Nieuwe wet- en regelgeving 2018

Regelgeving is voortdurend aan verandering onderhevig. Er komen nieuwe wetten en regels bij, en bestaande wet- en regelgeving wordt verbeterd. We toetsen beleidsvoornemens in een zo vroeg mogelijk stadium op uitvoerbaarheid en geven aan waar we knelpunten voorzien. Vervolgens maken we afspraken met onze opdrachtgever over het tempo en de wijze waarop we het nieuwe beleid voorbereiden en uitvoeren. Het nieuwe regeerakkoord betekent dat we veel nieuwe wet- en regelgeving moeten voorbereiden.

Aanpassing Dagloonbesluit

Op 1 juli 2015 is met de Wet werk en zekerheid (Wwz) ook een nieuw Dagloonbesluit in werking getreden. Al snel bleek dit Dagloonbesluit voor bepaalde groepen WW‑uitkeringsgerechtigden een negatief effect te hebben. De minister heeft toen besloten dat het Dagloonbesluit gerepareerd moest worden en dat degenen die schade hadden ondervonden, gecompenseerd moesten worden. De groep gedupeerden is zo omvangrijk, dat dit gefaseerd gebeurt. Op 1 januari 2017 is het dagloon herzien voor de eerste groep uitkeringsgerechtigden, namelijk flexwerkers, starters en zieken die na 104 weken ziekte in de WW zijn ingestroomd. Aan hen is in april 2017 een tegemoetkoming betaald. Voor uitkeringsgerechtigden bij wie sprake is van samenloop van meerdere rechten (de zogenaamde herlevers) is het dagloon in januari 2018 herzien; zij hebben hun tegemoetkoming ontvangen in april 2018.

De laatste groep uitkeringsgerechtigden voor wie het dagloon nog gerepareerd moet worden, is de groep die ziek is geweest in de referteperiode, maar niet de wachttijd van 104 weken heeft volgemaakt. Vanaf 1 december 2017 bepalen we het dagloon voor deze groep op basis van de nieuwe regels. Uitkeringsgerechtigden uit deze doelgroep die in de periode tussen 1 juli 2015 en 1 december 2017 een lagere uitkering hebben ontvangen, hebben mogelijk recht op een tegemoetkoming. Zij kunnen zich van 1 januari tot 1 juli 2018 via de website van UWV melden voor een tegemoetkoming. Tot en met april 2018 zijn ongeveer 400 meldingen ontvangen. We beoordelen de ingediende aanvragen vanaf 1 juli, uitbetaling vindt uiterlijk in het najaar van 2018 plaats.

Compensatieregeling ZEZ

Tussen mei 2005 en juni 2008 hadden vrouwelijke zelfstandigen geen recht op een zwangerschaps- en bevallingsuitkering. Medio 2017 heeft de Centrale Raad van Beroep vastgesteld dat deze vrouwen alsnog recht op geld hebben. Hiervoor is de compensatieregeling Zelfstandig en Zwanger (ZEZ) in het leven geroepen. Elke vrouw die in de betreffende periode is bevallen en kan aantonen dat zij werkzaam was als zelfstandige, heeft per bevalling recht op € 5.600 compensatie. We verwachten dat maximaal 20.000 vrouwen een beroep op de compensatieregeling zullen doen. UWV en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) zoeken samen de publiciteit om zo veel mogelijk vrouwen te bereiken. Zij kunnen van 25 mei tot en met 30 september 2018 via onze website uwv.nl een aanvraag indienen. Ons kantoor in Heerlen, dat ook alle reguliere ZEZ‑aanvragen behandelt, heeft uitzendkrachten aangetrokken om de compensatieregeling te kunnen uitvoeren. De toegekende compensatie zal in 2019 worden uitbetaald.

Verzamelwet SZW 2019

De Verzamelwet SZW 2019 is getoetst op uitvoerbaarheid. We hebben vastgesteld dat de wijzigingen in het wetsvoorstel uitvoerbaar zijn. Het voorstel om Wajongers die met levenlanglerenkrediet studeren alsnog recht op een Wajong‑uitkering te geven, is na de uitvoeringstoets verder uitgewerkt. Deze uitwerking wordt alsnog getoetst.

Quotumregeling

Begin 2018 hebben we forse stappen gezet in de implementatie van de quotumregeling. Werkgevers die in het kader van de banenafspraak mensen met een arbeidsbeperking een arbeidsplek bieden, maken daarvoor (aanvankelijk) vaak gebruik van een inleenconstructie. Het dienstverband wordt dan echter in de polisadministratie op naam van het uitzendbureau of detacheringsbureau geregistreerd. We werken hard aan een oplossing die ervoor moet zorgen dat de verloonde uren meetellen voor het quotum van de werkgever waar de werknemer daadwerkelijk werkt.

