WW‑fraude 2019

We besteden sinds 2009 aandacht aan fraude met WW‑uitkeringen door arbeidsmigranten. Tegen de achtergrond van een stijgende aantal uitkeringen voor arbeidsmigranten zijn de onderzoeken en handhavingsacties gericht op arbeidsmigranten uit Midden- en Oost‑Europa sinds 2014 geïntensiveerd. Er waren signalen over steeds geraffineerdere fraude, waarbij malafide tussenpersonen betrokken waren. Hiernaar zijn onderzoeken gestart die aanleiding gaven tot strafrechtelijk onderzoek. De handhavingsonderzoeken hebben ons steeds meer inzicht verschaft in de werking en het veranderende karakter van de WW‑fraude door arbeidsmigranten.

Met de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) hebben we eind 2018 afgesproken dat we extra maatregelen uitwerken om WW‑fraude door arbeidsmigranten tegen te gaan. We zijn hiermee inmiddels volop bezig.

  • We gaan aangescherpte controles verrichten om te achterhalen of iemand verwijtbaar werkloos is of ongeoorloofd in het buitenland verblijft. Op basis van data‑analyse en expertise van medewerkers zijn hiervoor profielen ontwikkeld die we sinds april gebruiken bij het vaststellen van het recht op en de continuering van WW‑uitkeringen. We ontwikkelen de profielen de komende maanden door om aanvragen waarbij sprake is van vermoedelijke fraude straks nog beter te kunnen selecteren.

  • Bij het verstrekken van een uitkering wordt het adres in de Basisregistratie personen (BRP) nog meer leidend dan nu al het geval is. UWV zal de WW’ers met een woonadres in het buitenland verzoeken zich in te schrijven als ingezetene met een binnenlands woonadres. Dit moet ervoor zorgen dat er tijdens de duur van de uitkering altijd zicht is op de daadwerkelijke verblijfplaats van de uitkeringsgerechtigde. Het ministerie van SZW bekijkt momenteel of inschrijving als ingezetene in Nederland een voorwaarde voor het recht op een WW‑uitkering kan worden.

  • We intensiveren de controle op adresgegevens. Dat doen we onder andere door regelmatig adresvergelijkingen uit te voeren, in samenwerking met andere partijen zoals gemeenten, de Belastingdienst en de Sociale Verzekeringsbank. Afwijkende adressen worden nader onderzocht en kunnen leiden tot nader fraudeonderzoek.

  • We verrichten ook onderzoek naar die situaties waarin meerdere uitkeringen op 1 adres worden verstrekt. We controleren of de betrokken personen terecht een beroep doen op de WW en of ze daadwerkelijk op dat adres verblijven. Uit dit onderzoek blijkt dat wanneer er sprake is van 3 of meer lopende uitkeringen op 1 adres in combinatie met inschrijving in de Registratie Niet‑Ingezetenen (RNI), er een groter risico bestaat dat betrokkenen de verplichting om gedurende de WW in Nederland te verblijven niet naleven.

  • Het proces rond de papieren WW‑aanvraag hebben we aangescherpt. Papieren aanvraagformulieren moeten worden aangevraagd op een UWV‑vestiging. De aanvrager moet zich daarbij altijd legitimeren en UWV registreert – uiteraard conform de wettelijke voorschriften – diens persoonsgegevens. Als de uitkering wordt toegekend, wordt de uitkeringsgerechtigde binnen 4 weken opgeroepen voor een werkoriëntatiegesprek. We zien erop toe dat hij daadwerkelijk verschijnt; het bezoek vormt een extra controle op verblijf in Nederland. Indien iemand zonder geldige reden niet komt opdagen, zullen we een maatregel opleggen.

  • We gaan strenger controleren op de betrouwbaarheid van tussenpersonen. Wanneer iemand voor de WW naar een kantoor komt en zich laat vertegenwoordigen of vergezellen door een tussenpersoon, dan registreren we de naw‑gegevens van deze tussenpersoon, inclusief het nummer van diens paspoort of ID‑kaart. Deze registratiegegevens van tussenpersonen gaan we periodiek vergelijken. Indien daartoe aanleiding bestaat, zullen we onderzoek instellen. We zoeken de samenwerking met bonafide tussenpersonen. In mei 2019 is in de regio Den Haag een eerste bijeenkomst gehouden met ongeveer 15 tussenpersonen. Daarbij hebben we hen geïnformeerd over wet- en regelgeving en besproken of bonafide samenwerking kan worden gecertificeerd. Op korte termijn volgen bijeenkomsten in andere regio’s.

  • We onderzoeken of we intensiever kunnen controleren op verwijtbare werkloosheid in de uitzendsector. Daarvoor zijn we een pilot gestart in samenwerking met de brancheorganisaties Algemene Bond Uitzendondernemingen (ABU) en de Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen (NBBU). Daarbij vragen we, in aanvulling op de informatie van de werkloze werknemer, ook bij de werkgever na waarom het dienstverband is beëindigd en of de werknemer passend werk is aangeboden. We gaan na of dit een effectieve manier is om te achterhalen of iemand verwijtbaar werkloos is. De voorlopige resultaten van de pilot, die liep van januari tot en met april 2019, zijn erg positief maar kunnen niet worden geëxtrapoleerd. We bekijken hoe we de pilot een vervolg kunnen geven.

  • We gaan intensiever samenwerken met partners in het sociaal domein zoals de Landelijke Stuurgroep Interventieteams (LSI) en de Inspectie SZW. We sluiten aan bij het programma Landelijke Aanpak Adreskwaliteit (LAA), waarin gemeenten, uitvoeringsorganisaties en departementen samenwerken aan het verhogen van de kwaliteit van adresgegevens in de BRP.

  • We gaan naar medewerkers die een fraudemelding doen beter terugkoppelen wat we met hun signaal gaan doen.

  • We zullen de minister jaarlijks – los van het jaarverslag – een zogeheten signaleringsbrief sturen over de geconstateerde signalen en fenomenen uit de verschillende fraudeonderzoeken en welke actie we naar aanleiding daarvan hebben ondernomen. Deze brief bevat indien nodig beleidsaanbevelingen, waaronder eventuele wetsaanpassingen of verzoeken om de uitvoering beter te faciliteren. De minister zal deze rapportage toesturen aan de Tweede Kamer, voorzien van een beleidsreactie. De Tweede Kamer krijgt daarmee een belangrijke rol bij de afweging van handhavingsprioriteiten. De signaleringsbrief zal gelijk met de junibrief (zie hieronder) naar de Tweede Kamer worden gestuurd.

Op 1 februari 2019 heeft de minister de Tweede Kamer geïnformeerd over de stand van zaken rondom de fraudemaatregelen. Op dit moment werken we samen met het ministerie van SZW aan een nieuwe brief over de stand van zaken. Deze wordt in juni 2019 aan de Tweede Kamer aangeboden.