Toetsing nieuwe wet- en regelgeving

De invoering van nieuwe wet- en regelgeving heeft vaak grote gevolgen voor de uitvoering in de praktijk. UWV beoordeelt daarom of voorgestelde wetten en wijzigingen uitvoerbaar zijn via zogenoemde uitvoeringstoetsen.

Hierna lichten we een aantal van deze toetsen toe en gaan we in op specifieke aandachtspunten bij de implementatie.

Wetsvoorstel Proactieve dienstverlening SZ­W

In de zomer van 2025 is de uitvoeringstoets op het besluit Proactieve dienstverlening afgerond. Hieruit blijkt dat de regelgeving voor proactieve dienstverlening onder voorwaarden uitvoerbaar is. De verwachting is dat de nieuwe wet in oktober 2026 van kracht wordt. Het wetsvoorstel wordt naar verwachting begin juni behandeld in de Tweede Kamer.

A­I-verordening

De Europese AI-verordening (AI-Act) trad op 1 augustus 2024 in werking en wordt gefaseerd in de EU‑lidstaten van kracht. De bepalingen voor AI‑geletterdheid gelden sinds februari 2025 en die voor general‑purpose AI (waaronder taalmodellen) sinds augustus 2025. De datum van inwerkingtreding van de bepalingen voor hoogrisico‑AI‑systemen is op dit moment onderwerp van discussie. Het meest waarschijnlijk is dat die verschuift van augustus 2026 naar december 2027. Omdat dit deel van de verordening de grootste implementatielast met zich meebrengt en een aantal details daarvoor nog niet zijn gepubliceerd, willen we hiermee bij de planning van de uitvoeringstoets rekening houden. Het Kernteam AI binnen het AI‑ecosysteem stuurt de implementatie van de AI‑verordening binnen de organisatie aan.

Toepassen wettelijke definitie begrip inkomstenverhouding

Eind 2020 is UWV in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gestart met het toepassen van de wettelijke definitie van het begrip inkomstenverhouding. Het ministerie heeft ons verzocht om daarbij geen onomkeerbare stappen te zetten, omdat de totale regelgeving nog in beweging is. Eerder was inwerkingtreding van de definitie voorzien per 1 januari 2023. In verband met een aantal tussentijdse aanpassingen van het besluit en door samenloop met een aantal grote verandertrajecten binnen UWV is deze datum nu opgeschoven naar 2028. Binnen UWV werken we aan de implementatie per 2028. We zetten daarbij nog steeds geen onomkeerbare stappen, maar hebben inmiddels wel substantiële uitgaven gedaan voor deze implementatie. Voor 1 juli neemt het ministerie een definitief besluit of implementatie per 2028 haalbaar is of dat verder uitstel noodzakelijk is.

Wet tegemoetkomingen loondomein

In 2023 hebben we meerdere wijzigingen in de Wet tegemoetkomingen loondomein getoetst, wijzigingen in het loonkostenvoordeel (LKV) voor de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden, verbeteringen in de banenafspraak, het structureel maken van het genoemde LKV banenafspraak. De aanpassingen in het LKV banenafspraak zijn per 1 januari 2026 ingegaan. De beoogde datum van inwerkingtreding van wijziging loonkostenvoordelen bij opvolgende werkgevers is 1 januari 2027. De wijzigingen in het LKV opvolgende werkgevers zijn opgeschoven en zullen we in 2026 implementeren.

Naast deze beleidsvoorstellen zijn in 2023 en 2024 uitspraken gedaan door de Centrale Raad van Beroep en de Hoge Raad over het recht op loonkostenvoordeel na overgang van onderneming. UWV en de Belastingdienst hebben in 2024 en 2025 bij de afhandeling van bezwaren tegen de toekenning of weigering van loonkostenvoordelen rekening gehouden met die uitspraken. Om dit soort situaties via de reguliere processen te kunnen afhandelen, is een wetswijziging voorbereid (loonkostenvoordelen bij opvolgende werkgevers) die in 2025 zou ingaan. Die is echter uitgesteld en zal nu op zijn vroegst in 2027 alsnog in werking kunnen treden. De bezwaarroute is een handmatig proces dat nog tot in 2027 zal moeten worden uitgevoerd.

