Fraudethema’s 2019

We doen onderzoek naar meer georganiseerde fraude. Dit type onderzoek heeft, naast het opsporen van individuele regelovertreding, vooral als doel inzicht te verkrijgen in de omvang en impact van (mogelijke) fraudefenomenen, zodat we daarover adviezen kunnen geven aan de verschillende UWV‑onderdelen, de ketenpartners en het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Sinds eind 2018 hebben we ons grotendeels gericht op maatregelen tegen adresfraude. Hierdoor konden we minder tijd aan andere fraudethema’s besteden. Dit heeft geleid tot minder voortgang op een aantal thema’s. In de eerste 4 maanden van 2019 hebben we voor fraudethema’s in totaal € 3,2 miljoen (eerste 4 maanden van 2018: € 2,8 miljoen) teruggevorderd, € 0,45 miljoen (eerste 4 maanden van 2018: € 0,43 miljoen) aan boetes opgelegd en € 6,9 miljoen (eerste 4 maanden van 2018: (€ 11,9 miljoen) bespaard doordat uitkeringen zijn stopgezet of niet zijn toegekend.

Faillissementen

Evenals in 2018 hebben we in de eerste 4 maanden van 2019 op dit thema minder capaciteit ingezet. Het aantal faillissementen is historisch laag en de uitkeringsafdelingen zijn in staat bepaalde situaties, zoals vraagstukken over verzekeringsplicht bij bestuurders, zelf af te handelen. Toch blijven er meldingen binnenkomen die onderzoek van handhavingsexperts vergen. We zorgen ook dat we op de hoogte blijven van ontwikkelingen op het gebied van faillissementsfraude. Binnen het thema faillissementen doen we vooral op basis van interne signalen onderzoek naar verdachte aanvragen voor een faillissementsuitkering. Het betreft onderzoek naar zowel uitkeringen die nog niet tot betaling zijn gekomen als uitkeringen die al lopen. In januari 2019 is een interne evaluatiebijeenkomst over dit thema gehouden. Het conceptbevindingenrapport geeft inzicht in de huidige stand van zaken binnen en rondom het thema gedurende de jaren 2016 tot en met 2018. In het rapport wordt ook ingegaan op de verhouding tussen het aantal faillissementen en het aantal fraudemeldingen, en op de factoren die (een positieve of negatieve) invloed hebben op de uitvoering van het themaonderzoek.

Gezondheidsfraude

Een klant pleegt gezondheidsfraude als hij, zonder dat te melden bij UWV, activiteiten vertoont die niet passen bij zijn door ons vastgestelde belastbaarheid. Als er sprake is van vermoedelijke gezondheidsfraude, dan verstrekken we deze informatie voor een (her)beoordeling door een verzekeringsarts. Tot en met eind april 2019 zijn naar aanleiding van onderzoeken naar gezondheidsfraude 28 klanten ingepland voor een herbeoordeling.

Gefingeerde dienstverbanden

Een gefingeerd dienstverband is een schijnconstructie waarbij personen in de personeels‐ en loonadministratie worden opgenomen, terwijl er feitelijk geen sprake is van een dienstverband of het verrichten van arbeid. Het aanvragen en ontvangen van een uitkering op basis van een gefingeerd dienstverband is onrechtmatig. UWV handhaaft op gefingeerde dienstverbanden door concrete interne en externe meldingen in onderzoek te nemen. Wanneer er sprake is van een gefingeerd dienstverband, dan wordt proces‑verbaal opgemaakt en de onverschuldigd betaalde uitkeringsgelden worden teruggevorderd. In de eerste 4 maanden van 2019 hebben we binnen dit thema circa € 0,45 miljoen aan terugvorderingen ingesteld.

Met data‑analyse intensiveren we het toezicht op dit fenomeen. Dit doen we door aanvragen met een verhoogd risico op een gefingeerd dienstverband te selecteren voor onderzoek. In 2018 heeft analyse van het Ziektewet‑bestand zeer concrete signalen opgeleverd. De signalen zijn nog in onderzoek, maar de eerste ervaringen met deze werkwijze zijn positief. In een aantal gevallen is inmiddels een gefingeerd dienstverband vastgesteld. We verwachten de complete resultaten in het derde kwartaal van 2019.

Daarnaast participeert UWV in het Kennis- en informatieplatform schijnconstructies (KIP). Het KIP is een onderzoek gestart naar gefingeerde dienstverbanden in de zorg. Het onderzoek wordt uitgevoerd door de Inspectie SZW en de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND). De resultaten zullen gedeeld worden met UWV en de Belastingdienst om zo meer zicht te krijgen op patronen en notoire overtreders.

Opvoeren dienstverband met terugwerkende kracht

In aanvulling op het bestaande onderzoek naar gefingeerde dienstverbanden zijn we in mei 2018 gestart met onderzoek naar het opvoeren van een dienstverband in de polisadministratie met terugwerkende kracht door werkgevers. Hiervoor hebben we data uit de polisadministratie gebruikt. In de eerste 4 maanden van 2019 is in 2 zaken een gefingeerd dienstverband ontdekt, waarvan 1 mogelijk in RIEC‑verband (Regionaal Informatie en Expertise Centrum) opgepakt wordt omdat meerdere ketenpartners belang hebben bij dat onderzoek. 1 risico‑onderzoek naar het opvoeren van een dienstverband met terugwerkende kracht is inmiddels afgerond. Het eindrapport is naar verwachting in juni klaar.

Hennep

We doen onderzoek naar inkomsten uit hennepteelt bij uitkeringsgerechtigden. Veranderingen in werkwijzen en versterking van contacten met andere instanties hebben in 2018 gezorgd voor een versnelling van de afhandeling van zaken. Gedurende de eerste 4 maanden van 2019 zijn ruim 100 zaken afgehandeld. Dit heeft geleid tot ruim € 0,6 miljoen aan ingestelde terugvorderingen en ruim € 0,1 miljoen aan opgelegde boetes.

