Toetsing nieuwe wet- en regelgeving

De invoering van nieuwe wet- en regelgeving heeft vaak grote gevolgen voor de uitvoering in de praktijk. UWV beoordeelt daarom of voorgestelde wetten en wijzigingen uitvoerbaar zijn via zogenoemde uitvoeringstoetsen.

Hierna lichten we een aantal van deze toetsen toe en gaan we in op specifieke aandachtspunten bij de implementatie. We bespreken onder meer de voortgang rond het wetsvoorstel Proactieve dienstverlening, de Europese AI‑verordening en ontwikkelingen rondom de Wet tegemoetkomingen loondomein. Ook staan we stil bij een belangrijke rechterlijke uitspraak en het gevolg daarvan voor de uitvoering.

Wetsvoorstel Proactieve dienstverlening

In de zomer van 2025 is de uitvoeringstoets op het besluit Proactieve dienstverlening afgerond. Hieruit blijkt dat de regelgeving voor proactieve dienstverlening onder voorwaarden uitvoerbaar is. Hiermee ontstaat ook een wettelijke basis voor de al bestaande proactieve dienstverlening in het kader van de Toeslagenwet en hoofdstuk IV van de WW. De verwachting is dat de nieuwe regelgeving in juli 2026 van kracht wordt. Het wetsvoorstel is inmiddels geagendeerd in de Tweede Kamer.

AI-verordening

De AI-verordening (AI-Act) van de Europese Unie (EU) is in augustus 2024 in werking getreden en wordt gefaseerd in de EU‑lidstaten van kracht. De bepalingen over AI‑geletterdheid worden op dit moment geïmplementeerd. In augustus 2025 werden de regels voor nieuwe taalmodellen van kracht en in de loop van 2026 volgen de regels voor hoogrisico‑AI‑systemen. In aanloop naar de uitvoeringstoets in 2026 is uitgebreid aandacht besteed aan de analyse van de impact hiervan.

In 2025 heeft UWV bewust geïnvesteerd in het leggen van een stevige basis voor de inzet van AI. Het uitgangspunt daarbij is dat technologie medewerkers ondersteunt en bijdraagt aan betere dienstverlening voor cliënten. Het Kernteam AI, dat de implementatie van de verordening binnen onze organisatie aanstuurt, heeft de eerste spelregels voor verantwoord gebruik van AI ontwikkeld en onder andere een gapanalyse uitgevoerd op de AI‑verordening. Op basis daarvan is vastgesteld welke wettelijke bepalingen verdere uitwerking vragen om UWV te laten voldoen aan alle verplichtingen, ook in situaties waarin UWV gebruiksverantwoordelijk is.

Conform de wettelijke kaders zijn de eerste stappen gezet om AI‑geletterdheid te vergroten en passende governance in te richten. Binnen vooraf bepaalde kaders is het voor medewerkers tijdelijk mogelijk gemaakt om te werken met het generatieve AI‑model Le Chat van Mistral. Daarnaast zijn verschillende pilots uitgevoerd en experimenteert de UWV‑innovatiehub in een beveiligde afgeschermde testomgeving met nieuwe toepassingen. Hierdoor ontwikkelt AI zich sta­p voor sta­p van experiment tot betrouwbaar hulpmiddel in het werk van medewerkers. Een voorbeeld van de toepassing van deze kaders is de bemiddelingsservice. Door ruimte te geven aan innovatie binnen wettelijke kaders leren we gecontroleerd, bouwen we vertrouwen op en benutten we de potentie van AI op een manier die past bij onze publieke taak. Het uiteindelijke doel is het bieden van betere ondersteuning aan medewerkers en zorgvuldige, mensgerichte en toekomstbestendige dienstverlening leveren aan cliënten. In 2026 ontwikkelen we een voorspelbare en verantwoorde route van idee naar productie en beheer.

Toepassen wettelijke definitie begrip inkomstenverhouding

Eind 2020 is UWV in opdracht van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gestart met het toepassen van de wettelijke definitie van het begrip inkomstenverhouding. Het ministerie heeft ons verzocht om daarbij geen onomkeerbare stappen te zetten, omdat de totale regelgeving nog in beweging is. Eerder was inwerkingtreding van de definitie voorzien per 1 januari 2023. In verband met een aantal tussentijdse aanpassingen van het besluit en door samenloop met een aantal grote verandertrajecten binnen UWV is deze datum nu opgeschoven naar 2028. In 2025 werkten we intussen verder aan de voorbereidingen voor de implementatie. We zetten daarbij nog steeds geen onomkeerbare stappen, maar hebben inmiddels wel substantiële uitgaven gedaan voor deze implementatie.

Wet tegemoetkomingen loondomein

In 2023 hebben we meerdere wijzigingen in de Wet tegemoetkomingen loondomein getoetst, waaronder afschaffing van de regeling Lage inkomensvoordeel, wijzigingen in het loonkostenvoordeel (LKV) voor de doelgroep banenafspraak en scholingsbelemmerden, verbeteringen in de banenafspraak, het structureel maken van het hiervoor genoemde LKV‑banenafspraak en verlaging en afschaffing van de regeling loonkostenvoordeel oudere werknemer. De afschaffing van het lage‑inkomensvoordeel, aanpassingen in de hoogte van het loonkostenvoordeel oudere werknemer en de verbeteringen in het loonkostenvoordeel herplaatsen arbeidsgehandicapte werknemer zijn in 2024 geïmplementeerd en per 1 januari 2025 in werking getreden. De aanpassingen in het LKV‑banenafspraak zijn per 1 januari 2026 ingegaan. De beoogde datum van inwerkingtreding van de wijziging loonkostenvoordelen bij opvolgende werkgevers is 1 januari 2027. Al deze wetswijzigingen bij elkaar leidden in 2024 en 2025 tot grote uitvoeringscomplexiteit bij UWV. De wijzigingen in het LKV bij opvolgende werkgevers zijn opgeschoven en zullen we in 2026 implementeren.

Naast deze beleidsvoorstellen zijn in 2023 en 2024 uitspraken gedaan door de Centrale Raad van Beroep en de Hoge Raad over het recht op loonkostenvoordeel na overgang van onderneming. UWV en de Belastingdienst hebben in 2024 en 2025 bij de afhandeling van bezwaren tegen de toekenning of weigering van loonkostenvoordelen rekening gehouden met die uitspraken. Om dit soort situaties via de reguliere processen te kunnen afhandelen, is een wetswijziging voorbereid (loonkostenvoordelen bij opvolgende werkgevers) die in 2025 in zou gaan. Die is echter uitgesteld en zal nu op zijn vroegst in 2027 alsnog in werking kunnen treden. De bezwaarroute is een handmatig proces dat nog tot in 2027 zal moeten worden uitgevoerd.

Uitspraak CRvB verzekeringsplicht pgb‑zorgverleners

Op 30 maart 2024 heeft de Centrale Raad van Beroep (CRvB) geoordeeld dat zorgverleners die worden betaald vanuit een persoonsgebonden budget (pgb) en een arbeidsovereenkomst voor maximaal drie dagen per week hebben, niet langer mogen worden uitgezonderd van verzekering voor de werknemersverzekeringen. Pgb‑zorgverleners kunnen sindsdien aanspraak maken op een WW‑, Ziektewet‑ en WIA‑uitkering. Omdat dit soort dienstverbanden niet of als niet‑verzekerde dienstverbanden in de polisadministratie staan geregistreerd, kan UWV niet op de reguliere wijze uitvoering geven aan de uitkeringsvaststelling voor deze verzekerden. Er is een handmatig proces ingericht, wat vooralsnog extra uitvoeringskosten en uitvoeringsrisico’s met zich meebrengt. Dit proces hanteren we zolang de dienstverbanden van deze zorgverleners nog niet als verzekerde dienstbetrekkingen in de polisadministratie staan. Om dienstverbanden van pgb‑zorgverleners wél als verzekerde dienstbetrekkingen in de polisadministratie te kunnen opnemen, is een wetswijziging nodig en is het nodig dat voor pgb‑zorgverleners maandaangiftes worden gedaan via de loonaangifte. In 2024 is een uitvoeringstoets gedaan op de aangepaste wetgeving. Het beoogde jaar van inwerkingtreding van dit wetsvoorstel is 2026. Vanaf dan hebben pgb‑zorgverleners recht op 104 weken loondoorbetaling bij ziekte en moeten pgb‑budgethouders premies werknemersverzekeringen gaan betalen. De voorbereidingen voor deze implementatie zijn gestart en zullen deels doorlopen in het eerste kwartaal van 2026. De wet is nog niet aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. De maandaangiftes zijn in dit voorstel nog niet geregeld. Ook na de inwerkingtreding van de wetswijziging blijft extra gegevensuitvraag nodig om uitkeringen voor pgb‑verzekerden te kunnen vaststellen.

Wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen

In juli 2025 hebben we de uitvoeringstoets op het herijkte wetsvoorstel Basisverzekering arbeidsongeschiktheid zelfstandigen (Baz) afgerond. Het wetsvoorstel creëert een verplichte publieke verzekering voor zelfstandigen naast de bestaande arbeidsongeschiktheidsverzekeringen voor werknemers. Het wetsvoorstel biedt zelfstandigen ook de gelegenheid om zich privaat te verzekeren (‘opt‑out’). UWV heeft geoordeeld dat het voorstel in technisch zin uitvoerbaar is. Wel werd de constatering gedaan dat het een zeer omvangrijk en ingrijpend voorstel voor UWV is. De inrichting van de wachttijd, de arbeidsongeschiktheidsbeoordeling en de verstrekking van uitkeringen vereisen nieuwe administratieve ondersteuning en andere processen. Daarnaast moeten een zelfstandigenadministratie, de heffing en inning van stabiliteitsbijdragen bij private partijen en een nieuw fonds worden ingericht. Naast de uitvoerbaarheid in technische zin is echter gewezen op de capaciteitsproblematiek binnen UWV. Zonder fundamentele wijzigingen in het arbeidsongeschiktheidsstelsel en concrete stappen op afzienbare termijn is er geen ruimte om de Baz in 2030 of de jaren daarna uit te voeren.

Wetsvoorstel Herijking van het handhavingsinstrumentarium

Sinds 2020 is UWV betrokken bij de herijking van het handhavingsinstrumentarium. Dit is een traject van het ministerie van SZW dat bestuursorganen een breed palet aan interventies moet bieden om naleving te bevorderen en passend te reageren op geconstateerde regelovertreding. De afgelopen jaren heeft het ministerie samen met de Sociale Verzekeringsbank (SVB), de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) en UWV gewerkt aan het wetsvoorstel Handhaving sociale zekerheid en daarmee samenhangende aanpassingen in het Boetebesluit socialezekerheidswetten en het Maatregelenbesluit socialezekerheidswetten. Het doel van dit pakket aan wijzigingen is bestuursorganen in de gelegenheid te stellen om een eventuele sanctie nog beter af te stemmen op de overtreding die heeft plaatsgevonden. Daarbij kan rekening worden gehouden met fouten die zijn gemaakt. In 2025 hebben we twee uitvoeringstoetsen opgeleverd: één met betrekking tot het wijzigen van het maatregelenbesluit in verband met wijzigingen in de Participatiewet en één afrondende integrale uitvoeringstoets waarin het we het hele pakket in samenhang hebben getoetst. Beide toetsen hebben een positief uitvoeringsoordeel ontvangen. De wet is nog niet aangenomen door de Tweede en Eerste Kamer. De beoogde datum van inwerkingtreding is 1 januari 2027. Om dit te realiseren moeten de voorbereidingen voor de implementatie uiterlijk 1 april 2026 starten.

Deel deze pagina: