Inkomenszekerheid bieden
Als werken (tijdelijk) niet mogelijk is, dan zorgt UWV voor inkomen. Ons doel is om uitkeringen juist en op tijd vast te stellen en op tijd uit te betalen. In 2025 ontvingen gemiddeld 1,3 miljoen mensen in totaal bijna € 29 miljard. Het overgrote deel van de uitkeringen betalen we tijdig.
Lukt een tijdige betaling bij WIA‑cliënten niet, dan krijgen zij een voorschot zodat niemand onnodig zonder inkomen zit. Daarnaast is het belangrijk dat cliënten de juiste uitkering krijgen. De fouten die we de afgelopen jaren hebben gemaakt bij het vaststellen van WIA‑uitkeringen, onderstrepen het belang om breder de kwaliteit van onze dienstverlening te verbeteren.
Om onze cliënten de dienstverlening te bieden die ze van ons mogen verwachten, is het van belang dat we definiëren, meten en rapporteren wat onze kwaliteit is. De afgelopen jaren hebben laten zien dat daar verbeteringen in nodig zijn. Daarom verbeteren we UWV‑breed structureel ons kwaliteitsmanagementsysteem en de kwaliteitscontroles, in het bijzonder binnen ons organisatieonderdeel Sociaal‑medische zaken (SMZ). Bij deze verbeterslag maken we gebruik van het externe onderzoek dat we hebben laten uitvoeren naar de werking van ons kwaliteitsmanagementsysteem (KMS) en van de uitkomsten van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Daarnaast zijn we het programma Kwaliteit op orde gestart om het kwaliteitsmanagementbeleid op UWV‑niveau te versterken en hebben we uniforme metingen verricht, zodat we weten welke verbeteringen en beheersmaatregelen we nog moeten doorvoeren.
In deze paragraaf laten we zien hoe UWV inkomenszekerheid biedt, fouten herstelt en de kwaliteit van de dienstverlening versterkt. We bespreken daarbij eerst de uitkeringsvolumes, vervolgens de juistheid van uitkeringen en de herstelacties, daarna de verbeteringen in het kwaliteitsmanagement en het WIA-proces, en ten slotte stappen om het stelsel te vereenvoudigen.
Uitkeringsvolumes
In 2025 kenden we ruim 1,1 miljoen uitkeringen toe, 5% meer dan in 2024.
Tabel Nieuwe uitkeringen
|
2025 |
2024 |
% +/- |
|||
|
WW |
290.225 |
271.481 |
7% |
||
|
Arbeidsongeschiktheidswetten |
78.764 |
76.469 |
3% |
||
|
WIA |
71.325 |
69.046 |
3% |
||
|
WGA |
58.914 |
55.792 |
6% |
||
|
IVA |
12.411 |
13.254 |
-6% |
||
|
WAO |
392 |
398 |
-2% |
||
|
WAZ |
21 |
15 |
40% |
||
|
Wajong |
7.026 |
7.010 |
0% |
||
|
Ziektewet |
343.907 |
324.241 |
6% |
||
|
Wazo |
398.957 |
390.725 |
2% |
||
|
Totaal |
1.111.853 |
1.062.916 |
5% |
||
We beëindigden ruim 1 miljoen uitkeringen, 5% meer uitkeringen dan in 2024.
Tabel Beëindigde uitkeringen
|
2025 |
2024 |
% +/- |
|||
|
WW |
273.603 |
257.423 |
6% |
||
|
Arbeidsongeschiktheidswetten |
65.305 |
58.985 |
11% |
||
|
WIA |
43.169 |
38.104 |
13% |
||
|
WGA |
24.989 |
22.795 |
10% |
||
|
IVA |
18.180 |
15.309 |
19% |
||
|
WAO |
15.689 |
14.608 |
7% |
||
|
WAZ |
726 |
712 |
2% |
||
|
Wajong |
5.721 |
5.561 |
3% |
||
|
Ziektewet |
354.072 |
328.887 |
8% |
||
|
Wazo |
331.105 |
334.393 |
-1% |
||
|
Totaal |
1.024.085 |
979.688 |
5% |
||
Eind 2025 ontvingen bijna 1,3 miljoen cliënten – voor kortere of langere tijd – een uitkering van ons. We keerden in 2025 een bedrag van € 28,9 miljard uit, tegenover € 27,1 miljard in 2024. De oorzaak van die stijging zijn de hogere uitkeringsbedragen en hogere aantallen uitkeringen voor de WIA en de WW. We keerden dan ook vooral meer geld uit voor de WIA (€ 1,0 miljard) en de WW (€ 0,5 miljard) dan in 2024. Daarnaast zijn de uitkeringsbedragen bij de Wajong met € 0,3 miljard en bij de Ziektewet met € 0,2 miljard gestegen, terwijl die bij de WAO met € 0,2 miljard zijn gedaald ten opzichte van 2024.
Tabel Lopende uitkeringen
|
2025 |
2024 |
% +/- |
|||
|
WW |
191.459 |
174.837 |
10% |
||
|
Arbeidsongeschiktheidswetten |
873.461 |
859.023 |
2% |
||
|
WIA |
483.810 |
454.644 |
6% |
||
|
WGA |
294.424 |
272.801 |
8% |
||
|
IVA |
189.386 |
181.843 |
4% |
||
|
WAO |
137.112 |
152.441 |
-10% |
||
|
WAZ |
4.377 |
5.088 |
-14% |
||
|
Wajong |
248.162 |
246.850 |
1% |
||
|
Ziektewet |
111.156 |
105.304 |
6% |
||
|
Wazo |
75.659 |
74.425 |
2% |
||
|
Totaal |
1.251.735 |
1.213.589 |
3% |
||
Juistheid: minder fouten maken, knelpunten bij samenloop oplossen
Voor cliënten is het van essentieel belang dat we de uitkering correct voor hen vaststellen. Daarom meten we voortdurend of we ons werk goed doen en daarbij komen we ook situaties tegen waarin het niet goed gaat. In die gevallen herstellen we de uitkeringen en nemen we maatregelen om nieuwe fouten te voorkomen. Met het toenemen van de intensiteit van de metingen zien we ook beter waar we ons werk wel en niet goed doen. Daardoor loopt het aantal uit te voeren herstelacties ook op. Ook kunnen herstelacties het gevolg zijn van gerechtelijke uitspraken. Een grote herstelactie is die voor het WIA-dagloon. Deze herstelactie hangt met twee zaken samen: uitkeringen die UWV verkeerd heeft vastgesteld in de periode 2020–2024 en met gerechtelijke uitspraken die vragen om het meenemen van loonloze tijdvakken in de berekening van een WIA‑uitkering (zie verder hierna onder het kopje WIA‑herstel). Ook bij andere wetten, waaronder de WW en de Ziektewet, hebben we de afgelopen jaren te veel fouten gemaakt. Deze fouten kennen verschillende oorzaken. Enerzijds hangen zij samen met onze eigen werkprocessen en met de toenemende complexiteit van wet- en regelgeving. Anderzijds spelen structurele knelpunten een rol, zoals onvoldoende ondersteunende IT‑systemen, een hoog personeelsverloop en aanhoudende tekorten op cruciale functies, waaronder verzekeringsartsen en IT‑specialisten. Hierna gaan we in op de voortgang op de WIA‑herstelactie en op de maatregelen die we hebben genomen.
WIA-herstel
Medio 2024 werd duidelijk dat in de periode 2020–2024 mogelijk tienduizenden WIA‑uitkeringen niet juist zijn vastgesteld. Uit de kwaliteitscontroles bleek dat in die periode significant meer fouten zijn gemaakt dan in de jaren daarvoor. Het gaat hier om fouten in de dagloonberekening, die de hoogte van de WIA‑uitkering bepaalt. Om deze fouten te herstellen, hebben we eind 2024 de Verbeteraanpak WIA opgesteld. Daarin staat hoe we de fouten gaan herstellen en de kwaliteit van onze sociaal‑medische dienstverlening verbeteren, zodat fouten in de toekomst zoveel mogelijk kunnen worden voorkomen. Verder staat in de verbeteraanpak dat ook de correcties plaatsvinden naar aanleiding van uitspraken van de Centrale Raad van Beroep (CRvB) over loonloze tijdvakken. De aanpassing van loonloze tijdvakken en dagloonfouten worden, waar nodig, in één keer uitgevoerd binnen de herstelorganisatie. Dit geldt ook voor de cliënten bij wie UWV een indexatiefout heeft gemaakt. Voor de verdere uitwerking van de aanpak zijn er gesprekken gevoerd met cliënten, vakbonden en andere belanghebbenden. Ook is rekening gehouden met inzichten van recente herstelacties bij andere publieke dienstverleners en de aanbevelingen van onderzoekscommissies. Belangrijk voor cliënten is onder andere het keteneffect van een nabetaling. Dit betekent dat een nabetaling van één instantie, zoals een uitkering door UWV, ervoor kan zorgen dat de cliënt aan een andere ketenorganisatie een bedrag moet terugbetalen, bijvoorbeeld een toeslag. Hierdoor kunnen cliënten mogelijk financiële problemen ondervinden. Bij deze ketenorganisaties gaat het bijvoorbeeld om de Belastingdienst, de Dienst Toeslagen, pensioenuitvoerders, de Sociale Verzekeringsbank (SVB), het CAK en werkgevers.
Vergoedingsregeling
UWV heeft met het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) en diverse ketenpartners overleg gevoerd om deze keteneffecten, die zich voordoen bij een verhoging van het dagloon en daarmee de uitkering, te beperken. Dit heeft geleid tot de Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA (afgekort vergoedingsregeling). Met de vergoedingsregeling krijgt de cliënt een nabetaling in de vorm van een vergoeding voor dat deel van de uitkering dat hij door fouten van UWV in het verleden te weinig heeft gekregen. Deze vergoeding telt niet mee bij het verzamelinkomen, waardoor de keteneffecten zeer beperkt zijn. UWV en de Belastingdienst hebben hierop een uitvoeringstoets uitgevoerd en die in februari 2026 aan het ministerie van SZW aangeboden. UWV heeft aangegeven dat de vergoedingsregeling per 1 september 2026 uitvoerbaar is en dat wordt gestreefd om in de zomer van 2026 met het herstellen te starten. Cliënten hebben recht op nabetaling in de vorm van een vergoeding van het bedrag dat ze de afgelopen jaren te weinig hebben ontvangen, plus een rentevergoeding. Daarnaast vorderen we het bedrag van te veel ontvangen uitkeringen niet terug. Wel passen we een te hoge uitkering per toekomende datum, rekening houdend met een uitlooptermijn van twee maanden, aan naar het juiste bedrag. Dit doen we ook bij te laag vastgestelde uitkeringen.
Aanpak hersteloperatie
De hersteloperatie bestaat uit drie fases: het analyseren, controleren en – indien van toepassing – het herstellen. Gedurende deze fases houden we op verschillende manieren contact met de cliënten. Zoals gezegd worden dagloonfouten, loonloze tijdvakken en indexatiefouten (zie hierna) waar mogelijk in een keer hersteld, zodat cliënten direct de juiste uitkering krijgen.