Uitspraak Centrale Raad van Beroep verzekeringsplicht
pg­b‑zorgverleners

Op 30 maart 2024 heeft de CRvB geoordeeld dat zorgverleners die worden betaald vanuit een persoonsgebonden budget (pgb) en een arbeidsovereenkomst voor maximaal drie dagen per week hebben, niet langer mogen worden uitgezonderd van verzekering voor de werknemersverzekeringen. Pgb‑zorgverleners kunnen sindsdien aanspraak maken op een WW-, Ziektewet- en WIA‑uitkering. Omdat dit soort dienstverbanden niet of als niet‑verzekerde dienstverbanden in de polisadministratie staan geregistreerd, kan UWV niet op de reguliere wijze uitvoering geven aan de uitkeringsvaststelling voor deze verzekerden. Er is een handmatig proces ingericht, wat vooralsnog extra uitvoeringskosten en uitvoeringsrisico’s met zich meebrengt. Dit proces hanteren we zolang de dienstverbanden van deze zorgverleners nog niet als verzekerde dienstbetrekkingen in de polisadministratie staan. Om dienstverbanden van pgb‑zorgverleners wél als verzekerde dienstbetrekkingen in de polisadministratie te kunnen opnemen, is een wetswijziging nodig en is het nodig dat voor pgb‑zorgverleners maandaangiftes worden gedaan via de loonaangifte. In 2024 is een uitvoeringstoets gedaan op de aangepaste wetgeving. De Tweede Kamer heeft op 4 februari ingestemd met het wetsvoorstel; de Eerste Kamer moet er nog over stemmen. De wet treedt met terugwerkende kracht in werking op 1 januari 2026. Vanaf die datum hebben pgb‑zorgverleners recht op 104 weken loondoorbetaling bij ziekte en moeten pgb‑budgethouders premies werknemersverzekeringen gaan betalen. De maandaangiftes zijn in dit voorstel nog niet geregeld. Ook na de inwerkingtreding van de wetswijziging blijft extra gegevensuitvraag nodig om uitkeringen voor pgb‑verzekerden te kunnen vaststellen.

Wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers – pg­b‑zorgverleners

Het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers is gericht op het bieden van meer zekerheid en stabiliteit voor flexwerkers en uitzendkrachten. Vanwege de noodzakelijke implementatieperiode en het tijdpad van de parlementaire behandeling is in afstemming met UWV en de Belastingdienst de beoogde implementatiedatum bijgesteld van 1 januari 2027 naar 1 januari 2028. Daarnaast heeft UWV een uitvoeringstoets uitgebracht op een nota van wijziging, waardoor oproepcontracten (waaronder nulurencontracten) en de bestaande korte tussenpauze van zes maanden tussen contracten binnen de pgb‑keten mogelijk blijven. De Wet meer zekerheid flexwerkers treedt voor pgb‑houder en pgb‑zorgverlener daarmee nog niet in werking. De eerder door UWV geconstateerde problematiek van het ontbreken van vaste maandelijkse loongegevens van pgb‑zorgverleners binnen UWV en de handmatige verwerking van die van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) ontvangen gegevens blijft hierdoor naar verwachting tot na 2030 bestaan. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel Meer zekerheid flexwerkers, inclusief de nota van wijziging, op 12 mei aangenomen.

Wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen

In maart 2026 is het wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Baz) aangeboden aan de Tweede Kamer. Naar verwachting zal Kamerbehandeling plaatsvinden in het derde of vierde kwartaal van 2026. Het wetsvoorstel creëert een verplichte publieke verzekering voor zelfstandigen naast de bestaande arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor werknemers. Het wetsvoorstel biedt zelfstandigen ook de gelegenheid om zich privaat te verzekeren (‘opt‑out’). UWV heeft geoordeeld dat het voorstel in technische zin uitvoerbaar is. Wel werd de constatering gedaan dat het een zeer omvangrijk en ingrijpend voorstel voor UWV is. De inrichting van de wachttijd, de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling en de verstrekking van uitkeringen vereisen nieuwe administratieve ondersteuning en andere processen. Daarnaast moeten een zelfstandigenadministratie, de heffing en inning van stabiliteitsbijdragen bij private partijen en een nieuw fonds worden ingericht. Naast de uitvoerbaarheid in technische zin is echter gewezen op de capaciteitsproblematiek binnen UWV. Zonder fundamentele wijzigingen in het arbeidsongeschiktheidsstelsel en concrete stappen op afzienbare termijn is er geen ruimte om de Baz in 2030 of de jaren daarna uit te voeren.

