Toelichting op de staat van baten en lasten

Baten wettelijke taken sociale verzekeringen

Premiebaten (11)

De premiebaten bestaan nagenoeg geheel uit premiebaten over het premiejaar 2025 en voor een klein deel uit gerealiseerde premiebaten over oudere premiejaren. De hoogte van de premiebaten wordt beïnvloed door de hoogte van de premieloonsommen, de vastgestelde premiepercentages en de overgang van werkgevers van en naar het eigenrisicodragerschap. De premiebaten kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Tabel Premiebaten

Bedragen x € 1 miljoen

2025

2024

Basispremie WAO/WIA (Aof)

26.891

24.970

Gedifferentieerde premie Whk

2.822

2.323

Premie WW-AWf

10.909

10.073

Ufo-premie

543

501

Totaal

41.165

37.867

In de volgende tabel zijn de vastgestelde premiepercentages per wet ten opzichte van 2024 weergegeven.

Tabel Premiepercentages

2025

2024

Premie WAO/WIA (Aof) hoog

7,64%

7,54%

Premie WAO/WIA (Aof) laag

6,28%

6,18%

Gedifferentieerde premie Whk

1,33%

1,22%

Premie WW-AWf hoog

7,74%

7,64%

Premie WW-AWf laag

2,74%

2,64%

Ufo-premie

0,68%

0,68%

Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) stelt de basispremie WAO/WIA, de premie WWAWf en de Ufo‑premie vast. Daarbij wordt geen rekening gehouden met de door UWV verwachte fondsvermogens. De gedifferentieerde premies Whk stelt UWV vast.

Het Whk-premiepercentage is het rekenpercentage voor de WGA en Ziektewet‑flex. De premiedelen WGA en Ziektewet‑flex worden betaald door werkgevers die bij UWV verzekerd zijn. Voor deze premiedelen kunnen werkgevers ook kiezen voor het eigenrisicodragerschap.

Rijksbijdragen (12)

De rijksbijdragen per fonds zijn als volgt:

Tabel Rijksbijdragen

Bedragen x € 1 miljoen

Programmakosten

Uitvoeringskosten

Totaal

2025

2024

2025

2024

2025

2024

Afj

4.695

4.410

328

363

5.023

4.773

Toeslagenfonds

944

850

3

3

947

853

Aof

686

109

71

3

757

112

AWf inzake NOW

12

134

6

18

18

152

AWf overig

6

3

102

90

108

93

Totaal

6.343

5.506

510

477

6.853

5.983

Programmakosten

Wij rubriceren de lasten onder de wet waarin ze zijn geregeld.

Tabel Lasten naar wet

Bedragen x € 1 miljoen

Uitkeringen

Sociale lasten

Overige baten en lasten*

Uitvoerings-kosten**

Totaal

2025

2024

2025

2024

2025

2024

2025

2024

2025

2024

Arbeidsongeschiktheid

WAO

3.055

3.228

505

552

-156

-243

72

75

3.476

3.612

WIA/IVA

5.856

5.508

1.035

980

-321

-395

107

158

6.677

6.251

WIA/WGA

5.528

5.208

992

925

-127

-179

783

816

7.176

6.770

WAZ

69

74

4

4

-3

-5

3

3

73

76

Wajong

4.376

4.127

278

266

68

50

324

359

5.046

4.802

Werkloosheid

WW

3.971

3.418

725

630

-105

-35

830

761

5.421

4.774

IOW

91

104

6

7

0

0

2

2

99

113

Ziekte en zorg

Ziektewet

2.726

2.470

497

448

-104

-156

436

396

3.555

3.158

Wazo

2.915

2.477

524

439

-121

-164

8

9

3.326

2.761

Wazo/ZEZ

101

103

7

7

-

0

3

2

111

112

Overig

Compensatie transitievergoeding

-

2

-

-

685

593

10

0

695

595

Toeslagenwet

485

385

78

72

-2

0

-

-

561

457

Leefdomein Wmo

-

-

-

-

19

17

1

1

20

18

WOOS

-

-

-

-

34

32

3

3

37

35

Subsidieregeling STAP‑budget

-

-

-

-

-1

-3

1

3

0

0

Kaderwet SZW‑subsidies:

Eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA

-

-

-

-

578

-

68

-

646

-

NOW 1

-

-

-

-

2

1

0

0

2

1

NOW 2

-

-

-

-

-3

16

0

1

-3

17

NOW 3.1

-

-

-

-

4

21

1

3

5

24

NOW 3.2

-

-

-

-

2

39

1

2

3

41

NOW 3.3

-

-

-

-

-1

19

1

1

0

20

NOW 4

-

-

-

-

2

7

1

3

3

10

NOW 5

-

-

-

-

3

7

0

4

3

11

NOW 6

-

-

-

-

3

24

1

5

4

29

Overig***

-

-

-

-

8

4

6

4

14

8

Wet BO

-

-

-

-

21

19

-

-

21

19

Totaal

29.173

27.104

4.651

4.330

485

-331

2.662

2.611

36.971

33.714

* Inclusief rentebaten en ‑lasten.
** Inclusief netto‑omzet uitvoeringskosten.
*** Betreft IPS voor gemeenten.

Uitkeringen (13)

De uitkeringen zijn inclusief vakantiegeld. De uitkeringen zijn per 1 januari 2025 met 2,73% en per 1 juli 2025 met 2,46% geïndexeerd.

De vorming dan wel vrijval van de voorzieningen voor uitkeringsdebiteuren en oninbare faillissementsvorderingen uit hoofde van loondoorbetaling is opgenomen onder de uitkeringen respectievelijk de sociale lasten.

De op overheidswerkgevers verhaalde WW‑uitkeringen en sociale lasten zijn in mindering gebracht op respectievelijk de uitkeringen en de sociale lasten. Deze uitkeringen worden verantwoord in het Ufo. Voor 2025 bedroeg het verhaal op overheidswerkgevers inzake uitkeringen € 265 miljoen (2024: € 211 miljoen) en inzake sociale lasten € 42 miljoen (2024: € 33 miljoen).

De op eigenrisicodragende werkgevers verhaalde WGA‑uitkeringen en sociale lasten zijn ook in mindering gebracht op respectievelijk de uitkeringen en de sociale lasten. Die uitkeringen worden verantwoord in de Whk. Voor 2025 bedroeg het verhaal inzake uitkeringen € 643 miljoen (2024: € 528 miljoen) en inzake sociale lasten € 106 miljoen (2024: € 87 miljoen).

De WAO is in 2005 beëindigd. Voor de WAO is de WIA in de plaats gekomen. Het aantal WAO‑uitkeringen neemt sindsdien af doordat er geen nieuwe uitkeringen meer bij komen.

De WIA-uitkeringen (IVA en WGA samen) zijn gestegen van € 10.716 miljoen in 2024 naar € 11.384 miljoen in 2025. Hiervan is een groot deel toe te rekenen aan indexeringen. Daarnaast neemt de instroom in de WIA geleidelijk toe, mede als gevolg van de stijging van de pensioenleeftijd. Oudere werknemers hebben immers een hogere instroomkans in de WIA. Ten slotte is in 2024 binnen de WIA‑uitkeringen in totaal € 226 miljoen aan dotaties verwerkt voor de voorzieningen Verbeteraanpak WIA 2020–2024 (programmakosten) en loonloze tijdvakken. Door de introductie van de Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA is dit bedrag in 2025 vrijgevallen ten gunste van de WIA‑uitkeringen. Tegelijkertijd is een nieuwe voorziening getroffen, die is verantwoord onder de overige lasten, onder Kaderwet SZW‑subsidies.

De WAZ is in 2004 beëindigd. Het aantal WAZ‑uitkeringen neemt sindsdien af doordat er geen nieuwe uitkeringen meer bij komen.

De stijging van de WW‑uitkeringen van € 3.418 miljoen in 2024 naar € 3.971 miljoen in 2025 (16,2%) wordt veroorzaakt door de conjuncturele ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en indexeringen.

De stijging van de lasten bij de Wazo van € 2.477 miljoen in 2024 naar € 2.915 miljoen in 2025 (17,7%) wordt veroorzaakt door volumeontwikkelingen, indexeringen en door een dotatie aan de voorziening Wazo/Wbo in 2025 die € 94 miljoen hoger is dan in 2024. Daarnaast is er in 2025 geen vrijval van deze voorziening, waar die in 2024 € 168 miljoen bedroeg. Voor een verdere toelichting verwijzen we naar paragraaf Toelichting op de balans onder het kopje Voorzieningen programmakosten (8).

De stijging bij de Toeslagenwet met € 100 miljoen (26,0%) is voornamelijk het gevolg van de volumeontwikkelingen van de wetten waar de toeslag op verstrekt wordt en van indexeringen.

Sociale lasten (14)

De sociale werkgeverslasten volgen de uitkeringen naar wet‑ en fondsindeling.

NOW-subsidies (15)

De NOW bestaat uit zes regelingen, waarbij de NOW 3 uit drie aanvraagperiodes bestaat. De opbouw van de NOW‑lasten per regeling en per component is opgenomen in de onderstaande tabel NOW‑subsidies. Naast de NOW‑subsidies is onder de Overige baten en lasten een bedrag van € 67 miljoen (2024: € 94 miljoen) aan rentebaten opgenomen in verband met de amortisatie van de NOW‑vorderingen met een betalingsregeling.

Tabel NOW-subsidies

Bedragen x € 1 miljoen

NOW 1

NOW 2

NOW 3.1

NOW 3.2

NOW 3.3

NOW 4

NOW 5

NOW 6

Totaal

Ramingsverschillen en correcties op vastgestelde en nog vast te stellen vorderingen

-1

-1

-3

-2

-2

-2

-1

-4

-14

Ramingsverschillen en correcties op vastgestelde en nog vast te stellen nabetalingen

0

0

1

3

1

1

1

-1

7

Dotatie aan voorziening wegens oninbare vorderingen

13

11

13

14

12

7

5

9

84

Lasten bij bezwaar of beroep als gevolg van definitieve vaststelling

3

2

5

6

3

3

3

5

29

Initiële waardering vorderingen met een betalingsregeling

-5

-3

-4

-6

-5

-2

-1

-2

-28

Totaal

11

9

13

15

9

7

6

7

79

De ramingsverschillen en correcties op vastgestelde en nog vast te stellen vorderingen en nabetalingen bestaan uit de verschillen tussen de geraamde subsidies die in de jaarrekening 2024 zijn verantwoord en de vaststellingen in het verslagjaar 2025 respectievelijk de herberekening van de reguliere werkvoorraad per ultimo 2025. De aanvragen die al zijn vastgesteld op de balansdatum worden verantwoord op basis van de realisaties. De nog niet definitief vastgestelde subsidies zijn berekend op basis van de bij UWV bekende relevante loonsommen en het door de werkgever opgegeven omzetverliespercentage op de ingediende vaststellingsaanvraag.

De dotatie aan de voorziening wegens oninbare vorderingen heeft betrekking op de vorderingen zonder betalingsregeling. De lasten bij bezwaar of beroep betreffen correcties op vaststellingen als gevolg van bezwaar‑ en/of beroepszaken. De initiële waardering van vorderingen met een betalingsregeling zijn lasten die voortvloeien uit de initiële waardering van de terug te vorderen subsidies waarbij sprake is van een overeengekomen betalingsregeling tussen UWV en de werkgever. Zie ook paragraaf Toelichting op de balans onder het kopje Financiële vaste activa (2). De negatieve last in 2025 wordt veroorzaakt door het intrekken van de betalingsregeling voor een aantal vorderingen. Daarbij is de initiële afwaardering gecorrigeerd die in voorgaande jaren is gedaan.

Bedrijven die geen vaststellingsaanvraag indienen krijgen een ambtshalve nihilstelling. Bij een ambtshalve nihilstelling wordt het gehele bedrag aan voorschot van de subsidie teruggevorderd, ook bij voorschotten kleiner dan € 500. De ongeveer 32.500 ambtshalve nihilstellingen hebben (na aanpassingen van de subsidie als gevolg van bezwaar en beroep) geleid tot terugvorderingen voor een totaalbedrag van € 929 miljoen. Hiervan was eind 2025 € 597 miljoen afgewikkeld. Bij de ambtshalve nihilstellingen worden relatief veel meer vorderingen overgedragen aan de afdeling Faillissementen en vinden er relatief hogere afboekingen plaats als gevolg van oninbaarheid. Voor een verdere toelichting verwijzen we naar paragraaf Resultaten van NOW‑beheersmaatregelen.

Eind 2024 was er nog een restgroep over van 1.111 gevallen waarbij geen vaststellingsaanvraag is ingediend en ook nog geen ambtshalve nihilstelling kon worden gedaan. Het betreft gevallen waarin onduidelijk was of de werkgever nog bestaat/actief is of waarin het bedrijf beëindigd is en er (nog) geen rechtsopvolger is die kan worden aangesproken. Hiermee is een oorspronkelijk bedrag aan subsidievoorschot gemoeid van circa € 28,2 miljoen. In 2025 is voor deze restgroep van 1.111 gevallen gecontroleerd of er een rechtsopvolger gevonden is. Na deze controle zijn alle gevallen afgewikkeld:

  • In 1.088 gevallen hebben we het subsidievoorschot van in totaal € 28,0 miljoen afgeboekt zonder tussenkomst van de werkgever. Dit betreft voornamelijk werkgevers die uitgeschreven zijn uit het register van de Kamer van Koophandel zónder rechtsopvolger, gevallen waarbij geen actie ondernomen kan worden omdat geen reactie is ontvangen van de bewaarder van boeken en bescheiden, alsmede volledig afgehandelde faillissementen.

  • In 23 gevallen heeft alsnog een definitieve subsidievaststelling kunnen plaatsvinden. In 17 gevallen zijn alsnog vorderingen ingesteld van in totaal circa € 132.000, waarvan circa € 30.000 al is ontvangen. Hiermee is een subsidievoorschot gemoeid van € 184.000. In 3 gevallen is alsnog een nabetaling gedaan van in totaal € 10.000. Hiermee is een subsidievoorschot gemoeid van circa € 25.000. Van de resterende 3 gevallen zijn er 2 afgehandeld door een andere werkgever uit hoofde van Wet WOVOF (Wet overgang van onderneming in faillissement) en 1 is afgehandeld door terugbetaling door de werkgever van het ten onrechte ontvangen voorschotbedrag.

Overige baten en lasten (16)

De overige baten en lasten, behalve de NOW, kunnen als volgt worden gespecificeerd:

Tabel Overige baten en lasten

Bedragen x € 1 miljoen

2025

2024

Overige baten

Ontvangsten uit regreszaken

71

55

Rentebaten niet voortvloeiend uit rekening-courant Financiën

95

117

Boetes

5

5

Subsidies aanvullende dienstverlening

1

3

Baten ESF inzake re-integratie

-

20

172

200

Overige lasten

Re-integratielasten:

Inkoop arbeidsbemiddeling voor arbeidsbeperkten

128

113

Werkvoorzieningen

86

85

Onderwijsvoorzieningen

34

32

Subsidie aan instellingen

14

17

Wmo 2015

20

17

Scholingsbudget 2018–2020

13

16

Ziektewet-arbo-interventies

3

3

Aanvullende dienstverlening

1

3

IPS voor gemeenten

8

6

Totaal re-integratielasten

307

292

Resterende overige lasten:

Eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA

578

-

Compensatie transitievergoeding

685

592

Subsidieregeling STAP

-1

-3

Bijdrage aan SER

21

19

Compensatie herstelacties

0

-

Proceskosten en vergoeding rechtsbijstand

12

12

Reiskosten cliënten

1

2

Rentelasten niet voortvloeiend uit rekening-courant Financiën

-7

29

Diverse overige lasten

10

-12

Totaal resterende overige lasten

1.299

639

1.606

931

Totaal

1.434

731

In de component ‘Rentebaten niet voortvloeiend uit rekening‑courant Financiën’ is een bedrag van € 67 miljoen opgenomen in verband met de amortisatie van de NOW‑vorderingen met een betalingsregeling, zoals uiteengezet in paragraaf Toelichting op de balans.

