Verzekeringsartsencapaciteit 2018

Om aan het aantal aanvragen voor een (her)beoordeling te kunnen voldoen, is een bepaalde artsencapaciteit nodig. Meerdere keren per jaar maken we een inschatting van de beschikbare en de benodigde capaciteit. UWV heeft moeite om voldoende capaciteit op de been te brengen. Het aantal op de arbeidsmarkt beschikbare deskundigen is schaars, de druk neemt alleen maar toe door de aantrekkende economie en de vergrijzing van de verzekeringsartsenpopulatie.

 

Gemiddeld

Gemiddeld

Aantal fte's

 

aantal fte's

aantal personen

eind december

 

2018 t/m april

2018 t/m april

2017

Aantal geregistreerd verzekeringsartsen zonder taakdelegatie

224

266

221

Aantal geregistreerd verzekeringsartsen met taakdelegatie

175

197

167

Aantal AIOS'en

135

153

121

Aantal ANIOS'en

116

134

140

Aantal verzekeringsartsen extern en ingehuurd

91

114

84

Subtotaal

741

864

733

    

Opleidingsinvestering

   

Begeleiding A(N)IOS'en en neventaken

-48

 

-53

Opleiding AIOS'en

-59

 

-54

Opleiding ANIOS'en

-48

 

-21

Subtotaal

-155

 

-128

    

Extra capaciteit

   

Taakdelegatie

112

 

107

Subtotaal

112

 

107

    

Totaal netto verzekeringsartsencapaciteit

698

 

712

We willen toe naar een situatie waarin de beschikbare netto verzekeringsartsencapaciteit structureel uitsluitend bestaat uit geregistreerde verzekeringsartsen die zo veel mogelijk werken met taakdelegatie, aangevuld met basisartsen in dienst van UWV die in opleiding zijn tot verzekeringsarts (AIOS’en) en enkele artsen die niet in opleiding zijn tot specialist (ANIOS’en) die we mogelijk kunnen werven voor die opleiding. Het aanbod van ANIOS’en is echter niet voldoende. Bovendien is er sprake van een groot verloop onder aangetrokken ANIOS’en, vooral door vertrek naar een positie in de curatieve sector. Hun bijdrage aan de productie is daardoor minder groot dan verwacht, en onze opleidingsinspanningen hebben maar zeer beperkt rendement. De opleiding en begeleiding die we inzetten hebben een groter negatief effect op de beschikbare productieve capaciteit dan geraamd voor 2018. We hebben nog weinig ervaring met de huidige verhouding tussen ervaren personeel en grote hoeveelheden artsen in opleiding. Dit maakt ramen lastig.

De afgelopen periode hebben we veel gedaan om nieuwe artsen te werven en geworven artsen te behouden door ze te boeien en te binden. In de eerste 4 maanden van 2018 hebben we 40 artsen geworven, voornamelijk basisartsen. Dit heeft niet geleid tot een hogere nettobezetting van verzekeringsartsen. In de eerste 4 maanden van 2018 bedroeg de nettocapaciteit gemiddeld 698 fte’s. Dit is lager dan eind december 2017 (712 fte’s) en fors lager dan in de eerste 4 maanden van 2017 (720 fte’s). Dit is vooral het gevolg van een hogere opleidingsinvestering, geaccordeerde neventaken en het verloop onder ANIOS’en.

De nu beschikbare capaciteit zou echter voldoende moeten zijn om het reguliere werkpakket van 2018 te realiseren. Toch staat de afhandeling daarvan onder druk en loopt de voorraad professionele herbeoordelingen op. Dit komt onder andere doordat we, nu de herindelingsoperatie in het kader van de Integrale activering Wajong is afgerond, voor een deel andere, meer capaciteit vergende beoordelingen uitvoeren dan vorig jaar. Complicerende factor is dat onervaren artsen meer tijd nodig hebben voor complexe (her)beoordelingen. Een andere, tijdelijke, oorzaak voor de oplopende voorraden is een hoog ziekteverzuim in de eerste 4 maanden van 2018 als gevolg van de langdurige griepepidemie. Deze velde ook veel verzekeringsartsen.

Productiviteit vergroten

Om de productiviteit te vergroten, stimuleren we verzekeringsartsen om gebruik te maken van taakdelegatie. Daarbij ondersteunt een sociaal‑medisch verpleegkundige of medisch secretaresse de verzekeringsarts, waardoor deze meer tijd kan besteden aan vakinhoudelijke taken.

Voor de uitvoering van de eerstejaars Ziektewet‑beoordelingen is een methodiek ontwikkeld die helpt om, met het oog op de situatie van de klant, de juiste aanpak te bepalen en de beschikbare verzekeringsartsencapaciteit zo productief mogelijk in te zetten. In afstemming met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) is deze werkwijze landelijk in gebruik genomen, waarbij we de kwaliteit van de methodiek borgen.

Duurzamere oplossing

We willen het werkvolume en de beschikbare capaciteit met innovatieve middelen duurzamer in balans brengen en hebben hierover advies ingewonnen bij een groep van experts. Deze groep bestaat uit de vak- en beroepsgroep van verzekeringsartsen en bedrijfsartsen (de Nederlandse Vereniging voor Verzekeringsgeneeskunde (NVVG), de vakvereniging van verzekeringsartsen bij UWV Novag en de Nederlandse Vereniging voor Arbeids- en Bedrijfsgeneeskunde (NVAB)), de wetenschap (VUmc en AMC) en UWV. De expertgroep heeft in april 2018 een rapport uitgebracht aan de raad van bestuur. Dit rapport bevat een inventarisatie van voorstellen van individuele leden van de expertgroep, die een bijdrage leveren aan het oplossen van het artsentekort. We doen nader onderzoek naar de adviezen en aanbevelingen en implementeren deze al waar mogelijk.