basis van aanvullende analyse tot de conclusie komt dat aanvullende dienstverlening mogelijk toch nodig is. Eind april hadden we 91% van de klanten die een werkoriëntatiegesprek krijgt ook daadwerkelijk gesproken. De resterende 9% is ingepland, of moet nog worden ingepland.

 

2018

 

t/m april

Aantal werkoriëntatiegesprekken

40.200

Met WW'ers met een zwakke of matige arbeidsmarktpositie

17.400

Met WW'ers met een goede of zeer goede arbeidsmarktpositie

12.500

Met WW'ers die de Werkverkenner niet hebben ingevuld

10.300

We hebben 83% van de werkoriëntatiegesprekken met de mensen met een zwakke of matige arbeidspositie (0–50% kans op werkhervatting binnen 1 jaar) binnen 4 weken gevoerd. Hiermee voldoen we aan de met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) afgesproken norm (80%).

Werkplannen

Iedere WW’er ontvangt na het eerste gesprek met een adviseur werk een werkplan. Daarin staan de afspraken die de adviseur werk met de klant heeft gemaakt over diens inspanningen om weer aan het werk te komen. Wanneer is afgesproken om aanvullende dienstverlening in te zetten, dan worden de afspraken daarover ook in het werkplan opgenomen. Aanvullende dienstverlening wordt alleen ingezet als dat naar de inschatting van de adviseur werk effectief is. In de eerste 4 maanden van 2018 is een werkplan met aanvullende dienstverlening opgesteld voor 45% van de 21.500 nieuwe WW’ers met een zwakke of matige arbeidsmarktpositie, en voor 22% van de 48.000 nieuwe WW’ers met een goede of zeer goede arbeidsmarktpositie.

 

2018

 

t/m april

Aantal opgestelde werkplannen met aanvullende dienstverlening

25.600

Voor met WW'ers met een zwakke of matige arbeidsmarktpositie

9.700

Voor WW'ers met een goede of zeer goede arbeidsmarktpositie

10.700

Voor WW'ers die de Werkverkenner niet hebben ingevuld

5.200

Monitor- en coachingsgesprekken

Als er na 6 maanden werkloosheid nog geen gesprek is geweest, nodigen we de WW’er uiterlijk in de zevende maand uit voor een monitorgesprek. Doel van dit gesprek is om de voortgang van de sollicitatieactiviteiten te bewaken en te bezien of aanvullende dienstverlening door UWV wenselijk is. In de eerste 4 maanden van 2018 hebben we 9.500 monitorgesprekken gevoerd.

Via coachingsgesprekken bieden we de klant verdere ondersteuning en reiken we handvatten aan waarmee hij actief en gemotiveerd naar werk kan blijven zoeken. In de eerste 4 maanden van 2018 hebben we 30.600 van deze gesprekken gevoerd.

Effectmeting

We zijn, in overleg met het ministerie van SZW, op 1 december 2017 gestart met een meting die inzichtelijk moet maken wat de toegevoegde waarde is van persoonlijke dienstverlening aan WW’ers. We meten daarvoor de effecten van de persoonlijke dienstverlening op de uitstroom naar werk en de arbeidsmarktpositie van werkzoekenden op langere termijn. Verder onderzoeken we of de persoonlijke dienstverlening kosteneffectief is. Omdat we ook de langetermijneffecten onderzoeken, zal een eindrapport pas in 2022 verschijnen. In het voorjaar van 2020 verwachten we een eerste rapport over de tussenstand.

Intensieve begeleiding

We willen uiteraard zo veel mogelijk voorkomen dat WW’ers in de bijstand terechtkomen en langdurig aan de kant komen te staan. Daarom intensiveren we in steeds meer regio’s de samenwerking met gemeenten. Zo begeleiden we in Noord‑Holland samen met gemeenten WW’ers die tegen de maximale duur van hun WW‑uitkering aanzitten intensief naar een nieuwe baan. Daarbij kijken we uitgebreid naar hun cv. De helft van de mensen die we begeleiden zijn 50 jaar of ouder en hebben hun baan verloren omdat het beroep verdwijnt. Het gaat dan bijvoorbeeld om administratieve banen.