Eind maart 2018 is een grote mijlpaal bereikt met het berekenen van de quotumpercentages, de overdracht van uren en het berekenen en aanmaken van alle quotumheffingen. We voeren intensief overleg over de inleenconstructie met uit- en inleners. Naar aanleiding van daar gerezen wensen bezien we mogelijkheden om (de uitvoering van) de inleenconstructie te vereenvoudigen. In de eerste maanden van 2018 hebben we kans gezien om vereenvoudigingen in te plannen en door te voeren in de basisvariant van de inleenconstructie. Deze zal eind 2018 klaar zijn.

Wet tegemoetkomingen loondomein

De Wet tegemoetkomingen loondomein (Wtl) voorziet in 3 nieuwe instrumenten om mensen met een kwetsbare positie op de arbeidsmarkt in dienst te nemen of te houden, zoals ouderen, jongeren, werknemers met een laag loon en mensen met een arbeidsbeperking, inclusief de mensen die behoren tot de doelgroep voor de banenafspraak. Het gaat om het lage‑inkomensvoordeel (LIV) (een tegemoetkoming in de loonkosten), het loonkostenvoordeel (LKV) en het jeugd‑LIV. Het programma Wtl heeft tot doel om te borgen dat alle wijzigingen volledig, tijdig en zorgvuldig worden geïmplementeerd binnen UWV en de Belastingdienst. Het lage‑inkomensvoordeel is ingegaan op 1 januari 2017; het jeugdlage‑inkomensvoordeel en het loonkostenvoordeel op 1 januari 2018. De betalingen vinden na afloop van het kalenderjaar plaats. Voor het lage‑inkomensvoordeel gebeurt dit voor het eerst uiterlijk medio september 2018, voor de overige 2 regelingen uiterlijk medio september 2019.

In de eerste 4 maanden van 2018 hebben we met een rekenapplicatie het lage‑inkomensvoordeel voorlopig berekend. Alle 93.600 werkgevers die volgens de polisadministratie in aanmerking komen, hebben vervolgens tijdig, voor 15 maart 2018, een voorlopige berekening ontvangen voor in totaal circa 400.000 werknemers. Het gaat om een bedrag van circa € 473 miljoen; dat is binnen budget. Werkgevers hebben tot en met 1 mei 2018 de tijd om de bedragen te controleren en eventuele correcties in de aangifte loonheffingen door te geven. Als deze verwerkt zijn, voert UWV de definitieve berekeningen uit en geeft die door aan de Belastingdienst. De Belastingdienst verstuurt de beschikkingen uiterlijk 31 juli 2018. We hebben medewerkers opgeleid om vragen van werkgevers over het lage‑inkomensvoordeel te beantwoorden. De schermen in de applicatie Wtl die daarbij nodig zijn, zijn in gebruik genomen.

Werknemers die loonkostenvoordeel willen ontvangen, moeten hiervoor een doelgroepverklaring aanvragen. Gedurende de eerste 3 maanden van 2018 hebben we 6.710 aanvragen ontvangen. Hiervan zijn er 3.888 ingediend door een gemachtigde; dit is in de regel de werkgever. Van gemeenten ontvingen we tot en met april slechts 66 aanvragen voor een doelgroepverklaring. Dit aantal blijft fors achter bij de inschatting van 2.000 tot 5.000 op jaarbasis. Op dit moment is onduidelijk waarom dit zo is. Het ministerie van SZW evalueert in mei en juni het aanvragen van doelgroepverklaringen door gemeenten. UWV ondersteunt het ministerie daarbij.

Verlaging Wajong-uitkering

In het kader van de Participatiewet heeft UWV in de periode 2015–2017 mensen met een uitkering volgens de oude Wajong (oWajong) en de Wajong 2010 ingedeeld in 2 groepen: Wajongers met arbeidsvermogen en Wajongers zonder arbeidsvermogen. Voor Wajongers met arbeidsvermogen is de uitkering met ingang van 1 januari 2018 verlaagd van 75% naar 70% van het wettelijk minimumloon. Deze Wajongers zijn via verschillende kanalen geïnformeerd dat zij in verband met deze verlaging mogelijk recht hebben op een toeslag volgens de Toeslagenwet.