Wijzigen inkomstenverhouding in polisadministratie

Sinds 2017 doen we onderzoek naar directeur‑grootaandeelhouders die hun inkomstenverhouding in de polisadministratie wijzigen om zo in aanmerking te komen voor een WW‑uitkering. We kijken daarbij naar de juistheid van codewijzigingen in de polisadministratie waarbij directeur‑grootaandeelhoudersloon is omgezet naar socialeverzekeringsloon. Op basis van de resultaten en bevindingen in 2018 is besloten dit onderzoek jaarlijks uit te voeren. Dit onderzoek heeft dit jaar nog niet plaatsgevonden.

Basisregistratie inkomen

We willen inzicht krijgen in de aard en omvang van het risico dat uitkeringsgerechtigden inkomsten uit ‘winst uit onderneming’ en uit ‘resultaat uit overige werkzaamheden’ niet opgeven aan UWV. We willen ook weten wat de achtergronden en motieven hiervan zijn. In september 2018 zijn we een pilot Basisregistratie inkomen (BRI) gestart waarin we niet alleen preventief, maar zo nodig ook repressief optreden. De afronding van deze pilot wordt in de tweede helft van 2019 verwacht. Op basis van de resultaten wordt bepaald of een structurele aansluiting op de BRI van toegevoegde waarde is.

Persoonsgebonden budget zorgverleners

Er zijn uitkeringsgerechtigden die naast hun uitkering inkomsten hebben uit arbeid als zorgverlener, betaald vanuit een persoonsgebonden budget. Dat is toegestaan, mits de genoten inkomsten ook aan UWV worden opgegeven voor verrekening met de uitkering. We zijn in het derde kwartaal van 2018 gestart met onderzoek naar mogelijk misbruik van deze inkomsten. Het grootste gedeelte van de eerste 100 onderzoeken is inmiddels afgerond. Momenteel is een voorstel in de maak om nog eens 250 zaken te onderzoeken, waarna er een representatief beeld gegeven kan worden over de aard en omvang van de (mogelijke) overtredingen en welke maatregelen preventief ingezet kunnen worden.

Overige thema’s

Na een succesvolle pilot onderzoeken we de aard en omvang van fraude binnen de sector erotiek en gaan we na in hoeverre UWV een rol kan spelen in het signaleren van misstanden in deze sector. De resultaten zijn wisselend. Uit een nadere analyse moet blijken in welke vorm we ermee doorgaan. We voeren in LSI‑verband (Landelijke Stuurgroep Interventieteams) gesprekken om gezamenlijk een verkennend interventieteam Erotiek in te richten.

In november 2018 zijn we gestart met het thema Criminele activiteiten. Doel is inzicht te krijgen in de aard en omvang van de risico’s met betrekking tot klanten van UWV die naast hun uitkering criminele activiteiten hebben verricht en daaruit inkomsten hebben ontvangen. Inkomsten uit hennepteelt onderzoeken we zoals hierboven gemeld apart en vallen buiten dit thema. Ook willen we de (on)mogelijkheden voor UWV rond dit soort meldingen in kaart brengen.

Binnen het thema Inkomstenverhoging voor beoordeling WIA hebben we onderzocht of er een plausibele verklaring voor is dat werkgevers met terugwerkende kracht de inkomstenopgaven van werknemers verhogen kort voordat een WIA‑uitkering wordt aangevraagd. Is die verklaring er niet, dan betreft het mogelijke een fictieve verhoging die alleen in de polisadministratie is ingevoerd, maar niet overeenkomt met het werkelijke door de klant verkregen loon. De polisadministratie is dan mogelijk met terugwerkende kracht verhoogd om een hogere WIA‑uitkering te krijgen. Vanwege de beperkte omvang van het onderzoek zijn er geen conclusies te trekken over het daadwerkelijk voorkomen van dit fenomeen. Ook is het vormgeven van een risicoprofiel vooralsnog niet realistisch. Wel zijn er indicatoren achterhaald die opgenomen kunnen worden bij het samenstellen van een risicoprofiel. Voor de toekomst bestaat het voornemen om met enige regelmaat ’query’s’ (zoekopdrachten in databases) uit te voeren om het voorkomen van dit fenomeen te blijven monitoren.

Een risico‑onderzoek naar de fictieve inkomstenverhoging voor aanvang van de WIA heeft geleid tot de aanbeveling om in te zetten op preventie, zodat deze fraudeconstructie al in een vroeg stadium wordt voorkomen.

Begin juni 2019 was er in de media aandacht voor gedetineerden die ten onrechte een uitkering ontvangen. Dit onderwerp heeft al enige tijd serieuze aandacht binnen UWV. Uitkeringsgerechtigden die in detentie worden genomen, zijn verplicht dit te melden aan UWV. Om niet volledig afhankelijk te zijn van uitkeringsgerechtigden, ontvangt UWV dagelijks van de Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) gegevens over alle nieuwe gedetineerden. We vergelijken deze signalen met de gegevens in onze uitkeringssystemen om te bepalen of we de uitkering moeten stopzetten. Dit is bijvoorbeeld niet aan de orde als de detentie maar een paar dagen duurt (in geval van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen), of als de uitkeringsgerechtigde elektronisch gedetineerd blijkt. We hebben zowel in 2017 als in 2018 intern onderzoek verricht naar de sluitendheid van dit matchingsproces. Hierbij is vastgesteld dat het matchingsproces van de Ziektewet en de Werkloosheidswet een periode niet sluitend was. We hebben naar aanleiding hiervan maatregelen genomen en nader onderzoek ingesteld.