Loonloze tijdvakken
De actie voor het herstel van loonloze tijdvakken volgt uit gerechtelijke uitspraken en is niet te wijten aan fouten door UWV. De CRvB deed in november 2023 en juli 2024 uitspraken over het dagloon dat ten grondslag ligt aan een WIA‑uitkering. Bij cliënten die in de WIA komen kan er in de periode waarover we het loon bepalen (de zogenoemde referteperiode) sprake zijn van een tijdvak zonder loon. Als er sprake is van een loonloos tijdvak, bijvoorbeeld door een WW‑periode, dan moet het WIA‑dagloon op basis van de uitspraken van de CRvB worden aangepast. Inmiddels passen we de nieuwe dagloonberekening toe op nieuwe WIA‑toekenningen en bij cliënten die op de datum van de uitspraak in een bezwaar- of beroepsprocedure zaten. De herstelorganisatie voert het toepassen van de loonloze tijdvakken op lopende uitkeringen uit, waar van toepassing in samenhang met een WIA‑dagloonfout. Het gaat hierbij om cliënten van wie de uitkering is vastgesteld in de periode 2015–2024.
Indexatiefouten
Uit interne analyses is gebleken dat er op diverse indexeringsmomenten (1 januari of 1 juli van een jaar) indexeringsfouten zijn gemaakt, waardoor cliënten te weinig uitkering hebben ontvangen. In het verleden heeft er al herstel plaatsgevonden, maar daarin zijn nog niet alle indexeringsmomenten gecontroleerd. De herstelorganisatie zal alle dossiers oppakken die nog niet zijn hersteld. Het gaat om dossiers vanaf 2006 tot en met 2022.
Reikwijdte controle
-
47.000 cliënten met mogelijke dagloonfouten: het betreft cliënten met een recht op een WIA‑uitkering met een ingangsdatum vanaf 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024. Het gaat zowel om cliënten met een lopende als beëindigde uitkering.
-
76.000 cliënten met een mogelijk loonloos tijdvak, waarvan 26.000 dossiers ook worden gecontroleerd op een mogelijke dagloonfout: deze dossiers behoren niet tot de dossiers van de hiervoor genoemde 47.000 cliënten. Het betreft WIA‑uitkeringen met een ingangsdatum vanaf 1 juli 2015 tot en met 31 december 2024. Vergoeding vindt plaats vanaf de datum van de CRvB‑uitspraak die op de cliënt van toepassing is. Het uitgangspunt is dat cliënten op de datum van de uitspraak nog een lopende uitkering hadden.
-
3.600 cliënten met een mogelijke indexatiefout: het gaat over cliënten met een ingangsdatum vanaf 1 januari 2006 tot en met 31 december 2022. Cliënten bij wie een indexatiefout gemaakt is en van wie de uitkering op of na 1 januari 2020 is beëindigd, ontvangen een vergoeding voor een periode van maximaal vijf jaar vanaf de datum waarop de uitkering is beëindigd.
Informeren van cliënten
-
In augustus 2024 zijn we begonnen met de controle van de daglonen van lopende WIA‑uitkeringen die zijn toegekend in de periode van 1 januari 2020 tot en met 31 december 2024. Vervolgens gaan we de uitkeringen controleren en, waar van toepassing, herstellen die toegekend én zijn beëindigd in de periode van 2020 tot en met 2024. We hebben op basis van data‑analyses bepaald dat ongeveer 47.000 dagloondossiers mogelijk fout zijn.
-
UWV heeft alle cliënten geïnformeerd van wie we geen reden hebben om aan te nemen dat er fouten zijn gemaakt in de dagloonberekening van hun WIA‑uitkering. Bij hen verandert de uitkering niet. Ook hebben we cliënten van wie we de uitkering wel gaan controleren en mogelijk herstellen daarover een bericht gestuurd. We houden cliënten regelmatig op de hoogte van de voortgang met een driemaandelijkse informatiebrief, fysieke cliëntbijeenkomsten (oktober 2025 en maart 2026) en het telefonisch informeren van cliënten over wanneer er een uitkomst is naar aanleiding van de controlefase. Omdat we ook de beëindigde uitkeringen gaan controleren en waar van toepassing herstellen, zullen we ook deze cliënten hierover nog berichten. Ook hebben we ondersteuning ingericht voor mensen die in problemen (dreigen te) komen of behoefte hebben aan extra hulp.
We hebben de herstelacties Opting-in en Arbeidsongeschiktheidspensioenen losgekoppeld van de WIA‑herstelactie. We beschrijven ze hierna. Hierdoor kunnen we deze terugvorderingsacties direct oppakken in plaats van te wachten tot de start van de WIA‑herstelactie in de loop van 2026, zoals we eerder hadden gepland. De stand van zaken van deze twee herstelacties is als volgt:
-
Koppeling abonnementenservice arbeidsongeschiktheidswetten (AW) (opting‑in): Gebleken is dat de abonnementenservice AW, het systeem dat automatisch een signaal genereert zodra voor iemand met een arbeidsongeschiktheidsuitkering een nieuwe inkomstenbron wordt geregistreerd in de polisadministratie, tot maart 2023 geen signaal heeft afgegeven bij cliënten die naast de uitkering inkomsten hadden uit een opting‑inconstructie. Dat kan het geval zijn bij een regeling waarbij een opdrachtgever en een opdrachtnemer (bijvoorbeeld een zelfstandige) ervoor kiezen om hun arbeidsrelatie fiscaal te behandelen als een fictieve dienstbetrekking. Dit betekent dat de opdrachtgever loonheffing en premies inhoudt en afdraagt aan de Belastingdienst, ook al is er geen sprake van een regulier dienstverband. Omdat ongeveer 1.600 cliënten die inkomsten niet hebben gemeld, zijn ze ten onrechte niet gekort op de uitkering. Inmiddels zijn de meeste dossiers afgehandeld. Er staan nog bijna 400 dossiers open. We verwachten dat alle dossiers uiterlijk eind juni 2026 zijn afgehandeld.