Wetsvoorstel Herijking van het handhavingsinstrumentarium

Sinds 2020 is UWV betrokken bij de herijking van het handhavingsinstrumentarium. Dit is een traject van het ministerie van SZW dat bestuursorganen een breed palet aan interventies moet bieden om naleving te bevorderen en passend te reageren op geconstateerde regelovertreding. De afgelopen jaren heeft het ministerie samen met de SVB, de VNG en UWV gewerkt aan de wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid en daarmee samenhangende aanpassingen in het Boetebesluit socialezekerheidswetten en het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten. Het doel van dit pakket aan wijzigingen is bestuursorganen in de gelegenheid te stellen een eventuele sanctie nog beter af te stemmen op de overtreding die heeft plaatsgevonden. Daarbij kan rekening worden gehouden met fouten die zijn gemaakt. In 2025 hebben we twee uitvoeringstoetsen opgeleverd: één met betrekking tot het wijzigen van het maatregelenbesluit in verband met wijzigingen in de Participatiewet en één afrondende integrale uitvoeringstoets waarin we het hele pakket in samenhang hebben getoetst. Beide toetsen hebben een positief uitvoeringsoordeel ontvangen. De wet is nog niet aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. De beoogde datum van inwerkingtreding is januari 2027. UWV heeft een voorlopige opdrachtbrief gekregen en is begonnen met het treffen van de voorbereidingen. Omdat de Tweede Kamer de wet nog niet heeft behandeld, is UWV terughoudend met het zetten van onomkeerbare stappen.

Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WI­A

Op 10 december 2025 ontvingen wij het verzoek om een uitvoeringstoets uit te brengen voor de Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA (hierna: de vergoedingsregeling). Deze regeling is opgesteld in het kader van de herstelactie van UWV naar aanleiding van fouten in de berekening van WIA‑uitkeringen over de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024. Het ministerie van SZW heeft de vergoedingsregeling in samenwerking met UWV en andere betrokken ketenpartners ontwikkeld. De regeling beschrijft op welke wijze cliënten een eenmalige vergoeding ontvangen in situaties waarin het dagloon te laag is vastgesteld. Het gaat hierbij om fouten in het dagloon, indexatiefouten en loonloze tijdvakken. Daarnaast is in de regeling vastgelegd welke cliënten voor een vergoeding in aanmerking komen, hoe de hoogte van de vergoeding wordt bepaald en op welke wijze die wordt verstrekt.

Het doel van de vergoedingsregeling is om betrokken cliënten een passende eenmalige financiële vergoeding te bieden, terwijl negatieve keteneffecten zoveel mogelijk worden voorkomen. Mensen met een WIA‑uitkering hebben namelijk niet alleen met UWV te maken, maar vaak ook met andere (publieke) organisaties die betrokken zijn bij hun inkomenssituatie. Een wijziging van de WIA‑uitkering of een nabetaling kan gevolgen hebben voor andere inkomensafhankelijke regelingen en in sommige gevallen leiden tot terugvorderingen door andere (publieke) organisaties. Dit kan grote financiële en persoonlijke impact hebben voor cliënten. Bovendien kunnen dergelijke wijzigingen langdurige gevolgen hebben voor de inkomenszekerheid van betrokkenen. Deze effecten vloeien voort uit de werking van het bredere stelsel van inkomensondersteuning en zijn niet uitsluitend gerelateerd aan de herstelactie rondom het WIA‑dagloon.

Met de regeling worden twee belangrijke uitgangspunten gerealiseerd: zekerheid en duidelijkheid voor cliënten. De financiële vergoeding vanuit UWV wordt geen onderdeel van iemands verzamelinkomen, waardoor negatieve keteneffecten zoveel als mogelijk worden beperkt. Hiernaast betekent het een forse vermindering van impact op ketenpartners. Hierdoor treden veel ongewenste effecten bij onder andere de Dienst Toeslagen, gemeenten, de SVB, CAK en de Dienst Uitvoering Onderwijs (DUO) niet op.

Deel deze pagina: