Meer zekerheid over inkomen

Als werken (tijdelijk) niet mogelijk is, dan zorgt UWV voor inkomen. Onze cliënten en werkgevers moeten kunnen vertrouwen op inkomensondersteuning die juist, tijdig en overzichtelijk is.

In 2024 werd duidelijk dat in de periode 2020–2024 mogelijk tienduizenden WIA‑uitkeringen niet juist zijn vastgesteld. In 2025 zijn we gestart met de WIA‑herstelactie, die we in 2026 verder uitvoeren. Naar aanleiding hiervan zijn we ook met een UWV‑breed programma gestart om meer grip te krijgen op de kwaliteit van onze dienstverlening, waar juistheid een belangrijk onderdeel van is (zie paragraaf Integere beheersbare bedrijfsvoering in control). Ook werken we verder aan de Ontwikkelagenda sociaal‑medische dienstverlening en zetten we in op het vergroten van de tijdigheid en juistheid van sociaal‑medische beoordelingen.

In deze paragraaf laten we zien hoe UWV inkomenszekerheid biedt, fouten herstelt en de kwaliteit van de dienstverlening versterkt. We bespreken daarbij eerst de uitkeringsvolumes, vervolgens de juistheid van uitkeringen en de WIA‑herstelactie, daarna de verbeteringen in het kwaliteitsmanagement en het WIA‑proces, en ten slotte uitgebreid onze sociaal‑medische dienstverlening.

Uitkeringsvolumes

Voor bijna 1,3 miljoen mensen is hun UWV-uitkering een financieel fundament – vaak hun enige inkomensbron. We keerden in de eerste vier maanden van 2026 een bedrag van € 9,9 miljard uit, tegenover € 9,1 miljard in dezelfde periode van 2025. De oorzaak van die stijging zijn de hogere uitkeringsbedragen en hogere aantallen uitkeringen voor de WIA, WW en de Ziektewet.

Tabel Lopende uitkeringen

Eerste vier maanden 2026

Eerste vier maanden 2025

% +/-

WW

203.110

184.166

10%

Arbeidsongeschiktheidswetten

879.307

862.388

2%

Ziektewet

117.777

106.664

10%

Wazo

70.428

68.515

3%

Totaal

1.270.622

1.221.733

4%

W­IA­-herstelactie

In de zomer van 2024 zijn we erachter gekomen dat de dagloonberekeningen voor de WIA-uitkeringen in de jaren 2020–2024 deels niet juist zijn vastgesteld. Hierdoor hebben cliënten mogelijk niet gekregen waar ze recht op hebben en zitten zij in onzekerheid. UWV draagt de verantwoordelijkheid om deze fouten te herstellen. UWV heeft met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW), de Belastingdienst en diverse ketenpartners overleg gevoerd om keteneffecten, die zich voordoen bij een verhoging van het dagloon en daarmee de uitkering, te beperken. Dit heeft geleid tot de Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA (afgekort tot vergoedingsregeling). Onderdeel van de vergoedingsregeling is het uitgangspunt dat cliënten recht hebben op nabetaling in de vorm van een vergoeding die het bedrag benadert dat ze de afgelopen jaren te weinig hebben ontvangen, verrekend met een heffingspercentage en vermeerderd met een rentevergoeding. Wanneer uit de controle blijkt dat cliënten te veel uitkering hebben ontvangen, vorderen we het te veel ontvangen bedrag niet terug. Wel passen we een te hoge uitkering per toekomende datum, rekening houdend met een uitlooptermijn van twee maanden, aan naar het juiste bedrag. Dit doen we ook bij te laag vastgestelde uitkeringen. Om de cliënt zoveel mogelijk in één keer de juiste uitkering te verstrekken, is de keuze gemaakt om ook het aanpassen van de zogenoemde loonloze tijdvakken als gevolg van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) binnen deze hersteloperatie uit te voeren én onderdeel te laten zijn van de vergoedingsregeling. Bij cliënten die een WIA-uitkering ontvangen, kan er in de periode waarover we het dagloon bepalen (de zogenoemde referteperiode) sprake zijn van een tijdvak zonder loon. Indien bijvoorbeeld door een WW-uitkering een dergelijk loonloos tijdvak is ontstaan, moet het WIA-dagloon op basis van de uitspraken van de CRvB ambtshalve worden aangepast. Ook de aanpassingen voor de cliënten bij wie UWV in een bepaalde periode een indexatie heeft gemist, voeren we binnen deze herstelactie uit.

UWV heeft in de uitvoeringstoets over de vergoedingsregeling medio februari 2026 aangegeven dat die per 1 september 2026 uitvoerbaar is en dat wordt gestreefd om in de zomer van 2026 met het herstellen te starten. We geven hoge prioriteit aan het zo snel mogelijk implementeren van de regeling zodat herstel voor cliënten kan starten. We verwachten vanaf oktober 2026 de eerste betalingen vanuit de vergoedingsregeling te kunnen doen.

Verbeteringen in automatisering WIA-proces

In het najaar van 2024 zijn we gestart met diverse trajecten die gaan zorgen voor het verbeteren van het WIA-aanvraagproces tot en met de verwerking van de toekenning en eerste betaling. Vanaf april 2026 maken we gebruik van de applicatie die alle tien berekeningen bevat die nodig zijn voor het vaststellen van de WIA-uitkering, behalve de dagloonberekening. Daarnaast zijn we gestart met de bouw van een nieuwe dagloonmodule en werken we aan het vereenvoudigen van de dagloonberekeningen.

Sinds februari kunnen we herzieningen apart registreren. Hiermee kunnen we voortaan herbeoordelingen en herzieningen in rapportages van elkaar onderscheiden. Verder hebben we per 1 februari 2026 een digitale assistent in gebruik genomen waarmee alle herbeoordelingsaanvragen centraal worden ontvangen. Hiermee ontlasten we onze medewerkers in de uitvoering, zodat die meer tijd hebben om te werken aan de prioriteiten. Ook het per 1 april verplicht stellen van het digitaal aanvraagformulier herbeoordeling WIA voor werkgevers scheelt tijd in de uitvoering. Om onze cliënten beter te ondersteunen bij het aanvragen van een WIA‑uitkering hebben we op 10 maart het nieuwe aanvraagformulier WIA (mobile first) beschikbaar gesteld.

Sociaal-medische dienstverlening

Omdat onze sociaal-medische dienstverlening op sommige onderdelen niet op orde is, moet een groeiend aantal mensen te lang wachten op een sociaal-medische beoordeling.

UWV heeft vastgesteld hoeveel aanvragen het met de beschikbare capaciteit kan behandelen en daarover afspraken gemaakt met het ministerie van SZW. In 2026 zetten we deze capaciteit overal in het land vooral in op ABA- en WIA‑beoordelingen. WIA‑herbeoordelingen doen we – gedurende een zo kort mogelijke periode – alleen in schrijnende situaties. We zijn duidelijk naar cliënten, werkgevers en onze werknemers over welke dienstverlening we wel en welke we minder kunnen bieden. Elk kwartaal evalueren we de prioritering en passen we die indien nodig, in overleg met het ministerie van SZW, aan.

Ontwikkelagenda sociaal-medische dienstverlening

De lange wachttijden hebben meerdere oorzaken waaronder een stijgend aantal beoordelingsaanvragen en een tekort aan verzekeringsartsen. Daarnaast heeft UWV in 2025 geconstateerd dat het fundament voor een goede uitvoering van de sociaal‑medische dienstverlening ontbreekt. Om de grote en structurele organisatorische vraagstukken te adresseren en de negatieve spiraal te doorbreken is de Ontwikkelagenda sociaal‑medische dienstverlening (SMD) opgezet. Deze agenda is gestructureerd in drie stappen: prioriteren, verbeteren en vernieuwen.

  1. Prioriteren: Prioriteren betekent dat we onze schaarse capaciteit inzetten om zo veel mogelijk cliënten zo snel mogelijk duidelijkheid te bieden over hun (inkomens)situatie, zodat zij zich waar mogelijk kunnen richten op meedoen in de samenleving. Voor 2026 betekent dit een focus op de WIA‑beoordeling Einde wachttijd (EWT) en de Aanvraag beoordeling arbeidsvermogen (ABA). In de eerste vier maanden van 2026 zien we de eerste resultaten: zo zijn er naar verhouding meer EWT- en ABA-beoordelingen gedaan en worden de regionale verschillen in wachttijden langzaam kleiner.

  2. Verbeteren: Het is onze ambitie om het aantal beoordelingen te verhogen en de kwaliteit daarvan structureel te verbeteren:

    • We beginnen met het versterken van ons operationeel management ondersteund door duidelijke normen, inzichtelijke metingen en continue gesprekken over voortgang en prestaties. We versterken de sociaal‑medische teams door vanuit wetenschappelijke inzichten en landelijke best practices een duidelijk kader te bieden voor alle medewerkers. Zo is er een richtlijn ontwikkeld voor werken in de Ziektewet waarbij maximaal met taakdelegatie wordt gewerkt.