-
Arbeidsongeschiktheidspensioen: 3.000 cliënten die een arbeidsongeschiktheidspensioen naast hun WIA‑ of WAO-uitkering krijgen, hebben mogelijk onterecht een toeslag op basis van de Toeslagenwet ontvangen. We zijn gestart met het herstel van de uitkeringen van WAO-cliënten. Door het terugvorderen van de toeslag kunnen cliënten in financiële problemen komen. Dit vraagt om een individuele beoordeling. Bijna 300 dossiers van WAO-cliënten zijn inmiddels beoordeeld en de resultaten zijn met de betrokken cliënten gedeeld. De expertiseteams handelen de dossiers af waar samenloop met de WIA‑herstelactie speelde (circa 100 gevallen).
Verbetering van datakwaliteit dagloonberekening
Kwaliteitsonderzoek naar de WIA-daglonen heeft laten zien dat de interpretatie van de dagloonmodule (DMO-)signalen voorafgaand aan de WIA-beoordeling leidt tot relatief veel fouten in de dagloonvaststelling. Uit de Wet_SUWI en de Beleidsregels UWV gebruik polisgegevens volgt dat de hoogte van het dagloon moet worden vastgesteld met de gegevens die in de polisadministratie staan, tenzij UWV het gegronde vermoeden heeft dat de gegevens onjuist zijn. De kwaliteit van de gegevens uit de loonaangifteketen, het samenwerkingsverband van de Belastingdienst, het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) en UWV, is echter niet altijd voldoende om de polisadministratie zonder meer leidend te laten zijn. Medewerkers gaan verschillend om met DMO-signalen, wat tot verschillende uitkomsten kan leiden. Dit gaat ten koste van de kwaliteit van het WIA‑dagloon, waardoor cliënten niet ontvangen waar ze recht op hebben. Daarom moet de datakwaliteit voor de dagloonberekening worden verbeterd. Het primaire doel van ons WIA-data-analyseteam (WIA-DAT) is dan ook om de datakwaliteit voor de dagloonberekening naar een hoger niveau te tillen. Een bijkomend positief effect is dat onze procesbegeleiders worden ontlast. Experts van de loonaangifteketen ondersteunen bij de interpretatie van de DMO-gegevens.
Het WIA-data-analyseteam (WIA‑DAT) werkt langs twee sporen:
-
Kwaliteit van de dagloonberekening: Bij nieuwe WIA-instroom interpreteert het WIA-DAT signalen uit de dagloonmodule. Doordat experts van de polisadministratie deze signalen onderzoeken, worden de data en signalen op een juiste manier geïnterpreteerd. Het WIA‑DAT verzamelt, complementeert, corrigeert en zet de juiste informatie uit de polisadministratie klaar voor het berekenen van het WIA‑dagloon. Hierdoor hoeven de procesbegeleiders geen uitzoekwerk en interpretatie te doen, waardoor zij tijdig en juist het WIA‑dagloon kunnen vaststellen. We hebben spoor 1 inmiddels in twintig vestigingen geïmplementeerd na een positieve evaluatie van een pilot. Zo ervaren procesbegeleiders vooral bij ingewikkelde gevallen tijdwinst en is de kwaliteit van de berekeningen hoger. In het eerste kwartaal zullen we de resterende zes vestigingen aansluiten op spoor 1.
-
Kwaliteit van de data in de loonaangifteketen: In spoor 2 doen we multidisciplinair onderzoek naar de onjuistheden en onvolkomenheden in de gegevens van de polisadministratie. We verwachten dat hieruit belangrijke inzichten naar voren komen die bijdragen aan een hoogwaardige datakwaliteit in de loonaangifteketen en verbetering van de dagloonmodule.
We hebben een uitgebreid rapport opgesteld waarin we diepgaand kijken naar afwijkingen in de gegevens vanuit de loonaangifteketen (polisadministratie) die worden gebruikt in de dagloonberekening en naar de kwaliteit. Over de bevindingen voeren we overleg met het ministerie van SZW, waarin we de focus leggen op het belang van een hoge datakwaliteit in de loonaangifteketen voor de uitvoering van onze wettelijke taken. Dit is niet alleen noodzakelijk voor de uitkeringsgerechtigde, maar ook voor externe en interne afnemers waarvoor de juiste vaststelling relevant is. Daarom gaan we met grote ondernemingen overleg voeren over het effect van hun loonaangifte en onderzoekt de Belastingdienst met werkgevers fouten in hun loonaangifte. Daarnaast zullen we het geautomatiseerde gedeelte van de WIA-berekening versnellen. Ook zullen we voor verbetering van de kwaliteit met drie paar ogen de WIA-dagloonberekening controleren en de data dieper beschouwen.
Verbeteringen in automatisering WIA-proces
In het najaar van 2024 zijn we gestart met diverse trajecten die onder andere op korte en (middel)lange termijn gaan zorgen voor het verbeteren van het WIA-aanvraagproces tot en met de verwerking van de toekenning en eerste betaling. We willen komen tot een volledige WIA-ondersteuning vanuit één medewerkerapplicatie. Dit doel bereiken we door (een combinatie van) procesoptimalisatie, geautomatiseerde workflows en datagedreven inzichten. Deze maatregelen voeren we stap voor stap in volgens agile werken. De datagedreven inzichten helpen ons om tot een verbeterd proces te komen. Vanaf februari 2026 maken we gebruik van de applicatie die de berekeningen bevat die nodig zijn voor het vaststellen van de WIA-uitkering, behalve de dagloonberekening. Ook zijn we gestart met de bouw van een nieuwe dagloonmodule en werken we aan het vereenvoudigen van de dagloonberekeningen.
Andere herstelacties
Soms doen zich bijzondere situaties voor waarin grotere groepen mensen te veel of te weinig uitkering hebben ontvangen. We zijn ons ervan bewust dat dat vervelende gevolgen kan hebben voor de betrokken cliënten. We bekijken dan gericht wat we concreet voor iemand kunnen betekenen en wat we ervan kunnen leren om herhaling te voorkomen. In de situatie waarbij er te veel uitkering is betaald, geeft de wet aan dat UWV het te veel betaalde bedrag moet terugvorderen, tenzij er sprake is van een dringende reden. Tot april 2024 mocht UWV alleen in een uitzonderlijke situatie geheel of gedeeltelijk afzien van een terugvordering. Sinds een uitspraak van de CRvB over dringende redenen hebben we echter meer ruimte om de menselijke maat toe te passen bij het herzien en terugvorderen van uitkeringen. Daarnaast heeft UWV sinds 1 januari 2025 meer ruimte om betalingsregelingen met een langere looptijd af te spreken met cliënten en om daarbij rekening te houden met hun persoonlijke omstandigheden. De aanpassingen zijn doorgevoerd in onze dienstverlening aan cliënten.
We hebben in 2025 onder andere de volgende herstelacties in gang gezet:
-
Toeslag op Ziektewet-uitkering: De registratie van beoordelingen en/of betalingen is niet in alle gevallen afgerond bij vaststelling van het recht op toeslag op grond van de Toeslagenwet in aanvulling op een Ziektewet-uitkering, toeslag op loon of toeslag op een betaling van een eigenrisicodrager. Hierdoor kreeg de uitkeringsgerechtigde geen toeslag uitgekeerd. Deze systeemfout is ontstaan in 2016. Per 1 september 2024 is de systeemfout hersteld. We willen die dossiers herstellen – conform de UWV Gedragslijn Herstelacties 2024 – met maximaal vijf jaar terugwerkende kracht vanaf het moment dat de systeemfout is hersteld. Uit een impactanalyse is namelijk gebleken dat het niet mogelijk is om met meer dan vijf jaar terugwerkende kracht fouten te herstellen. De belangrijkste reden hiervoor is dat we niet alle benodigde gegevens meer beschikbaar hebben om deze oudere fouten te herstellen. Alle 2.669 dossiers in deze herstelactie (waarvan de uitkering is gestart in de periode van 1 september 2019 tot 1 september 2024) zijn hersteld. Er is ongeveer € 2 miljoen aan toeslagen en bijna € 400.000 aan wettelijke rente nabetaald.
-
Niet correct meegenomen inkomsten bij Ziektewet- en Wet arbeid en zorg (Wazo-)uitkeringen: Bij een risicogerichte controle is naar voren gekomen dat de inkomstenkorting op Ziektewet-uitkeringen sinds 2016 niet in alle gevallen goed is afgehandeld, met als gevolg dat inkomsten niet of niet volledig zijn gekort. Het kan zijn dat mensen daardoor te veel of te weinig uitkering hebben ontvangen. Daarnaast blijkt dat onterecht inkomsten zijn gekort op een Wazo-uitkering. We hebben in maart 2025 een systeemaanpassing gedaan waardoor deze situaties niet meer kunnen voorkomen. Op verzoek van het ministerie van SZW is de peildatum voor de te herstellen cliënten aangepast naar direct voor de start van de herstelactie. Dit leidt ertoe dat we in totaal 674 uitkeringen op juistheid moeten controleren. Het gaat om 138 lopende uitkeringen en 536 beëindigde uitkeringen. Alle lopende uitkeringen en 421 beëindigde uitkeringen zijn afgehandeld. De andere 115 moeten nog worden bekeken.
-
Herstelactie onverschuldigd betaalde ouderschapsverlofuitkering: Het betaald ouderschapsverlof (BOV) is een verlofregeling sinds augustus 2022, waarmee ouders en/of verzorgers na de geboorte of opname in het gezin (bij adoptie- of pleegzorgouders) negen weken betaald ouderschapsverlof kunnen opnemen. UWV betaalt dan 70% van het maximale dagloon. In 2024 bleek dat er cliënten zijn voor wie veel meer dan negen weken BOV is uitbetaald. Het ging om een systeemfout. Het aantal te herstellen dossiers bedroeg 140. Die zijn waar nodig hersteld. Er is in totaal een bedrag van bijna € 1,1 miljoen aan bruto-uitkeringen teruggevorderd.
-
Leeftijdsherziening dagloon Ziektewet: We hebben geconstateerd dat leeftijdsherziening van het dagloon voor de Ziektewet soms niet of niet correct wordt uitgevoerd. Voor cliënten jonger dan 21 jaar moeten we bij elke verjaardag het dagloon toetsen aan het geldende minimumloon voor de leeftijd van de cliënt. De medewerker krijgt een geautomatiseerd signaal wanneer deze controle moet worden uitgevoerd. Voert de medewerker deze actie niet uit, dan volgt in de volgende jaren geen signaal meer. Voor 850 cliënten is hierdoor in de afgelopen vijf jaar geen leeftijdsherziening toegepast. We hebben ons Ziektewet‑systeem aangepast, waardoor de leeftijdsherziening nu automatisch verloopt. Het dagloon is inmiddels voor 116 cliënten hersteld.
-
Aanvulling op uitkering: Werknemers die nog een dienstverband hebben, komen soms ook in aanmerking voor een uitkering, zoals een Ziektewet‑uitkering. Soms vullen werkgevers deze uitkering aan op grond van wet, cao of afspraken in de individuele arbeidsovereenkomst tot het volledige loon of een percentage daarvan. Deze uitkering met aanvulling kan bij een volgende aanvraag voor een Ziektewet‑periode deel uitmaken van het inkomen dat wordt gebruikt voor de dagloonberekening. Die is anders voor de Ziektewet dan voor andere wetten. Daarom moeten onze medewerkers beoordelen of de aanvulling mee moet tellen in het sociale verzekeringsloon. Als de medewerker het signaal niet goed beoordeelt, dan wordt het dagloon voor de Ziektewet onjuist vastgesteld. We zijn in oktober 2025 een herstelactie gestart. Die vindt plaats in twee stappen: eerst wordt beoordeeld of de dagloonberekening juist is geweest, daarna worden de onjuiste dossiers hersteld en waar nodig vinden nabetalingen plaats. De eerste stap is in december afgerond voor circa 18.000 cliënten in de herstelactie van ruim 21.000 dossiers (een cliënt kan meerdere dossiers hebben waarbij aanvulling op uitkering een rol speelt). In ongeveer 7.500 van deze ruim 21.000 dossiers blijkt de dagloonberekening niet correct. Vanaf januari 2026 gaan we de uitkeringen daadwerkelijk herstellen. Het gemiddeld terug te betalen bedrag is € 195 over de gehele uitkeringsperiode.
Beoordeling maatmanloon
Begin 2025 is gebleken dat de kwaliteit van de maatmanloonbeoordeling onvoldoende was. Het maatmanloon is het bedrag dat iemand zou hebben verdiend als er geen sprake zou zijn van ziekte en dat wordt gebruikt voor de berekening van het arbeidsongeschiktheidspercentage. Een groot deel van de geconstateerde fouten had geen direct effect op de uitkering van de cliënt. UWV heeft maatregelen genomen om de kwaliteit van de maatmanloonbeoordeling te verbeteren, waaronder de invoering van het vierogenprincipe en een extra controle bij een herleving of een toekomstige herbeoordeling.
Daarnaast doet UWV onderzoek bij alle uitkeringsgerechtigden met een loongerelateerde uitkering met een arbeidsongeschiktheidspercentage dat binnen 1% van een klassegrens valt (de WIA kent drie klassen van arbeidsongeschiktheid, met een bij elke klasse behorend uitkeringsrecht). Het gaat om in totaal 1.246 uitkeringsgerechtigden. Als in het onderzoek een fout in het maatmanloon wordt aangetroffen, dan wordt die voor de overgang naar de vervolguitkering hersteld. Op die manier heeft een onjuistheid in het maatmanloon geen impact op de lopende uitkering. Onderzoek naar het maatmanloon kost veel capaciteit van medewerkers die zich normaal gesproken bezighouden met de WIA-claimbeoordeling. In een groot deel van de gevallen moet aanvullende informatie worden opgevraagd bij uitkeringsgerechtigde en werkgever. Door de getroffen maatregelen heeft UWV er vertrouwen in dat de kwaliteit van de vaststelling van het maatmanloon wordt vergroot. De eerste positieve uitkomsten zijn in de recentste meting operationele kwaliteit zichtbaar, doordat er minder bevindingen over het maatmanloon zijn gedaan.
Herstelacties losgekoppeld van WIA-herstelactie
We hebben de herstelacties Opting-in en Arbeidsongeschiktheidspensioenen losgekoppeld van de WIA‑herstelactie. We beschrijven ze hierna. Hierdoor kunnen we deze terugvorderingsacties direct oppakken in plaats van te wachten tot de start van de WIA‑herstelactie in de loop van 2026, zoals we eerder hadden gepland. De stand van zaken van deze twee herstelacties is als volgt:
-
Koppeling abonnementenservice arbeidsongeschiktheidswetten (AW) (opting‑in): Gebleken is dat de abonnementenservice AW, het systeem dat automatisch een signaal genereert zodra voor iemand met een arbeidsongeschiktheidsuitkering een nieuwe inkomstenbron wordt geregistreerd in de polisadministratie, tot maart 2023 geen signaal heeft afgegeven bij cliënten die naast de uitkering inkomsten hadden uit een opting-inconstructie. Dit betekent dat de opdrachtgever loonheffing en premies inhoudt en afdraagt aan de Belastingdienst, ook al is er geen sprake van een regulier dienstverband. Inmiddels zijn de meeste dossiers afgehandeld.
-
Arbeidsongeschiktheidspensioen: 3.000 cliënten die op basis van een arbeidsongeschiktheidspensioen naast hun WIA‑ of WAO-uitkering hebben mogelijk onterecht een doorlopende uitkering op basis van de Toeslagenwet ontvangen. Bijna 300 dossiers van WAO-cliënten zijn inmiddels beoordeeld; de resultaten hiervan zijn met de betrokken cliënten gedeeld.
Verbetering van ons kwaliteitsmanagementsysteem
Om cliënten te geven waar ze recht op hebben, zorgen we voor een structurele verbetering van de kwaliteitscontroles en voor verbeterde sturing op kwaliteit. Ook bekijken we hoe we de kwaliteit van onze uitvoering van de verschillende wetten structureel kunnen verbeteren. Bij deze verbeterslag maken we gebruik van het externe onderzoek dat we hebben laten uitvoeren naar de werking van ons kwaliteitsmanagementsysteem (KMS) en van de uitkomsten van het onderzoek dat de Algemene Rekenkamer op verzoek van de minister van SZW heeft uitgevoerd. In 2025 hebben we de beschikbare informatie geanalyseerd om de kwaliteit van ons handelen structureel te verbeteren. Hiermee zijn we het programma Kwaliteit op orde gestart (zie hierna).
Begin 2025 heeft UWV aan EY gevraagd om een onderzoek uit te voeren naar het KMS. EY heeft het UWV‑overkoepelende KMS gestructureerd onderzocht, evenals het KMS van onze drie grootste organisatieonderdelen. Begin juli heeft EY een onderzoeksrapport gepresenteerd. De conclusies daarin zijn voor ons herkenbaar.
Het kwaliteitsmanagement bij de organisatieonderdelen Uitkeren en Werkbedrijf kent volgens EY een stevige basis, maar met ruimte voor verdere versterking. EY constateert ook dat het kwaliteitsmanagement binnen het organisatieonderdeel SMZ in opzet grotendeels ontbreekt en de afgelopen jaren onvoldoende heeft gewerkt. Er is binnen UWV variatie in de inrichting en volwassenheid van het kwaliteitsmanagement, waardoor EY op het overkoepelende UWV‑niveau concludeert dat de optelsom van het kwaliteitsmanagement onvoldoende is. De belangrijkste aanbevelingen zijn:
-
Implementeer een generiek, UWV‑breed kwaliteitsmanagementsysteem, met voldoende vrijheid voor eigen invulling door de organisatieonderdelen, passend bij het type dienstverlening.
-
Versterk positionering en invulling van de rollen in beheersing (het three‑linesmodel).
-
Versimpel processen en vereenvoudig de gebruikte systemen en werkinstructies.
-
Centraliseer de sturing op verbeteracties voor kwaliteit van dienstverlening.
Op 3 december 2025 is het rapport van de Algemene Rekenkamer Fouten bij WIA‑uitkeringen: blind voor de signalen, burgers geraakt aangeboden aan de Tweede Kamer. Hierin onderzocht de Algemene Rekenkamer de omvang en oorzaken van de fouten, het functioneren van de sturing op de kwaliteit van het sociaal‑medisch beoordelen en het vaststellen van WIA‑uitkeringen, net als de sturing en het toezicht op de uitvoering door de minister van SZW. UWV herkent zich in de conclusies en neemt de aanbevelingen ter harte. UWV gebruikt de aanbevelingen voor de Ontwikkelagenda sociaal‑medische dienstverlening en voor het programma Kwaliteit op orde. De belangrijkste aanbevelingen zijn:
-
Herijk het kwaliteitsmanagementsysteem van het organisatieonderdeel SMZ zodanig dat een werkende verdeling van verantwoordelijkheden over de drie organisatielijnen (‘three lines’) en een sluitende leer- en verbetercyclus mogelijk zijn om de juistheid en controleerbaarheid van beoordelingen te beheersen.
-
Maak systematisch onderscheid tussen juistheid, tijdigheid en controleerbaarheid van WIA‑beoordelingen en -uitkeringen enerzijds, en cliëntgerichte dienstverlening anderzijds.
-
Maak het kwaliteitsmanagement van UWV onderdeel van de sturing en verantwoording met het ministerie van SZW.
-
Zorg dat de feiten over risico’s, onzekerheden en dilemma’s in de bedrijfsvoering van UWV op tafel komen in de verantwoordingsrelatie met het ministerie van SZW.
In november 2025 zijn we het UWV‑brede programma Kwaliteit op orde gestart, om op structurele wijze de gevonden verbeterpunten voor ons KMS op te lossen. In dit programma volgen we de aanbevelingen uit de beide rapporten en uit onze interne toetsen op. Zo werken we aan structurele kwaliteitsverbetering om fouten te voorkomen, beter zichtbaar te maken en er lessen uit te trekken. Daarbij zoeken we nadrukkelijk de samenwerking met het ministerie van SZW, zodat signalen uit de uitvoering ook de juiste (politieke) urgentie krijgen.
Overige ontwikkelingen kwaliteitsmanagement 2025
In 2025 hebben we belangrijke stappen gezet om de kwaliteit uniform te meten en daarover te rapporteren. Zo voeren we voor alle wetten kwaliteitsmetingen uit en werken we aan een consequente en uniforme uitvoering daarvan. Hierdoor kunnen we beter vaststellen welke verbeteringen en beheersmaatregelen we nog moeten doorvoeren. Daarnaast hebben we uniforme sjablonen en standaardwerkwijzen ingevoerd om kwaliteitsinformatie organisatiebreed op een uniforme manier te verzamelen en te rapporteren, wat de UWV‑overkoepelende sturing op kwaliteit ondersteunt.
Verder hebben we in 2025 voor alle wetten metingen van de operationele kwaliteit uitgevoerd. Deze metingen geven een actueel inzicht in de kwaliteit van afgeronde beoordelingen. Zo signaleren we tijdig waar het goed gaat en waar niet en kunnen we fouten herstellen. Ook kunnen we van de uitkomsten van de metingen leren zodat de kwaliteit in de toekomst verbetert. De resultaten van deze metingen zijn in 2025 via twee Kamerbrieven gepubliceerd. Ook hebben we gerichte beheersmaatregelen genomen bij de uitvoering van de WIA. Zo is het proces voor de berekening van daglonen aangescherpt door betere controles en automatisering. Daarnaast hebben we met onze periodieke interne toets van het KMS adviezen gegeven in 2025 voor elk van de organisatieonderdelen én UWV‑overkoepelend om het proces van continue kwaliteitsverbetering verder te versterken. We monitoren periodiek het opvolgen van deze adviezen via onze interne kwartaalrapportages.
Programma Kwaliteit op orde
Het programma Kwaliteit op orde heeft tot doel om het kwaliteitsmanagementbeleid op UWV‑niveau te versterken. Specifieke aandacht gaat uit naar het organisatieonderdeel Sociaal‑medische zaken, waar bestaande en nieuwe controles in het herbouwde KMS worden opgenomen. Hiermee borgen we zowel de vakinhoudelijke kwaliteit als de proceskwaliteit. De aanpak richt zich op het stelsel van controles en checks voor kwaliteit van de dienstverlening én op het sturen op die kwaliteit, onder andere met behulp van uniform toegepaste kaders en verduidelijkte governance. Binnen de uniforme kaders is er ruimte voor verschillen tussen de organisatieonderdelen van UWV, als dat passend is voor hun dienstverlening aan de cliënt. Ook hebben we oog voor de verschillen in volwassenheid die nu tussen organisatieonderdelen bestaan. We nemen goede voorbeelden in de organisatie op in de uniforme kaders, zodat we op UWV‑niveau van elkaar leren. In 2026 richten we het Kwaliteits- en risicocomité op. Dit comité heeft onder andere als taak de kwaliteit van dienstverlening en verbetering van het kwaliteitsmanagementsysteem periodiek te monitoren.
Vereenvoudiging
We hebben moeten vaststellen dat er de afgelopen jaren te veel fouten zijn gemaakt, in het bijzonder bij de vaststelling van WIA‑daglonen. Dit komt door onze eigen werkprocessen en doordat de wet- en regelgeving die UWV uitvoert steeds complexer wordt. Voor de burger is die niet meer te begrijpen en voor onze medewerkers niet goed uitvoerbaar.
Er bestaat inmiddels brede consensus dat ons systeem van inkomensondersteuning en de regelingen die UWV uitvoert vergaande vereenvoudiging behoeft. UWV vraagt hier al jaren aandacht voor, onder andere in de jaarlijkse knelpuntenbrieven en via onze gesprekken met het ministerie van SZW en de politiek. Ook de Algemene Rekenkamer roept in haar onderzoek naar de WIA op om werk te maken van vereenvoudiging. Op de lange termijn is een fundamentele herziening nodig; op de korte termijn kunnen gerichte ingrepen bijdragen aan een beter werkend stelsel. UWV heeft concrete suggesties voor vereenvoudiging, bijvoorbeeld door vereenvoudigingen in de WW, de faillissementsuitkering, in de dagloonsystematiek en bij de sociaal‑medische beoordelingen. Die verbeteringen dragen bij aan een beter uitvoerbaar stelsel en leiden daarmee tot een betere dienstverlening aan onze cliënten. Daarnaast kunnen we hiermee kosten besparen in de uitvoering.
Een belangrijk speerpunt voor UWV is de vereenvoudiging van het arbeidsongeschiktheidsstelsel. Op 19 december stuurde de demissionair minister van SZW een brief aan de Tweede Kamer als reactie op het onderzoek van de Algemene Rekenkamer naar de fouten in de WIA (Kamerstukken II 2025/26, 26 448, nr. 862). In de brief benoemt de minister de maatregelen die worden genomen op het gebied van kwaliteit en kwaliteitsbeheersing bij sociaal‑medische dienstverlening, net als de vereenvoudiging van het WIA‑stelsel. Belangrijke keuzes over de toekomstige inrichting van het stelsel worden overgelaten aan een nieuw kabinet. In het interdepartementaal beleidsonderzoek WIA uit december 2025 zijn beleidsopties uitgewerkt om de WIA aan te passen, onder andere op het gebied van preventie en re‑integratie tijdens de ziekteperiode, de doenlijkheid en de uitvoerbaarheid van de WIA‑beoordeling en re‑integratie vanuit de WIA.
In 2025 zijn we gestart met een programma vereenvoudiging, bestaande uit de oprichting van een vereenvoudigingslab en het opstellen van de vereenvoudigingsstrategie – waarin de topprioriteiten voor vereenvoudiging van wet- en regelgeving worden geïdentificeerd. Met het vereenvoudigingslab wil UWV kortcyclisch en op een innovatieve manier werken aan concrete voorstellen voor vereenvoudiging. We kijken daarbij ook steeds wat er mogelijk is zonder dat wetswijziging noodzakelijk is. Daarnaast lopen er diverse vereenvoudigingstrajecten, zoals op het gebied van de dagloonsystematiek en van de Toeslagenwet.
Zo werken UWV en het ministerie van SZW aan het onderwerp beëindiging uitkering op eigen initiatief. Dit houdt in dat een cliënt de WW‑uitkering (onder voorwaarden) op eigen initiatief kan beëindigen en binnen een bepaalde termijn weer kan laten herleven. Ter verlichting van de werkdruk bij UWV is deze mogelijkheid per 1 februari 2026 tijdelijk ingevoerd, vanwege de capaciteit die nodig is voor de WIA‑herstelactie. De beoogde invoeringsdatum voor de structurele regeling BOEI (het versimpelen van het proces bij het beëindigen van de uitkering op eigen initiatief) is nog niet bekend. Verder werken UWV en het ministerie van SZW samen aan opties voor het vereenvoudigen van de regels voor faillissementsuitkeringen. Hierover hebben we in 2025 gesprekken gevoerd met het ministerie van SZW en in 2026 gaan we aan dit overleg een extra impuls geven.