Voor een toelichting op de eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA verwijzen wij naar de desbetreffende toelichting onder het kopje Voorzieningen programmakosten (8).

De lasten voor de Compensatie transitievergoeding zijn in 2025 met € 93 miljoen (16%) toegenomen door een hoger aantal aanvragen. Deze stijging hangt samen met een grotere dan verwachte instroom (15%) van aanvragen over 2024 in 2025. Verder verwijzen we naar de toelichting op de voorziening Compensatie transitievergoeding in paragraaf Toelichting op de balans onder het kopje Voorzieningen programmakosten (8).

Uitvoeringskosten

De uitvoeringskosten worden naar kostensoort geadministreerd en niet naar wet en fonds. Daarom vindt er een toerekening plaats van de uitvoeringskosten waarmee UWV zich verantwoordt naar wet en fonds. Deze toerekening is een benadering op basis van activiteiten. De toerekening vindt plaats door verdeelsleutels toe te passen op de uitkomsten van het costaccountingmodel van UWV. De verdeelsleutels worden jaarlijks met het ministerie van SZW afgesproken. De Toeslagenwet en de Wet op de bedrijfsorganisatie (Wet BO) krijgen geen uitvoeringskosten toegerekend.

In 2025 is het costaccountingmodel aangepast om te komen tot een meer gestructureerde en uniforme vastlegging. Hierdoor worden de kosten van activiteiten op een andere wijze toegerekend aan de producten. Dit werkt door in de toerekening van de uitvoeringskosten naar wet en fonds. Het heeft onder meer tot gevolg dat aan de Wajong en het Afj minder uitvoeringskosten zijn toegerekend dan onder de toerekeningmethodiek van 2024 het geval zou zijn geweest. Aan de WW en het AWf zijn meer kosten toegerekend dan onder de in 2024 gehanteerde toerekening. De toerekening in 2025 sluit beter aan bij de aard van de activiteiten.

In 2025 zijn de gerealiseerde uitvoeringskosten met € 51 miljoen toegenomen ten opzichte van 2024. Hierna geven we een korte toelichting op de uitvoeringskosten per kostensoort, zoals opgenomen in de staat van baten en lasten.

Personeelskosten (17)

Tabel Personeelskosten

Bedragen x € 1 miljoen

2025

2024

Lonen en salarissen

1.450

1.368

Sociale lasten

239

220

Pensioenen

174

209

Externe inleen

197

229

Dotatie aan voorziening Vitaliteitsregeling

51

-

Dotatie aan voorziening Verbeteraanpak WIA-kwaliteit 2020–2024, aandeel personele kosten

-

54

Frictiekosten personeel

0

2

Overige personeelskosten

85

82

Totaal

2.196

2.164

Lonen en salarissen: De lonen en salarissen zijn € 82 miljoen (6,0%) hoger dan in 2024. De salarissen zijn per 1 augustus 2025 conform de cao verhoogd met 3,25%. Daarnaast is er sprake van een toename van de personele bezetting met gemiddeld circa 1,5%.

Pensioenen: De pensioenlasten bedragen € 174 miljoen (2024: € 209 miljoen). De belangrijkste kenmerken van de pensioenregeling zijn:

  • De regeling kan worden getypeerd als een toegezegde bijdrageregeling.

  • Het pensioengevend salaris wordt bepaald op basis van middelloon.

  • Indexatie vindt plaats voor zover de middelen van het fonds dat toelaten. Voor actieve deelnemers vindt indexatie plaats op grond van cao‑loonsverhogingen, voor gepensioneerden op grond van de prijsindex.

Tussen UWV en de Stichting Pensioenfonds UWV (hierna: het Pensioenfonds) wordt jaarlijks een financieringsovereenkomst afgesloten. In de financieringsovereenkomst is onder meer vastgelegd dat de door werkgever en deelnemers gezamenlijk verschuldigde jaarlijkse premie niet meer bedraagt dan de door cao‑partijen vastgestelde maximale premie, evenals de premiegrondslag. De premie voor 2025 bedraagt 18,3% (2024: 22,7%) van de brutoloonsom met een (maximaal) opbouwpercentage van 1,738%.

