Rechtmatigheid aanbestedingen 2018

UWV hanteert de regels van de Aanbestedingswet 2012. Afwijkingen van deze regels worden gemotiveerd voorgelegd aan de raad van bestuur. Deze verleent een akkoord als de afwijking noodzakelijk is voor een ongestoorde dienstverlening aan de klant, want die staat voor UWV voorop. Soms levert een te strikte keuze voor rechtmatigheid forse risico’s op, in financieel opzicht en/of voor de continuïteit van onze dienstverlening aan de klant. Dan besluiten we om geen nieuwe aanbesteding te starten, of om daar langer de tijd voor te nemen om zo een zorgvuldige overgang naar een nieuwe leverancier te borgen. De komende jaren hebben we te maken met een aantal grote aanbestedingen, zoals die voor een nieuw datacentrum, voor nieuwe applicatieleveranciers (voor online dienstverlening) en voor backofficeapplicaties. Aanbestedingen voor het ICT‑landschap en de daaruit voortkomende migratietrajecten leggen een zeer grote druk op de verandercapaciteit van UWV. We kiezen er daarom voor aanbestedingen te doen op momenten die logisch samenhangen met de verdere ontwikkeling van applicaties binnen ons ICT‑landschap. Op deze wijze leveren aanbestedingen een strategische bijdrage aan de langetermijncontinuïteit en stabiliteit van onze dienstverlening en voorkomen we kapitaalvernietiging en capaciteitsverspilling door migraties die louter zijn ingegeven door aflopende contracten.

Uiteraard werken we er voortdurend aan om onrechtmatigheid te beperken. Daarom hebben we een aanbestedingskalender opgesteld waarmee we aanbestedingen op tijd kunnen starten. Verder onderzoeken we per situatie de oorzaken van de bestaande onrechtmatigheid, zodat we adequate maatregelen kunnen treffen. Zo heeft de aanbesteding voor Informatievoorzieningsfuncties (IV‑functies) een belangrijke afname van onrechtmatige inhuur tot gevolg gehad. Door gewijzigde aanbestedingswetgeving kunnen artsen en arbeidsdeskundigen niet meer rechtmatig via de flexpool worden ingehuurd. Hierdoor is de onrechtmatigheid toegenomen. De aanbesteding wordt eind mei gepubliceerd, hiermee komt er per 1 juli een eind aan deze onrechtmatige inkoop. Eind april 2018 bedroeg de onrechtmatige externe inhuur € 27 miljoen. Tweemaal per jaar voeren we een scan uit op de aanwezigheid van onrechtmatige ICT‑licenties en applicaties. Op basis van de uitkomsten nemen we een beslissing om de onrechtmatigheid op te heffen.

In overeenstemming met de wettelijke regels betrekken we bij de berekening van onrechtmatigheid de totale kosten over de periode van onrechtmatigheid in het jaar van de onrechtmatige handeling. Het absolute bedrag aan onrechtmatigheid in een verslagjaar is daardoor onder andere afhankelijk van het aantal contractmutaties en afgeronde aanbestedingstrajecten in dat verslagjaar. In de eerste 4 maanden van 2018 is, om de bedrijfscontinuïteit te garanderen, een aantal contracten ter waarde van € 1,5 miljoen onrechtmatig afgesloten of verlengd. Over dezelfde periode hebben wij een onrechtmatigheid van uitgaven vastgesteld van € 2,9 miljoen.