    • We werken aan uniformering van de processen en optimalisering van onze systemen. Een goed voorbeeld is het centrale proces voor herbeoordelingen voor cliënten die in een schrijnende situatie verkeren, dat vanaf 2026 wordt toegepast. Dit leidt tot uniforme afhandeling, betere inzichten in type herbeoordelingen en snellere terugkoppeling naar de cliënten.

    • We gaan door met het doorvoeren van de noodzakelijke verbeteringen in het kwaliteitsmanagementsysteem. Dit is nodig om structureel grip te krijgen op de kwaliteit van onze dienstverlening.

  3. Vernieuwen: We willen over de volle breedte een verbetering van onze dienstverlening realiseren. Het vertrekpunt daarbij is de ideale klantreis in plaats van bestaande processen en systemen. We kijken met een frisse blik hoe moderne technologie, logischer verdelen van taken, betere samenwerking in de publiek-private keten en enkele verwachte belangrijke wetswijzigingen (zoals taakherschikking, aanpak herbeoordelingen en afschaffing van het duurzaamheidscriterium) kunnen bijdragen aan eenvoudigere en betere dienstverlening. We verwachten dat dit vanaf 2027 kan bijdragen aan de verbetering van onze dienstverlening.

Prioriteren: ABA en WIA-EWT

In de eerste vier maanden van 2026 zijn er door de inzet van meer capaciteit meer ABA- en WIAEWT‑beoordelingen gedaan dan in dezelfde periode in 2025. Het aantal beoordelingen ligt echter wel lager dan we hadden gepland. De verschuiving van schaarse capaciteit aan verzekeringsartsen naar de geprioriteerde dienstverlening gaat minder snel dan verwacht.

  • Inzet op de ABA: In de eerste vier maanden van 2026 zien we de achterstanden op de ABA dalen. We verwachten dat die in de komende maanden doorzet. We blijven ernaar streven de beoordelingen tijdig uit te voeren.

  • Inzet op de WIA-EWT: De resultaten vallen tegen, zowel qua aantal beoordelingen als qua wachttijd voor een EWT‑beoordeling. Het kost moeite om de landelijke prioritering in alle districten goed door te voeren. Er is meer tijd en focus nodig om in alle districten conform de prioritering te werken. Om de wachttijden in alle districten terug te dringen, is het belangrijk dat overal de cliënten die het langst wachten met prioriteit worden geholpen. In de komende maanden wordt hier met de juiste managementinformatie meer focus in de sturing op gelegd. Daarnaast wachten in een aantal districten veel cliënten langer dan zes maanden. Inmiddels zijn er tussen een aantal districten samenwerkingsverbanden. In het tweede kwartaal wordt hierop meer ingezet. Vanaf juni maken we op maandbasis inzichtelijk hoe binnen elk district de verhouding is tussen inzet op geprioriteerde dienstverlening versus niet‑gerealiseerde dienstverlening, zodat hierop de juiste sturing mogelijk is.

Tabel Prioriteren ABA en WIA-EWT

Plan 2026

Realisatie eerste vier maanden 2026

Realisatie eerste vier maanden 2025

Aantal uitgevoerde ABA-beoordelingen

25.000

8.900

8.400

Aantal uitgevoerde WIA-claimbeoordelingen

100.000

27.200

23.700

Plan 2026

Realisatie eerste vier maanden 2026

Realisatie eind 2025

Tijdigheid uitgevoerde ABA-beoordelingen

0 > 14 weken (eind 2026)

700

1.100

Tijdigheid uitgevoerde WIA-claimbeoordelingen

0 > 6 maanden (eind 2026)

12.400

7.900

Werkvoorraad medische bezwaarzaken (stand ultimo periode)

N.v.t.

*23.200

*21.600

Tijdigheid afhandeling medische bezwaarzaken

N.v.t.

12.600

11.000

* Hierin zitten ook dossiers die verdaagd zijn.

Medische bezwaarzaken

Als gevolg van de mismatch komt UWV bij bezwaar- en beroepszaken in 2026 niet tijdig toe aan alle medische bezwaarzaken. Medische bezwaarzaken krijgen voorrang bij schrijnende situaties. Daarnaast zet UWV voor een groot aantal bezwaarzaken tegen de beslissing om een uitkering om te zetten van een loongerelateerde uitkering naar een loonaanvullings- of vervolguitkering nagenoeg geen capaciteit in, tenzij er sprake is van een schrijnende situatie. Op basis van deze ontwikkelingen verwachten we dat de situatie verder verergert. Dit is een zorgelijke situatie.

We verbeteren onze sociaal-medische teams

We bouwen bij de inrichting van sterke sociaal‑medische teams (SMT’s) voort op de goed werkende onderdelen van een sociaal‑medisch centrum (SMC). Het concept van de SMT’s is gericht op afstemming van zowel de klantreis als de vakbekwaamheid van onze medewerkers. Dit doen we door uniforme werkwijzen en landelijke standaarden voor te schrijven waarbij, binnen kaders, ruimte blijft voor professioneel handelen en het benutten van best practices. ​

In het eerste kwartaal van 2026 hebben we ontwerpprincipes geformuleerd die we zien als leidend om een SMT goed te kunnen laten werken. Op basis van deze principes willen we de dienstverlening niet alleen verbeteren, maar ook uniformeren, zodat cliënten in het hele land in vergelijkbare situaties dezelfde dienstverlening krijgen. De gewenste verbetering ziet niet alleen toe op de kwaliteit, maar ook op de productiviteit. Met het introduceren van landelijke standaarden, zoals voor het Ziektewet­-proces – landelijke normen voor productiviteit en een goede dialoog over de grote variatie hierin – sturen we op het realiseren van de gewenste verbeteringen.

De principes hebben we in de basis uitgewerkt en beproeven we in een locatiegerichte verbeteraanpak. Hiermee worden uiteindelijk alle SMD-locaties via een twaalfwekelijkse aanpak intensief begeleid om nieuwe werkwijzen te introduceren en te borgen. Sinds mei zijn de eerste twee locaties (Arnhem en Breda) gestart. Het gaat hierbij om een lerende aanpak; de uiteindelijke principes zullen we dus pas op een later moment definitief kunnen vaststellen.

Samenwerking organisatieonderdelen Sociaal‑medische zaken en Bezwaar en Beroep

Vanuit de gedachte van één UWV worden verschillende organisatieonderdelen meer samen verantwoordelijk voor tijdige en juiste medische beslissingen. De divisies Sociaal‑medische zaken en Bezwaar en Beroep gaan het volgende doen:

  • Meer samenwerken bij het werven, selecteren en opleiden van artsen: Voor 2026 hebben we UWV-breed als doelstelling om 168 artsen te werven (148 fte). In de eerste vier maanden van 2026 hebben we 52 verzekeringsartsen aangenomen, terwijl de instroom van a(n)iossen beperkt blijft door het schaarse aanbod aan opleidingsplekken. We bereiden landelijke en regionale campagnes voor om artsen te werven. Deze campagnes gaan in juni 2026 van start en worden in het najaar herhaald. We willen hiermee een positieve bijdrage leveren aan het beeld over UWV als aantrekkelijke werkgever en het vergroten van het vertrouwen en daarmee het maatschappelijk draagvlak voor UWV. Ook zijn we zichtbaar op beurzen en congressen en werven we proactief met een persoonlijke boodschap via LinkedIn. Daarnaast plaatsen we maandelijks verklaringen van onze artsen in voor de doelgroepen relevante vakbladen zoals Medisch Contact, Arts en Auto (Student), Arts in Spe en De Jonge Specialist. Ook hebben we een nieuwe loopbaanbrochure voor artsen voor intern en extern gebruik ontwikkeld. Ten slotte blijven we nauw samenwerken met externe leveranciers voor het werven van artsen en blijven we investeren in het opleiden van verzekeringsartsen.

  • Elkaar tijdig betrekken bij de afstemming van nieuw of aangepast beleid en het maken van afspraken over hoe ze op kwaliteitsgebied beter van elkaar kunnen leren en met elkaar kunnen samenwerken (bijvoorbeeld in SMC’s of door verstevigen van de leercirkels): In een maandelijks (beleids)inhoudelijk overleg worden signalen die gaan over de kwaliteit van de sociaal‑medische dienstverlening besproken en daar waar nodig wordt er gezamenlijk actie ondernomen. Ook worden er afspraken gemaakt als het gaat over het implementeren van nieuw of aangepast beleid. Daarnaast zijn er gezamenlijke bijeenkomsten over het verbeteren en vernieuwen van de sociaal‑medische dienstverlening.

Daarnaast heeft de samenwerking tussen de beide en andere betrokken organisatieonderdelen op organisatieniveau gestalte gekregen door de inwerkingtreding van het Portefeuilleteam sociaal‑medische dienstverlening met als doel directe afstemming en snellere en efficiënte besluitvorming. In dit gremium worden op het hoogste niveau voorstellen beoordeeld en besluiten genomen waar het gaat om bijvoorbeeld verbetering van de sociaal‑medische dienstverlening.