De dekkingsgraad geeft de verhouding weer tussen de bezittingen (zoals aandelen, obligaties, vastgoed) en de verplichtingen (de waarde van alle nu en in de toekomst uit te keren pensioenen) van het fonds. De beleidsdekkingsgraad is de gemiddelde dekkingsgraad over de afgelopen twaalf maanden. Dit is de basis waarop pensioenfondsen hun beleid moeten afstemmen. Per 31 december 2025 bedroeg de beleidsdekkingsgraad 121,9% (119,5% per 31 december 2024).

Het belegd vermogen van het Pensioenfonds bedroeg ultimo 2025 ongeveer € 8,9 miljard (2024: € 9,2 miljard).

De pensioenen van de UWV-werknemers zijn per 1 januari 2025 met 3,26% verhoogd. De pensioenen van de gepensioneerden en ex‑werknemers zijn met 1% verhoogd.

Externe inleen: De kosten van externe inleen bedragen € 197 miljoen (2024: € 229 miljoen). De kosten hebben voornamelijk betrekking op uitzendkrachten en externe inleen van ICT’ers, verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen. In 2025 zijn er minder medewerkers ingehuurd en zijn externe medewerkers deels vervangen door interne medewerkers.

Dotatie aan voorziening Vitaliteitsregeling: De kosten in 2025 van € 51 miljoen hebben betrekking op de vorming van een voorziening voor de Vitaliteitsregeling conform cao. Voor een verdere toelichting verwijzen we naar paragraaf Toelichting op de balans onder het kopje Voorzieningen uitvoeringskosten (9).

Dotatie aan voorziening Verbeteraanpak WIA 2020–2024, aandeel personele kosten: De kosten in 2024 van € 54 miljoen hebben betrekking op de vorming van een voorziening voor de uitvoeringskosten van de Verbeteraanpak WIA 2020–2024 (in 2025 hernoemd in voorziening Herstelorganisatie WIA). In 2025 hebben mutaties plaatsgevonden op deze voorziening, het verloop is toelicht in paragraaf Toelichting op de balans onder het kopje Voorzieningen uitvoeringskosten (9).

Overige personeelskosten: Deze kosten betreffen onder meer opleidingskosten, reiskosten en cateringkosten.

Huisvestingskosten (18)

­

Tabel Huisvestingskosten

Bedragen x € 1 miljoen

2025

2024

Huren

51

52

Afschrijvingen

13

13

Beveiliging

16

17

Schoonmaak

11

11

Dotatie/vrijval voorzieningen huurafkoop en leegstand

0

-1

Overige huisvestingskosten

26

31

Totaal

117

123

De inkomsten uit onderverhuur van € 0,4 miljoen (2024: € 0,6 miljoen) zijn in mindering gebracht op de huurlasten.

Automatiseringskosten (19)

De automatiseringskosten van € 270 miljoen (2024: € 262 miljoen) betreffen zowel de reguliere als de projectkosten. De personeelskosten van medewerkers werkzaam in de ICT‑keten zijn hierbij niet inbegrepen. Bij de automatiseringskosten is een bedrag van € 16 miljoen (2024: ook € 16 miljoen) aan afschrijvingslasten inbegrepen. Er worden geen automatiseringsmiddelen geleased.

Kantoorkosten (20)

In de kantoorkosten van € 28 miljoen is een bedrag van € 4 miljoen (2024: ook € 4 miljoen) aan afschrijvingslasten inbegrepen.

Vervoers‑ en overige kosten (21)

De vervoers‑ en overige kosten bedragen € 70 miljoen. De vervoerskosten betreffen met name de kosten van dienstreizen en leaseauto’s. De kosten voor de autoleasecontracten bedragen in 2025 € 4 miljoen (2024: ook € 4 miljoen). De overige kosten hebben onder meer betrekking op dwangsommen, vergaderen, medische informatie en communicatie.

