Controleverklaring van de onafhankelijke accountant
Aan: de raad van bestuur van Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen
Verklaring over de jaarrekening 2025
Ons oordeel
Naar ons oordeel geeft de jaarrekening van Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (‘UWV’) een getrouw beeld van de grootte en de samenstelling van het vermogen van UWV op 31 december 2025 en van het resultaat over 2025 in overeenstemming met de Wet SUWI artikel 49 lid 5, Regeling SUWI artikel 5.10a lid 1, 2 en 4, bijlage VI bij de Regeling SUWI punt 8 en 10 (met uitzondering van 10.6.5, 10.6.6, 10.6.8 en 10.6.10).
Wat we hebben gecontroleerd
Wij hebben de in dit jaarverslag opgenomen jaarrekening 2025 van Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen te Amsterdam gecontroleerd.
De jaarrekening bestaat uit:
-
de balans per 31 december 2025;
-
de staat van baten en lasten over 2025; en
-
de toelichting met een overzicht van de gehanteerde grondslagen voor financiële verslaggeving en overige toelichtingen.
Het stelsel voor financiële verslaggeving dat is gebruikt voor het opmaken van de jaarrekening is de Wet SUWI artikel 49 lid 5, Regeling SUWI artikel 5.10a lid 1, 2 en 4, bijlage VI bij de Regeling SUWI punt 8 en 10 (met uitzondering van 10.6.5, 10.6.6, 10.6.8 en 10.6.10) en de bepalingen bij en krachtens de WNT.
De basis voor ons oordeel
Wij hebben onze controle uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder ook de Nederlandse controlestandaarden en het Controleprotocol WNT 2025 vallen. Onze verantwoordelijkheden op grond hiervan zijn beschreven in de paragraaf ‘Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening’. Wij vinden dat de door ons verkregen controle-informatie voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel.
Onafhankelijkheid
Wij zijn onafhankelijk van Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen zoals vereist in de Wet toezicht accountantsorganisaties (Wta), de Verordening inzake de onafhankelijkheid van accountants bij assuranceopdrachten (ViO) en andere voor de opdracht relevante onafhankelijkheidsregels in Nederland. Verder hebben wij voldaan aan de Verordening gedrags- en beroepsregels accountants (VGBA).
Informatie ter ondersteuning van ons oordeel
Wij hebben onze controlewerkzaamheden met betrekking tot fraude en continuïteit, en de aangelegenheden daaruit, bepaald in de context van de controle van de jaarrekening als geheel en bij het vormen van ons oordeel hierover. Daarom geven wij geen afzonderlijke oordelen of conclusies over de informatie ter ondersteuning van ons oordeel, zoals onze bevindingen en observaties ten aanzien van de controleaanpak gericht op de frauderisico’s en continuïteit.
Controleaanpak frauderisico’s en misbruik en oneigenlijk gebruik
Wij hebben risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg zijn van fraude of misbruik en oneigenlijk gebruik geïdentificeerd en ingeschat. Wij hebben tijdens onze controle inzicht verkregen in UWV en haar omgeving en de componenten van het interne beheersingssysteem, waaronder:
-
het risico-inschattingsproces;
-
het beleid ten aanzien van het voorkomen en opsporen van fraude;
-
het beleid ten aanzien van het beperken en opsporen van misbruik en oneigenlijk gebruik;
-
de wijze waarop de raad van bestuur inspeelt op risico's op fraude en misbruik en oneigenlijk gebruik en het interne beheersingssysteem monitort en de uitkomsten daarvan.
Wij verwijzen naar paragraaf 2.2. 'Bestuur' sectie 'Voorkomen van fraude binnen UWV’ en sectie 'Beleid misbruik en oneigenlijk gebruik' en paragraaf 4.4. 'Resultaten van NOW-beheersmaatregelen' van het jaarverslag, waarin de raad van bestuur haar beleid en risicoanalyse en resultaten met betrekking tot fraude en misbruik en oneigenlijk gebruik heeft opgenomen.
Wij hebben ten aanzien van het risico op afwijkingen van materieel belang als gevolg van fraude of misbruik en oneigenlijk gebruik, de opzet en implementatie van de interne beheersing geëvalueerd, waaronder het beleid ten aanzien van het beperken en opsporen van fraude en misbruik en oneigenlijk gebruik, de gedragscode, de klokkenluidersregeling, het integriteitsbeleid, en de opvolging van fraude- en integriteitsmeldingen. Hieruit volgden enkele aanwijzingen van fraude die nader zijn onderzocht door Bureau Integriteit van UWV al dan niet in samenwerking met een door het management ingeschakelde forensische deskundige. Wij hebben de competentie, capaciteit en objectiviteit van Bureau Integriteit en de ingeschakelde deskundigen geëvalueerd, inzicht verworven in het uitgevoerde werk en geëvalueerd of het werk geschikt is als controle-informatie. Wij zijn hierin ondersteund door onze interne forensische specialisten en hebben enkele aanvullende analyses uitgevoerd. De uitkomsten hebben wij gewogen en betrokken in onze frauderisicoanalyse. De vermeende of vermoede gevallen van fraude gaven geen aanleiding voor het identificeren van aanvullende frauderisico's.
Specifiek ten aanzien van het misbruik en oneigenlijk gebruik van alle door UWV uitgevoerde (wettelijke) regelingen, waaronder uitkeringen en NOW-subsidies, hebben wij het handhavingsbeleid geëvalueerd, inclusief de risicoanalyses en -scans, de individuele opvolging van de misbruik en meldingen van oneigenlijk gebruik en de uitgevoerde themaonderzoeken.
Wij hebben inlichtingen ingewonnen bij de leden van de raad van bestuur, de Auditdienst UWV en de directie FEZ om hun fraudebewustzijn te evalueren, alsmede om de interne beheersomgeving met betrekking tot fraude en de ‘tone at the top’ te evalueren.
Wij hebben aan de leden van de raad van bestuur, de Auditdienst UWV, de directie FEZ, de directie Handhaving en Bureau Integriteit gevraagd over feitelijke, vermeende of vermoede fraude of misbruik en oneigenlijk gebruik waarvan zij op de hoogte zijn. Hieruit volgden geen verdere aanwijzingen van feitelijke, vermeende of vermoede gevallen van fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik.
Als onderdeel van ons proces van het identificeren van risico’s op een afwijking van materieel belang in de jaarrekening die het gevolg zijn van fraude of misbruik en oneigenlijk gebruik, hebben wij, in nauwe samenwerking met onze forensische specialisten, frauderisicofactoren overwogen met betrekking tot frauduleuze financiële verslaggeving, oneigenlijke toe-eigening van activa en misbruik en oneigenlijk gebruik. Wij hebben geëvalueerd of deze factoren een indicatie vormden voor de aanwezigheid van frauderisico’s.
De door ons geïdentificeerde risico’s en uitgevoerde specifieke werkzaamheden zijn als volgt:
|
Geïdentificeerde frauderisico’s en risico’s misbruik en oneigenlijk gebruik |
Controlewerkzaamheden en observaties |
|
Het risico dat de raad van bestuur maatregelen van interne beheersing doorbreekt De raad van bestuur bevindt zich in een unieke positie om fraude te plegen, omdat het in staat is de administratieve vastleggingen te manipuleren en frauduleuze financiële overzichten op te stellen door interne beheersingsmaatregelen te doorbreken die anderszins effectief lijken te werken. Daarom besteden wij bij al onze controles aandacht aan het risico van het doorbreken van maatregelen van interne beheersing door de raad van bestuur met betrekking tot:
Wij richten ons daarbij op verschuiving van uitvoeringslasten van het volgende boekjaar naar het huidige boekjaar en fictieve uitvoeringslasten door het vormen of verhogen van de overige schulden en overlopende passiva. Dit omdat UWV als organisatie met name op de uitvoering van zijn taak (uitvoering) wordt beoordeeld in relatie tot de begroting. |
Wij hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing in de processen voor het genereren en verwerken van journaalposten en het maken van schattingen. Tevens hebben wij specifieke aandacht gegeven aan de toegangsbeveiligingen in het IT-systeem en de mogelijkheid dat hierin functiescheiding kan worden doorbroken. Wij hebben tekortkomingen in de interne beheersing geconstateerd. Onze bevindingen hebben wij schriftelijk aan de Auditdienst UWV, de directie FEZ en de raad van bestuur gerapporteerd. Wij hebben onze controle hoofdzakelijk gegevensgericht ingestoken. Wij hebben journaalposten geselecteerd op basis van risicocriteria en hierop specifieke controlewerkzaamheden verricht. Deze werkzaamheden omvatten onder meer inspectie van informatie uit brondocumenten. Gelet op de begrotingsonderschrijding, exclusief het effect van de voorziening Herstelorganisatie WIA onder de uitvoeringskosten, hebben wij een gerichte deelwaarneming uitgevoerd op journaalposten in de gedefinieerde risicoperiode en aan de hand van brondocumenten getoetst op afgrenzing (verschuiving van lasten van het volgende boekjaar) naar het huidige boekjaar en bestaan (fictieve lasten door het vormen of verhogen van de overige schulden en overlopende passiva). Tevens hebben wij aanvullend de journaalposten onderzocht waarbij de kosten werden gedebiteerd en de materiële vaste activa gecrediteerd. Wij hebben geen significante transacties buiten het kader van de normale bedrijfsuitoefening geïdentificeerd. Wij hebben de materiële schattingen voor de uitvoeringskosten gecontroleerd, zijnde de voorziening jubileumuitkeringen, de voorziening vitaliteitsregeling en de voorziening Herstelorganisatie WIA. Hierbij hebben wij de mogelijke tendentie van de raad van bestuur in de significante aannames geëvalueerd. Bij de jubileumvoorziening en de voorziening vitaliteitsregeling betreffen dit de gehanteerde disconteringsvoet, verwachte loonstijging en ‘blijfkans’ en hierbij hebben wij getoetst of deze aannames redelijk en onderbouwd zijn. Bij de voorziening Herstelorganisatie WIA (uitvoeringskosten) betreft dit met name de verwachte additionele personele inzet in de Herstelorganisatie. Wij hebben in het bijzonder aandacht gehad voor het inherente risico van mogelijke vooringenomenheid van de raad van bestuur bij schattingen. Onze werkzaamheden hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude ten aanzien van het doorbreken van de interne beheersing door de raad van bestuur. |
|
Misbruik en oneigenlijk gebruik subsidies NOW De Nederlandse staat trof maatregelen die nodig waren om de uitbraak van het coronavirus beheersbaar te houden. De impact van deze maatregelen op bedrijven in Nederland was groot. Om het bedrijfsleven te ondersteunen in de crisistijd was de subsidieregeling NOW opgezet. Vanwege de urgentie voor het bedrijfsleven was de regeling ingericht op een snelle bevoorschotting op basis van loonsom en het geschatte omzetverlies over de referentieperiode. De vaststelling van de subsidie is op basis van het werkelijke gerealiseerde omzetverlies en de gerealiseerde loonsom. Door de opzet van de regeling bestaat er een risico op misbruik en oneigenlijk gebruik door het inherente risico op het met opzet indienen van te hoge subsidieverleningsaanvragen (voorschot), vaststellingsverzoeken met een onjuiste weergave of het in zijn geheel niet indienen van een vaststellingsverzoek. In het proces van de beoordeling van de vaststellingsaanvraag van de subsidies heeft UWV interne controlewerkzaamheden ingericht op het percentage gerealiseerd omzetverlies en de gerealiseerde loonsom van de aanvrager. |
Wij hebben de opzet en implementatie geëvalueerd van de maatregelen van interne beheersing ter beperking van het risico op misbruik en oneigenlijk gebruik in de processen voor subsidievaststelling met betrekking tot de NOW-regelingen. Wij hebben de opzet en implementatie van de interne beheersing in het meldingenproces binnen de directie Handhaving geëvalueerd. Wij hebben een gegevensgerichte deelwaarneming uitgevoerd op de meldingen van misbruik en oneigenlijk gebruik in 2025 en de vastgelegde gegevens over de melding getoetst aan onderliggende documentatie. Met de kennis van de door ons uitgevoerde werkzaamheden hebben wij de toelichting in de sectie 'Beleid misbruik en oneigenlijk vanuit paragraaf 2.2. 'Bestuur' en paragraaf 4.4 ‘Resultaten van NOW-beheersmaatregelen’ in het jaarverslag geëvalueerd, alsmede de secties ‘Algemeen beleid ter beperking van misbruik en oneigenlijk gebruik’, ‘Specifieke aandachtspunten misbruik en oneigenlijk gebruik NOW’ in de ‘Algemene toelichting’ en toelichting 15 ‘NOW-subsidies’ in de jaarrekening. Wij hebben ten aanzien van de door UWV uitgevoerde evaluatie en de uitkomsten daarvan zoals opgenomen in paragraaf 4.5 ‘Resultaten van NOW-beheersmaatregelen’ in het jaarverslag en de toelichting 8.7 ‘NOW-subsidies (15)’ in de jaarrekening, werkzaamheden uitgevoerd op de aansluitingen met de administraties van UWV. Wij hebben ten aanzien van de door UWV uitgevoerde evaluatie en de uitkomsten daarvan zoals opgenomen in paragraaf 4.4 ‘Resultaten NOW-beheersmaatregelen’ in het jaarverslag en toelichting 15 ‘NOW-Subsidies’ in de jaarrekening, werkzaamheden uitgevoerd op de aansluitingen met de administraties van UWV. In toelichting 15 ‘NOW-subsidies’ in de jaarrekening en paragraaf 4.4 ‘Resultaten van NOW-beheersmaatregelen’ in het jaarverslag is opgenomen dat op een nominaal bedrag van € 96 miljoen aan vorderingen op ambtshalve nihilstellingen nog geen betaling is ontvangen. In deze paragraaf is ook toegelicht dat voor een bedrag van totaal € 28 miljoen afgeboekt is zonder tussenkomst van de werkgever. Dit betreft voornamelijk werkgevers die uitgeschreven zijn uit het register van de Kamer van Koophandel zónder rechtsopvolger, gevallen waarbij geen actie ondernomen kan worden omdat geen reactie is ontvangen van de bewaarder van boeken en bescheiden, alsmede volledig afgehandelde faillissementen. Deze twee categorieën kennen een verhoogd risico op misbruik en oneigenlijk gebruik. Voor de inherente beperkingen met betrekking tot misbruik en oneigenlijk gebruik verwijzen wij naar de benadrukking van ‘inherente beperkingen uitkeringen, subsidies NOW en premiebaten en vorderingen als gevolg van wettelijke verantwoordelijkheden in de loonaangifteketen en keuzes en beperkingen in het uitgevoerde rechtshandhavingsbeleid’ |
|
Het risico van onrechtmatige betalingen als gevolg van tekortkomingen in de ITGC's (logische toegang en wijzigingsbeheer) Binnen het betalingsproces en daaraan voorafgaande processen zijn meerdere geautomatiseerde controles aanwezig om onrechtmatige uitgaande betalingen te voorkomen. Deze geautomatiseerde controles betreffen onder meer de geautomatiseerde functiescheidingen in het proces van goedkeuring van betalingen, (toegangs)rechten om gegevens te wijzigen en de geautomatiseerde rapporten over betaalgegevens. Door onze bevindingen ten aanzien van de algemene IT-beheersmaatregelen ten aanzien van logische toegangsbeveiliging en wijzigingsbeheer bestaat het risico dat de geautomatiseerde controles niet effectief werken, waardoor het risico bestaat op onrechtmatige uitgaande betalingen. |
Het risico is geconstateerd naar aanleiding van onze evaluatie van de opzet en implementatie van relevante maatregelen van interne beheersing. Wij hebben onze controle gegevensgericht ingestoken. Door middel van data-analyse hebben wij voor functionarissen met brede toegangsrechten uitgaande betalingen geanalyseerd om betalingen te identificeren op bankrekeningen die ook voorkomen in de stamgegevens van desbetreffende personeelsleden. Wij hebben daarnaast op basis van een deelwaarneming getoetst dat: Onze controleprocedures hebben niet geleid tot specifieke aanwijzingen voor fraude of vermoedens van fraude met betrekking tot onrechtmatige betalingen. |
Wij hebben in onze controle een element van onvoorspelbaarheid ingebouwd.
Tevens hebben we kennisgenomen van de notulen van de raad van bestuur, Audit Advies Commissie en relevante correspondentie met de toezichthouder (het ministerie van SZW).
Ook hebben wij de uitkomst van andere controlewerkzaamheden beoordeeld en overwogen of er bevindingen zijn die aanwijzing geven voor fraude, misbruik en oneigenlijk gebruik of het niet naleven van wet- en regelgeving.
Indien daar sprake van was, hebben wij onze evaluatie van het risico van fraude of misbruik en oneigenlijk gebruik en de gevolgen daarvan voor onze controlewerkzaamheden opnieuw geëvalueerd.
Controleaanpak continuïteit
Wij verwijzen naar de sectie ‘Financiering’ in paragraaf 8.4 ‘Algemene toelichting’ in de jaarrekening, waarin de raad van bestuur heeft beschreven dat de liquiditeit van UWV, en daarmee de continuïteit van de bedrijfsactiviteiten is gewaarborgd, doordat bij een tekort aan financiële middelen, UWV ingevolge artikel 120, lid 4 Wfsv gebruikmaakt van de kredietfaciliteiten die door de minister van Financiën worden verleend. Continuïteit kent in de context van UWV een meer politieke dimensie. Uit de sectie ‘Financiering’ blijkt dat er geen gebeurtenissen of omstandigheden geïdentificeerd zijn, die gerede twijfel kunnen doen ontstaan over de mogelijkheid van UWV om zijn continuïteit te handhaven.
Onze werkzaamheden omvatten onder andere:
-
kennisnemen van het proces ten aanzien van de dagelijkse kasprognose van de saldi van de rekening-courant bij de minister van Financiën, zoals bedoeld in artikel 120, lid 6 Wfsv;
-
kennisnemen van de reactiebrieven van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid op de door UWV ingediende tussentijdse verslagen; en
-
Inwinnen van inlichtingen bij de raad van bestuur over zijn kennis van besluitvorming door het Rijk hieromtrent.
Benadrukking van ‘inherente beperkingen uitkeringen, subsidies NOW en premiebaten
en -vorderingen als gevolg van wettelijke verantwoordelijkheden in de loonaangifteketen
en keuzes en beperkingen in het uitgevoerde rechtshandhavingsbeleid’
Wij vestigen de aandacht op paragraaf 3.2 ‘Loonaangifteketen en polisadministratie verbeteren’ in het jaarverslag waarin wordt uiteengezet dat de Belastingdienst, CBS en UWV zelfstandige organisaties zijn, met eigen, wettelijk opgedragen taken. De Belastingdienst is in de loonaangifteketen verantwoordelijk voor de inning van de premies werknemersverzekeringen, het inwinnen van de daaraan gerelateerde gegevens op werkgevers- en werknemersniveau en voor het toezicht op de volledigheid, juistheid en kwaliteit van de aan UWV aangeleverde nominatieve gegevens. De door de Belastingdienst aangeleverde nominatieve gegevens worden door UWV beheerd in de polisadministratie en vormen de basis voor de berekening van de uitkeringen en subsidies NOW door UWV.
In aanvulling hierop vestigen wij de aandacht op de secties ‘Algemeen beleid ter beperking van misbruik en oneigenlijk gebruik’, ‘Specifieke aandachtspunten misbruik en oneigenlijk gebruik NOW’ en ‘Premieontvangsten Belastingdienst’ in paragraaf 8.4 ‘Algemene toelichting’ in de jaarrekening. In deze secties wordt uiteengezet dat er onzekerheid blijft bestaan omtrent de juistheid en de volledigheid van door belanghebbenden zelf verstrekte gegevens als gevolg van:
-
de beperkingen in het rechtshandhavingsbeleid van de Belastingdienst;
-
de keuzes in het door UWV gevoerde beleid ter beperking van misbruik en oneigenlijk
De daarmee samenhangende inherente onzekerheid over de juistheid van de uitkeringen, de juistheid van de subsidies NOW en de daaruit voortvloeiende nabetalingen en terugvorderingen NOW, de volledigheid van de ontvangen premies en de juistheid van de (waardering van de) premievorderingen is door de raad van bestuur van UWV geëvalueerd bij het opmaken van de jaarrekening.
Zoals vermeld de sectie ‘Algemeen beleid ter beperking van misbruik en oneigenlijk’ doen deze onzekerheden naar het oordeel van de raad van bestuur van UWV geen afbreuk aan het getrouwe beeld van de jaarrekening.
Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze aangelegenheid.
Benadrukking van de grondslag ‘Uitkeringen en sociale lasten’ en de toelichting 'Voorziening
Eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA'
Wij vestigen de aandacht op de grondslag ‘Uitkeringen en sociale lasten’ in de sectie grondslagen in paragraaf 8.5. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling. In deze sectie wordt uiteengezet dat op basis van de afgegeven (herziene) beschikkingen de uitkeringen en bijbehorende sociale lasten door UWV worden verwerkt in de staat van baten en lasten.
In de toelichting ‘Voorziening Eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA’ in de toelichting op de balans onder 'Voorzieningen programmakosten (8)' in de jaarrekening wordt aangegeven dat een feitelijke verplichting bestaat dan wel een rechterlijke uitspraak heeft plaatsgevonden. Wij vestigen de aandacht op de nadere uiteenzetting in deze toelichtingen van de gekozen uitgangspunten ten aanzien van de gevormde voorziening.
Ons oordeel is niet aangepast als gevolg van deze aangelegenheid.
Naleving anticumulatiebepaling WNT niet gecontroleerd
In overeenstemming met het Controleprotocol WNT 2025 hebben wij de anticumulatiebepaling, bedoeld in artikel 1.6a WNT en artikel 5, lid 1, onderdelen n en o, Uitvoeringsregeling WNT, niet gecontroleerd. Dit betekent dat wij niet hebben gecontroleerd of er wel of niet sprake is van een normoverschrijding door een leidinggevende topfunctionaris vanwege eventuele dienstbetrekkingen als leidinggevende topfunctionaris bij andere WNT-plichtige instellingen, en of de in dit kader vereiste toelichting juist en volledig is.
Verklaring over de in het jaarverslag opgenomen andere informatie
Het jaarverslag omvat ook andere informatie. Dat betreft alle informatie in het jaarverslag anders dan de jaarrekening en onze controleverklaring daarbij.
Op grond van onderstaande werkzaamheden zijn wij van mening dat de andere informatie:
-
met de jaarrekening verenigbaar is en geen materiële afwijkingen bevat;
-
alle informatie bevat die op grond van Titel 9 Boek 2 BW is vereist voor het bestuursverslag en de overige gegevens.
Wij hebben de andere informatie gelezen en hebben op basis van onze kennis en ons begrip, verkregen vanuit de jaarrekeningcontrole of anderszins, overwogen of de andere informatie materiële afwijkingen bevat.
Met onze werkzaamheden hebben wij voldaan aan de vereisten in Titel 9 Boek 2 BW en de Nederlandse Standaard 720. Deze werkzaamheden hebben niet dezelfde diepgang als onze controlewerkzaamheden bij de jaarrekening.
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor het opstellen van de andere informatie, waaronder het bestuursverslag en de overige gegevens in overeenstemming met Titel 9 Boek 2 BW.
Verantwoordelijkheden met betrekking tot de jaarrekening en de
accountantscontrole
Verantwoordelijkheden van de raad van bestuur voor de jaarrekening
De raad van bestuur is verantwoordelijk voor:
-
het opmaken en het getrouw weergeven van de jaarrekening in overeenstemming met de Wet SUWI artikel 49 lid 5, Regeling SUWI artikel 5.10a lid 1, 2 en 4, bijlage VI bij de Regeling SUWI punt 8 en 10 (met uitzondering van 10.6.5, 10.6.6, 10.6.8 en 10.6.10) en de bepalingen bij en krachtens de WNT; en voor
-
een zodanige interne beheersing die de raad van bestuur noodzakelijk acht om het opmaken van de jaarrekening mogelijk te maken zonder afwijkingen van materieel belang als gevolg van fouten, fraude of misbruik en oneigenlijk gebruik.
Bij het opmaken van de jaarrekening moet de raad van bestuur afwegen of UWV in staat is om haar werkzaamheden in continuïteit voort te zetten. Op grond van het genoemde verslaggevingsstelsel moet de raad van bestuur de jaarrekening opmaken op basis van de continuïteitsveronderstelling, tenzij het voornemen bestaat om UWV te liquideren of de bedrijfsactiviteiten te beëindigen of als beëindiging het enige realistische alternatief is. De raad van bestuur moet gebeurtenissen en omstandigheden waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of UWV haar bedrijfsactiviteiten kan voortzetten, toelichten in de jaarrekening.
Onze verantwoordelijkheden voor de controle van de jaarrekening
Onze verantwoordelijkheid is het zodanig plannen en uitvoeren van een controleopdracht dat wij daarmee voldoende en geschikte controle-informatie verkrijgen voor het door ons af te geven oordeel.
Onze doelstellingen zijn een redelijke mate van zekerheid te verkrijgen over de vraag of de jaarrekening als geheel geen afwijking van materieel belang bevat als gevolg van fraude of van fouten en een controleverklaring uit te brengen waarin ons oordeel is opgenomen. Een redelijke mate van zekerheid is een hoge mate maar geen absolute mate van zekerheid en is geen garantie dat een controle die overeenkomstig de controlestandaarden is uitgevoerd altijd een afwijking van materieel belang ontdekt wanneer hier sprake van is.
Afwijkingen kunnen ontstaan als gevolg van fraude of fouten en zijn materieel indien redelijkerwijs kan worden verwacht dat deze, afzonderlijk of gezamenlijk, van invloed kunnen zijn op de economische beslissingen die gebruikers op basis van deze jaarrekening nemen. De materialiteit beïnvloedt de aard, timing en omvang van onze controlewerkzaamheden en de evaluatie van het effect van onderkende afwijkingen op ons oordeel.
Wij hebben deze accountantscontrole professioneel-kritisch uitgevoerd en hebben waar relevant professionele oordeelsvorming toegepast in overeenstemming met de Nederlandse controlestandaarden, het Controleprotocol WNT 2025, ethische voorschriften en de onafhankelijkheidseisen. Onze controle bestond onder andere uit:
-
Het identificeren en inschatten van de risico’s dat de jaarrekening afwijkingen van materieel belang bevat als gevolg van fouten of fraude, het in reactie op deze risico’s bepalen en uitvoeren van controlewerkzaamheden en het verkrijgen van controle-informatie die voldoende en geschikt is als basis voor ons oordeel. Bij fraude is het risico dat een afwijking van materieel belang niet ontdekt wordt groter dan bij fouten. Bij fraude kan sprake zijn van samenspanning, valsheid in geschrifte, het opzettelijk nalaten transacties vast te leggen, het opzettelijk verkeerd voorstellen van zaken of het doorbreken van de interne beheersing.
-
Het verkrijgen van inzicht in de interne beheersing die relevant is voor de controle met als doel controlewerkzaamheden te selecteren die passend zijn in de omstandigheden. Deze werkzaamheden hebben niet als doel om een oordeel uit te spreken over de effectiviteit van de interne beheersing van UWV.
-
Het evalueren van de geschiktheid van de gebruikte grondslagen voor financiële verslaggeving en het evalueren van de redelijkheid van schattingen door de raad van bestuur en de toelichtingen die daarover in de jaarrekening staan.
-
Het vaststellen dat de door de raad van bestuur gehanteerde continuïteitsveronderstelling aanvaardbaar is. Ook op basis van de verkregen controle-informatie vaststellen of er gebeurtenissen en omstandigheden zijn waardoor gerede twijfel zou kunnen bestaan of UWV haar bedrijfsactiviteiten in continuïteit kan Als wij concluderen dat er een onzekerheid van materieel belang bestaat, zijn wij verplicht om aandacht in onze controleverklaring te vestigen op de relevante gerelateerde toelichtingen in de jaarrekening. Als de toelichtingen inadequaat zijn, moeten wij onze verklaring aanpassen. Onze conclusies zijn gebaseerd op de controle-informatie die verkregen is tot de datum van onze controleverklaring. Toekomstige gebeurtenissen of omstandigheden kunnen er echter toe leiden dat een organisatie haar continuïteit niet langer kan handhaven.
-
Het evalueren van de presentatie, structuur en inhoud van de jaarrekening en de daarin opgenomen toelichtingen en het evalueren of de jaarrekening een getrouw beeld geeft van de onderliggende transacties en gebeurtenissen.
Wij communiceren met de raad van bestuur onder andere over de geplande reikwijdte en timing van de controle en over de significante bevindingen die uit onze controle naar voren zijn gekomen, waaronder eventuele significante tekortkomingen in de interne beheersing.
Amsterdam, 12 maart 2026 PricewaterhouseCoopers Accountants N.V.
Origineel getekend door: drs. M.J.A. Koedijk RA RE