Toekomstparagraaf

In deze paragraaf beschrijven we de belangrijkste veranderingen die zich in het verslagjaar voordeden. Daarnaast geven we aan wat onze verwachtingen zijn rond de begroting en het financiële vermogen van de UWV‑fondsen.

Veranderingen

In 2025 hebben we onze strategie Meer voor elkaar vastgesteld. Deze strategie bouwt voort op onze vorige vijfjaarstrategie Ruimte voor de menselijke maat in dienstverlening. Het is ons antwoord op een samenleving die complexer wordt met als gevolg dat mensen steeds vaker vastlopen in regels, procedures en instanties. We zetten onze ontwikkeling door van een procesgestuurde uitvoerder van wetten naar een publieke dienstverlener die mensen écht verder helpt – met oog voor hun situatie, hun mogelijkheden en hun zorgen. De menselijke maat blijft onze basis en staat centraal in alles wat we doen: meer persoonlijke aandacht, eenvoudiger processen en intensieve samenwerking binnen UWV en met partners. Door dienstverlening met de menselijke maat voelen steeds meer cliënten en werkgevers zich gezien, gehoord en geholpen. Vanuit onze maatschappelijke opdracht en ontwikkelingen in de samenleving richten we ons de komende jaren op de volgende drie ambities:

  1. Duurzamer aan het werk: Cliënten en werkgevers krijgen de ondersteuning die ze op dat moment nodig hebben. We zetten in op het behouden of verkrijgen van duurzaam betaald werk en het bevorderen van een goed functionerende, inclusieve arbeidsmarkt. Dit doen we ook door werkuitval zoveel mogelijk te voorkomen.

  2. Meer zekerheid over inkomens(ondersteuning): Cliënten en werkgevers kunnen vertrouwen op inkomensondersteuning die juist, tijdig en overzichtelijk is.

  3. Cliënten en werkgevers staan nog meer centraal in onze dienstverlening: We bieden de menselijke maat waarbij zij zich gezien, gehoord en geholpen voelen.

Om dit te kunnen realiseren, hebben we vier speerpunten voor de komende jaren:

  1. Begeleiden: De komende jaren intensiveren we de begeleiding van cliënten die dat nodig hebben met de menselijke maat als uitgangspunt.

  2. Vereenvoudigen en uniformeren: Door het vereenvoudigen en stroomlijnen van onze interne werkwijze werken we verder aan het verbeteren van de kwaliteit en een landelijk herkenbare dienstverlening.

  3. Digitaliseren: De komende jaren zetten we in op een digitale transitie van UWV, zodat we onze medewerkers optimaal ondersteunen om hun werk uit te voeren.

  4. Samenwerken: We werken als één UWV aan een drempelloze dienstverlening voor cliënten en werkgevers. Samen met onze partners treden we steeds meer op als één overheid.

Om onze cliënten de dienstverlening te bieden die ze van ons mogen verwachten, is het van belang dat we definiëren, meten en rapporteren wat onze kwaliteit is. Afgelopen jaren hebben laten zien dat we daar verbeteringen in moeten maken. Daarom verbeteren we UWV‑breed structureel ons kwaliteitsmanagementsysteem en de kwaliteitscontroles en in het bijzonder binnen ons organisatieonderdeel Sociaal‑medische zaken (SMZ). Bij deze verbeterslag maken we gebruik van het externe onderzoek dat we hebben laten uitvoeren naar de werking van ons kwaliteitsmanagementsysteem (KMS) en van de uitkomsten van het onderzoek van de Algemene Rekenkamer. Daarnaast zijn we het programma Kwaliteit op orde gestart om het kwaliteitsmanagementbeleid op UWV‑niveau te versterken en hebben we uniforme metingen verricht, zodat we weten welke verbeteringen en beheersmaatregelen we nog moeten doorvoeren. In 2026 richten we het Kwaliteits- en risicocomité op. Dit comité heeft onder andere als taak de kwaliteit van dienstverlening en verbetering van het kwaliteitsmanagementsysteem periodiek te monitoren.

Om de mismatch en de krapte op de arbeidsmarkt op te lossen en ervoor te zorgen dat iedereen duurzaam aan het werk kan, is het nodig dat publieke en private partijen hun krachten bundelen en samenwerken. We zetten ons, samen met onze partners, in voor het realiseren van 1 Werkcentrum per arbeidsmarktregio: één herkenbaar publiek loket waar álle werkzoekenden, werknemers en werkgevers terechtkunnen met al hun vragen over werk, inkomen, loopbaanontwikkeling, scholing en voorzieningen. In de afgelopen jaren hebben we samen met onze partners het fundament gelegd voor deze samenwerking. Inmiddels zijn er 28 Werkcentra actief. De arbeidsmarktregio’s die nog geen Werkcentrum hebben, krijgen volgens planning in de loop van 2026 een digitaal en/of fysiek Werkcentrum. Het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) wil dat de voor de Werkcentra benodigde wetswijzigingen per 1 januari 2027 ingaan.

In 2024 hebben we een herstelorganisatie opgezet nadat duidelijk was geworden dat in de periode 2020–2024 mogelijk tienduizenden WIA‑uitkeringen niet juist zijn vastgesteld. Het gaat hier om fouten in de dagloonberekening, die de hoogte van de WIA‑uitkering bepaalt. We hebben op basis van data‑analyses bepaald dat ongeveer 76.000 dagloondossiers mogelijk fout zijn. Dit betreft ook dossiers met samenloop met dossiers in het kader van de herstelacties loonloze tijdvakken en indexering. Overleg met het ministerie van SZW en diverse ketenpartners heeft geleid tot de Tijdelijke regeling eenmalige vergoeding correctie dagloon WIA (afgekort vergoedingsregeling), waarbij de cliënt een vergoeding ontvangt voor dat deel van de uitkering dat hij door fouten van UWV te weinig heeft gekregen. Deze vergoeding behoort niet tot het sociaal verzekeringsloon (het loon waarover de werkgever belastingen en sociale verzekeringspremies betaalt) en valt niet onder het inkomen, waardoor de keteneffecten zeer beperkt zijn. UWV en de Belastingdienst hebben hierop een uitvoeringstoets uitgevoerd, die in februari 2026 aan het ministerie SZW wordt aangeboden. UWV heeft daarbij aangegeven dat de vergoedingsregeling in zijn volledigheid per 1 september 2026 uitvoerbaar is en dat ernaar wordt gestreefd om in de zomer van 2026 met het herstellen te starten.

Mensen gaan ervan uit dat UWV hen helpt wanneer zij door ziekte nog maar deels of niet meer kunnen werken. Zij verwachten van ons snel duidelijkheid over hun uitkering, dat die correct wordt vastgesteld en dat zij goed worden geholpen. Dit soort verwachtingen zijn logisch en UWV zou daar graag aan voldoen. Helaas lukt dat niet altijd, omdat onze sociaal‑medische dienstverlening op sommige onderdelen niet op orde is. Dit leidt onder andere tot een groeiend aantal mensen dat te lang moet wachten op een sociaal‑medische beoordeling en dat er fouten worden gemaakt in de dagloonberekening. Daarom gaan we de komende tijd een aantal grondige verbeteringen en veranderingen doorvoeren om de sociaal‑medische dienstverlening op orde te brengen. Hiervoor hebben we een Ontwikkelagenda sociaal‑medische dienstverlening opgesteld waarmee we langs zes lijnen de sociaal‑medische dienstverlening gaan versterken. We willen er hiermee voor zorgen dat het fundament van de organisatie wordt verstevigd. Hiertoe werken we aan meer uniformiteit in de processen en het verkleinen van de regionale verschillen, en zorgen we voor strakkere sturing op prestaties en capaciteit. Door een duidelijke prioritering gaat er meer capaciteit naar de WIA‑claimbeoordeling waardoor de achterstanden minder snel stijgen. Ook gaat er meer capaciteit naar de Wajong‑beoordeling. De komende periode gaan we monitoren in welke mate de sterkere sturing op de prioritering van de Wajong- en de WIA‑claimbeoordeling effectief is.

Begroting

Het begrotingsevenwicht is de afgelopen jaren onder druk komen te staan. In 2025 sluiten we het jaar weliswaar af met een klein overschot, maar het begrotingsbeeld op langere termijn wordt beïnvloed door enkele neerwaartse bijstellingen van het budget. De aangekondigde taakstelling uit het nieuwe coalitieakkoord komt daar nog bovenop. We zetten erop in om de financiële vraagstukken voor de langere termijn op te lossen met strakke financiële sturing. Voor het realiseren van de taakstelling die aan UWV wordt opgelegd, is nadrukkelijk ook hulp nodig vanuit het ministerie van SZW in de vorm van vereenvoudigingen en prioritering van de dienstverlening. Incidentele meevallers geven enige ademruimte, maar gelet op de doorlooptijd van wetgeving is tempo nodig in het realiseren van concrete vereenvoudigingen.

Ontwikkeling van de fondsen

Het totale vermogen van de UWV-fondsen groeit in 2026. We verwachten eind 2026 een fondsvermogen van € 65,7 miljard, grotendeels doordat de werkgeverpremies boven het lastendekkende niveau zijn vastgesteld. Eind 2025 ging het nog om een fondsvermogen van € 55,2 miljard. De minister van SZW stelt de meeste premies vast en neemt daarbij ook inkomenspolitiek en de ontwikkeling van het EMU‑saldo in overweging.