Financiële baten en lasten (22)

Volgens de regelgeving wordt over de dagelijkse saldi van de rekeningen‑courant bij de minister van Financiën rente berekend. Over de creditsaldi van elk van de rekeningen‑courant wordt een rente vergoed die gelijk is aan de daggeldrente. Over de debetsaldi van elk van de rekeningen‑courant wordt een rente betaald die gelijk is aan de daggeldrente. Wanneer de rente negatief is, wordt die rente gelijkgesteld aan nul. In 2025 bedroeg de rente gemiddeld 2,2% (2024: 3,6%).

Accountantshonorarium

De Auditdienst UWV controleert de wettelijke jaarrekening van UWV en geeft hierbij een controleverklaring af. Ook geeft de Auditdienst oordelen af over de gegevensverwerking binnen UWV (conform Regeling SUWI artikel 5.22) en over de gegevensuitwisseling via de gemeenschappelijke elektronische voorzieningen SUWI (conform Regeling SUWI artikel 6.4).

PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. (PwC) controleert de publieksversie van de jaarrekening. Hierbij maakt PwC, voor zover vaktechnisch mogelijk, gebruik van de werkzaamheden van de Auditdienst UWV en geeft op basis van die en de overige door de externe accountant verrichte werkzaamheden als onafhankelijk accountant van UWV een verklaring inzake de getrouwheid af bij de publieksversie van de jaarrekening. In onderstaande tabel worden alle vergoedingen aan PwC verantwoord.

Tabel Accountantshonorarium

Bedragen x € 1.000

2025

2024

Onderzoek van de jaarrekening

991

892

Andere controleopdrachten

-

-

Adviesopdrachten op fiscaal terrein

-

-

Andere niet-controlediensten

19

69

Totaal

1.010

961

Bovenstaande honoraria betreffen de werkzaamheden die bij de rechtspersoon zijn uitgevoerd door de accountantsorganisatie zoals bedoeld in artikel 1 lid 1 Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta) en de in rekening gebrachte honoraria van het gehele netwerk waartoe de accountantsorganisatie behoort. Deze honoraria hebben betrekking op de diensten die door de accountantsorganisatie zijn geleverd in 2025, ongeacht of de werkzaamheden betrekking hebben op de jaarrekening 2025. Deze bedragen zijn inclusief btw.

Verder vermelden we de kosten van de Auditdienst UWV zoals die als last in het boekjaar zijn verantwoord: die bedroegen in 2025 € 7,9 miljoen (2024: € 7,7 miljoen). De werkzaamheden waarop deze kosten betrekking hebben zijn toegelicht in paragraaf Bestuur, onder het kopje Intern en openbaar accountant. In 2025 betrof circa 63% (2024: circa 60%) van deze werkzaamheden verantwoordingsonderzoeken, vooral naar jaarrekening en jaarverslag van UWV (inclusief het onderzoek naar de gegevensverwerking conform Regeling SUWI artikel 5.22).

WNT‑verantwoording 2025

De Wet normering topinkomens (WNT) is van toepassing op UWV. Het voor UWV toepasselijke bezoldigingsmaximum is in 2025 € 246.000. Dit is het algemeen bezoldigingsmaximum.

Tabel Bezoldiging topfunctionarissen

Bedragen x € 1

Maarten Camps

René Steen-voorden

Judith Duveen

Joost Brouwer

Nathalie van Berkel

Johanna Hirscher

Guus van Weelden

Gegevens 2025

Functiegegevens

Voorzitter RvB

Lid RvB

Lid RvB

Lid RvB

Lid RvB

Lid RvB

*

Aanvang en einde functievervulling in 2025

1/1 - 31/12

1/1 - 31/12

1/11-31/12

1/11-31/12

1/1-30/09

1/1-15/04

1/1 - 31/01

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

1,0

0,775

Dienstbetrekking?

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Ja

Bezoldiging

Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen

229.998

229.998

38.333

38.333

171.998

66.247

12.439

Beloningen betaalbaar op termijn

15.497

15.497

2.583

2.583

11.623

4.520

1.001

Subtotaal

245.495

245.495

40.916

40.916

183.621

70.767

13.440

-/- onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Totaal bezoldiging 2025

245.495

245.495

40.916

40.916

183.621

70.767

13.440

Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum

246.000

246.000

41.112

41.112

183.995

70.767

16.192

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

N.v.t.

* Voormalig lid raad van bestuur, is vanaf 1 september 2023 tot en met januari 2025 gedetacheerd bij het ministerie van SZW en oefent dus feitelijk geen functie meer uit bij UWV. Per 1 februari 2025 uit dienst getreden bij UWV.

UWV kende geen leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking in het verslagjaar 2025. In 2025 waren er bij UWV geen niet‑topfunctionarissen met een bezoldiging boven het maximum voor de WNT.

Tabel Uitkeringen wegens beëindiging dienstverband aan topfunctionarissen

Bedragen x € 1

Johanna Hirscher

Functiegegevens

Functie bij beëindiging dienstverband

Lid RvB

Omvang dienstverband (als deeltijdfactor in fte)

1,0

Jaar waarin dienstverband is beëindigd

2025

Uitkering wegens beëindiging van het dienstverband

Overeengekomen uitkeringen wegens beëindiging dienstverband

73.976

Individueel toepasselijk maximum

75.000

Totaal uitkeringen wegens beëindiging dienstverband

73.976

Waarvan betaald in 2025

73.976

Onverschuldigd betaald en nog niet terugontvangen bedrag

N.v.t.

Het bedrag van de overschrijding en de reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan

N.v.t.

Toelichting op de vordering wegens onverschuldigde betaling

N.v.t.

UWV heeft geen topfunctionarissen met een toezichthoudende functie. In de notitie Toezicht op UWV en SVB – Uitgangspunten van het ministerie van SZW d.d. 17 juni 2021 is namelijk uiteengezet dat de minister conform de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen en de Wet SUWI bevoegd is voor de aansturing van en het toezicht op UWV. Het toezicht op UWV is belegd bij het ministerie van SZW. De Audit Advies Commissie wordt derhalve niet gezien als het hoogste toezichthoudende orgaan van UWV. Het toezicht door de minister is onderscheiden in organisatiegericht toezicht en doeltreffendheidstoezicht. Het ministerie voert het organisatiegerichte toezicht uit en de Nederlandse Arbeidsinspectie het doeltreffendheidstoezicht. De Audit Advies Commissie van UWV fungeert als reflectie- en adviesorgaan voor de raad van bestuur en richt zich op onderwerpen als de kwaliteit van de bedrijfsvoering, het auditbeleid, het risicomanagementbeleid en de beheersing van de primaire processen. Op grond van het voorgaande is in 2025 geconcludeerd dat de leden van de Audit Advies Commissie in voorgaande jaren ten onrechte zijn aangemerkt en verantwoord als topfunctionarissen met een toezichthoudende functie. Daarom wordt de tabel Bezoldiging toezichthoudende topfunctionarissen met ingang van dit verslagjaar niet langer opgenomen.

Gemiddeld aantal werknemers

Gedurende het jaar 2025 waren, omgerekend naar een volledig dienstverband (fte), gemiddeld 19.894 werknemers in dienst (2024: 19.612). Alle werknemers werkten in Nederland. Het gemiddeld aantal fte’s per bedrijfsonderdeel en het aantal boventallige werknemers was in 2025 respectievelijk 2024 als volgt:

Tabel Gemiddeld aantal fte’s

Werk-bedrijf

Sociaal-medische zaken

Uitkeren

Klant & Service

Gegevens-diensten

Bezwaar & Beroep

Hand-having

Centrale staven

Boven-tallig

Totaal

2025

5.056

4.529

4.757

1.387

443

1.009

543

2.164

6

19.894

2024

5.207

4.418

4.566

1.375

430

961

530

2.120

5

19.612

Gebeurtenissen na balansdatum

Voor zover relevant zijn de feiten en gebeurtenissen die zich hebben voorgedaan na balansdatum vermeld in dit jaarverslag.

Amsterdam, 12 maart 2026

Raad van bestuur UWV

Maarten Camps, voorzitter   Joost Brouwer   Judith Duveen   René Steenvoorden

Deel deze pagina: