Resultaten van NOW-beheersmaatregelen

De tijdelijke Noodmaatregel Overbrugging Werkgelegenheid (NOW) is in maart 2020 door het kabinet in het leven geroepen om door de coronacrisis getroffen werkgevers snel hulp te bieden. De NOW was een tegemoetkoming in de loonkosten voor werkgevers die ten minste 20% omzetverlies leden door de coronacrisis.

Met de NOW‑regeling heeft het kabinet ervoor kunnen zorgen dat een groot aantal werknemers ondanks de crisis hun baan heeft behouden. In juni 2023 sloot het loket voor het indienen van de vaststellingsaanvragen voor de laatste twee aanvraagperiodes van de NOW. In totaal zijn er circa 381.000 vaststellingsaanvragen ontvangen.

Voor een uitgebreide beschrijving van de beheersmaatregelen voor de NOW verwijzen wij naar ons jaarverslag 2023, waarin we een terugblik hebben opgenomen op de periode 2020–2023. Onze jaarverslagen 2024 en 2025 zijn beperkt tot de activiteiten voor de NOW die in 2024 respectievelijk 2025 hebben plaatsgevonden. Begin 2025 resteerde er nog een werkvoorraad van 1.598 vaststellingsaanvragen. Ultimo 2025 bedroeg die nog 478 dossiers. Een deel van deze dossiers moet nog definitief worden vastgesteld en de overige dossiers moeten nog administratief worden afgehandeld.

In deze paragraaf gaan we in op de resultaten van de NOW‑beheersmaatregelen in 2025. We beschrijven de voortgang bij de afhandeling van de vaststellingsaanvragen, de herziening van subsidies en de afwikkeling van terugvorderingen. Daarnaast gaan we in op de resultaten van het NOW-handhavingsonderzoek.

Afhandeling van de vaststellingsaanvragen

In 2025 zijn 1.039 vaststellingsaanvragen afgehandeld door de afdeling UVB (Uitvoering van Beleid) van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). Die aanvragen vertegenwoordigen een bedrag van € 50,7 miljoen aan betaalde voorschotten. De afdeling UVB voert controles uit op de omzetverliespercentages die de werkgevers hebben opgegeven. UWV voert voor alle vaststellingsaanvragen de controle uit op de loonsom op basis van de informatie uit de polisadministratie. Daarnaast voert UWV onderzoek uit naar de rechtmatigheid van de definitieve subsidievaststellingen.

De resultaten van de door de afdeling UVB in 2025 uitgevoerde controles zijn samengevat in onderstaande tabel.

Tabel Samenvatting resultaten controles van NOW‑vaststellingsaanvragen 2025

Bedragen x € 1 miljoen

Aanvragen met accountants-verklaring

Aanvragen met deskundige-derdenverklaring

Geen verklaring vereist

Totaal

Betaalde subsidievoorschotten

€ 35,1

€ 11,4

€ 4,2

€ 50,7

Verwacht subsidiebedrag o.b.v. vaststellingsaanvraag

€ 38,8

€ 13,2

€ 5,2

€ 57,2

Aandeel verwacht subsidiebedrag

67,8%

23,1%

9,1%

100,0%

Aantal afgehandelde vaststellingsaanvragen

400

295

344

1.039

Ongewijzigd vastgesteld

77,5%

53,2%

11,3%

48,7%

Gewijzigd vastgesteld

22,0%

45,4%

49,4%

37,7%

Geen nadere controle

0,5%

1,4%

39,2%

13,6%

100,0%

100,0%

100,0%

100,0%

Resultaten controles vaststellingsaanvraag

Omzetverliespercentage ongewijzigd

€ 29,5

€ 7,3

€ 0,8

€ 37,6

Omzetverliespercentage gewijzigd na controle

€ 9,2

€ 5,9

€ 3,2

€ 18,3

Omzetverliespercentage ongewijzigd, geen nadere controle

€ 0,1

€ 0,0

€ 1,2

€ 1,3

€ 38,8

€ 13,2

€ 5,2

€ 57,2

Correcties op de verwachte subsidie

Correctie omzetverlies in procentpunten*

-6,6

-18,8

-32,1

-11,7

Aantal nihilstellingen (naar 0% gecorrigeerd)

59

69

81

209

Correctie op de subsidie in €

-€ 5,9

-€ 3,5

-€ 1,8

-€ 11,2

Correctie op de subsidie in %

-15,2%

-26,5%

-34,6%

-19,6%

* De correctie van het omzetverlies in procentpunten betreft een ongewogen gemiddeld percentage voor alle vaststellingsaanvragen waarvan de controle is afgerond.

Het ‘verwacht subsidiebedrag’ zoals opgenomen in bovenstaande tabel is ingeschat ten tijde van de controle door UVB, op basis van de beschikbare gegevens in de vaststellingsaanvraag en de bij aanvang van de regeling bekende loonsommen. Het verwachte subsidiebedrag is hoger dan de uiteindelijk toegekende subsidie, omdat dit mede wordt bepaald door de uiteindelijk gerealiseerde loonsommen in de betreffende aanvraagperiode. Deze zijn ten tijde van de controle door UVB nog niet bekend. Daarnaast beoordeelt UWV bij de definitieve subsidietoekenning of aan de overige subsidievoorwaarden is voldaan.

De ‘correctie omzetverlies in procentpunten’ geeft de bijstelling naar beneden op het opgegeven omzetverliespercentage in de vaststellingsaanvraag weer als gevolg van de door UVB uitgevoerde controles. De ‘correctie op de subsidie in €’ is de verlaging van het verwachte subsidiebedrag die het gevolg is van de bijstelling naar beneden van het omzetverliespercentage.

Wij constateren dat er in 2025 relatief hogere correcties op het omzetverliespercentage nodig waren dan in de voorgaande jaren. In 2025 komt de correctie op het omzetverliespercentage in procentpunten uit op -11,7 terwijl dat over 2024 nog -7,4 procentpunt was. De verklaring hiervoor is dat de werkvoorraad dossiers die in 2025 is afgehandeld voor een deel uit complexere dossiers bestond, die ook tot relatief veel nihilstellingen hebben geleid. In verband met deze nihilstellingen zijn vorderingen ingesteld voor een totaalbedrag van € 8,7 miljoen. Hiervan is inmiddels € 2,3 miljoen ontvangen en € 1,8 miljoen is afgeboekt vanwege faillissement of bedrijfsbeëindiging. Een bedrag van € 4,6 miljoen aan vorderingen staat nog open. Op 72 vorderingen met een openstaand saldo van in totaal € 2,4 miljoen is nog niets terugbetaald. Hier is een verhoogd risico op misbruik en oneigenlijk gebruik (M&O) aanwezig.

Er zijn drie categorieën vaststellingsaanvragen, afhankelijk van de hoogte van het voorschotbedrag of het definitieve subsidiebedrag:

  • aanvragen met accountantsverklaring;

  • aanvragen met deskundigederdenverklaring;

  • aanvragen waarbij geen verklaring vereist is.

Aanvragen met accountantsverklaring

Bij subsidies vanaf € 125.000 wordt gesteund op de accountantsverklaring. Het ministerie van SZW voert een integrale visuele controle uit op overeenstemming van de vaststellingsaanvragen met de daarbij ingediende stukken. Daarbij wordt bijvoorbeeld gecheckt of het omzetverliespercentage in de vaststellingsaanvraag overeenkomt met het percentage dat in de accountantsverklaring staat. Bij bevindingen neemt het ministerie contact op met de werkgever.

De gemiddelde correctie op het omzetverliespercentage bij de aanvragen met accountantsverklaring is 6,6 procentpunt. Van de 400 gecontroleerde vaststellingsaanvragen werden bij 312 gevallen (78%) geen bevindingen geconstateerd. In de groep met een gewijzigd omzetverliespercentage zijn 59 aanvragen op nihil gesteld naar aanleiding van bevindingen van de uitgevoerde controle of omdat de aanvrager niet heeft gereageerd op het verzoek tot aanleveren van aanvullende informatie.

Aanvragen met deskundigederdenverklaring

Bij subsidies vanaf € 25.000 (sinds de NOW 3.1 vanaf € 40.000) tot € 125.000 voert het ministerie van SZW een integrale visuele controle uit op de vaststellingsaanvragen en de daarbij ingediende stukken. Daarbij wordt bijvoorbeeld gecheckt of het omzetverliespercentage in de vaststellingsaanvraag overeenkomt met het percentage dat in de deskundigederdenverklaring staat. Bij bevindingen neemt het ministerie contact op met de werkgever. Daarnaast worden de vaststellingsaanvragen risicogericht gecontroleerd met behulp van data‑analyse. Die analyse leidt tot een risicoscore. De aanvragen met de hoogste risicoscores per batch zijn door twee medewerkers nog handmatig beoordeeld, specifiek met het oog op M&O. Op basis hiervan wordt de beslissing genomen om een dossier met een hoge risicoscore wel of niet in onderzoek te nemen. Hierbij onderzoekt UVB onder andere het door de werkgever opgegeven omzetverliespercentage voordat we tot definitieve vaststelling van de subsidie overgaan. Het risicomodel is voortdurend bijgesteld op basis van de opgedane ervaringen en naar aanleiding van de verschillen tussen de individuele NOW‑regelingen.

De gemiddelde correctie op het omzetverliespercentage bij de aanvragen met deskundigederdenverklaring is 18,8 procentpunt, waarbij in 69 gevallen de subsidie op nihil is gesteld naar aanleiding van bevindingen van een uitgevoerde controle of omdat de aanvrager niet heeft gereageerd op het verzoek tot aanleveren van aanvullende informatie. Bij 2 van deze aanvragen is de verwachte subsidie van in totaal € 35.000 na onderzoek afgewezen wegens het vermoeden van M&O en is het verstrekte voorschot volledig teruggevorderd. Op deze vorderingen is uitstel van betaling verleend tot in juli 2026.

Aanvragen waarbij geen verklaring vereist is

Ook bij de subsidies tot € 25.000 (sinds de NOW 3.1 tot € 40.000) onderzoekt het ministerie van SZW alle vaststellingsaanvragen risicogericht op basis van data‑analyse, zoals we ook hierboven onder het kopje Aanvragen met deskundigederdenverklaringen hebben beschreven. Naar aanleiding van de uitgevoerde risicoanalyses bij aanvang van de regeling is extra aandacht gegeven aan bepaalde categorieën vaststellingsaanvragen, bijvoorbeeld als het opgegeven omzetverlies dicht boven de subsidiegrens van 20% ligt. Van de 344 afgehandelde vaststellingsaanvragen leverden 39 dossiers (11,3%) geen bevindingen op. Bij 170 aanvragen is het omzetverliespercentage aangepast, waarbij in 81 gevallen de subsidie op nihil is gesteld naar aanleiding van bevindingen van een uitgevoerde controle of omdat de aanvrager niet heeft gereageerd op het verzoek tot aanleveren van aanvullende informatie. 135 dossiers zijn niet nader onderzocht, bijvoorbeeld wanneer in het vaststellingsverzoek is aangegeven dat het omzetverliespercentage kleiner is dan 20%. De aanvrager kon ook aangeven geen gebruik te willen maken van de tegemoetkoming.

Herziening van NOW-subsidies

Er zijn diverse redenen waarom UVB kan besluiten om al vastgestelde subsidieaanvragen te herzien. Dit is bijvoorbeeld het geval als achteraf blijkt dat op basis van een berekening van de definitieve subsidie er een accountantsverklaring in plaats van een deskundigederdenverklaring bij de vaststellingsaanvraag gevoegd had moeten worden. Ook wanneer bij de controle van een bepaalde NOW‑tranche een significante neerwaartse bijstelling van het omzetverliespercentage bij een bepaalde werkgever heeft plaatsgevonden, kan dat voor UVB aanleiding zijn om al vastgestelde NOW‑subsidies van dezelfde werkgever aanvullend te onderzoeken. Hierbij spelen meerdere factoren een rol, zoals:

  • de aard van de bevinding;

  • de hoogte van de correctie van het omzetverliespercentage;

  • de verwachte impact van de correctie bij de open te breken dossiers.

Het gaat over de afgelopen jaren in totaal om 1.226 herzieningen, waarvan er 1.178 zijn afgerond. In 929 dossiers heeft dit geleid tot een neerwaartse bijstelling van het omzetverliespercentage. Naar aanleiding van deze herzieningen zijn vorderingen ingesteld voor een bedrag van in totaal € 16,2 miljoen. Hierop is € 4,1 miljoen ontvangen en € 1,3 miljoen is afgeboekt in verband met faillissement of bedrijfsbeëindiging. De overige € 10,8 miljoen staan nog open. Op 248 van deze dossiers staan nog vorderingen open voor een totaalbedrag van € 6,2 miljoen waarop nog niets is terugbetaald. Hier is een verhoogd M&O‑risico aanwezig. In geval van een vermoeden van M&O wordt per geval afgestemd met UWV of UWV alle tranches in herzieningsonderzoek neemt of UVB.

In de NOW‑regelingen is bepaald dat de werkgever een zodanig controleerbare administratie voert dat alle voor de vaststelling van de subsidie van belang zijnde gegevens kunnen worden nagegaan en de werkgever desgevraagd tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie inzage verleent in die administratie. De werkgever moet tot vijf jaar na de datum van vaststelling van de subsidie meewerken aan onderzoek dat erop is gericht inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor het nemen van een besluit over het verstrekken van de subsidie of de vaststelling van de rechtmatigheid daarvan.

Afwikkeling van de terug te vorderen NOW‑subsidie

Naast het risico op afwijkingen in de uiteindelijke subsidievaststelling bestaat het risico dat de betreffende werkgevers ingestelde vorderingen op basis van de vaststellingsaanvraag niet terugbetalen als gevolg van betalingsproblemen of M&O. De status van de ingestelde vorderingen kan als volgt worden weergegeven.

Tabel Status ingestelde terugvorderingen per 31 december 2025

Bedragen x € 1 miljoen

Op basis van vaststellings-aanvragen

Op basis van ambtshalve nihilstellingen

Totaal

Ingestelde vorderingen uit hoofde van subsidievaststellingen

5.960

989

6.949

Ingestelde vorderingen als gevolg van intrekkingen*

998

-

998

Aanpassingen van de subsidie als gevolg van bezwaar en beroep

-274

-60

-334

Totaal vorderingen ingesteld

6.684

929

7.613

Ontvangen ‘regulier’

-5.752

-476

-6.228

Afgeboekt wegens oninbaarheid

-56

-38

-94

Ontvangen uit faillissement

-2

-0

-2

Afgeboekt uit faillissement

-20

-83

-103

Openstaande vorderingen 31 december 2025

854

332

1.186

Openstaand onder NOW-vorderingen met betalingsregeling (opgenomen onder Financiële vaste activa)

533

124

657

Openstaande reguliere NOW-vorderingen (opgenomen onder Kortlopende vorderingen)

187

119

306

Openstaande vorderingen bij NOW-faillissementsdebiteuren

134

89

223

Openstaande vorderingen 31 december 2025

854

332

1.186

* Intrekkingen zijn geannuleerde subsidieaanvragen waarbij werkgevers de ontvangen bedragen hebben teruggestort. De intrekkingen hebben voornamelijk betrekking op verstrekte voorschotten. De ingestelde vorderingen als gevolg van intrekkingen zijn volledig geïncasseerd.

Uit bovenstaand overzicht blijkt dat van het totaalbedrag van € 7.613 miljoen aan ingestelde terugvorderingen eind 2025 inmiddels € 6.427 miljoen ofwel 84,4% (eind 2024: € 5.956 miljoen ofwel 78,2%) is afgewikkeld. Daarbij valt op dat het betaalgedrag op de vorderingen die voortvloeien uit vaststellingsaanvragen substantieel beter is dan dat op vorderingen als gevolg van ambtshalve nihilstellingen.

In totaal staat een bedrag van € 306 miljoen open als kortlopende NOW‑vorderingen (ultimo 2024: € 331 miljoen). Hier schatten wij het risico op definitieve oninbaarheid als zeer hoog in; wij hebben hierop een voorziening getroffen van € 296 miljoen. Op de openstaande NOW‑faillissementsdebiteuren is op basis van ervaringscijfers een voorziening voor oninbaarheid van € 219 miljoen (98%) getroffen.

Ambtshalve nihilstellingen

Een bijzondere categorie binnen de vorderingen zijn de vorderingen als gevolg van ambtshalve nihilstellingen. De nog openstaande vorderingen hebben naar onze inschatting een verhoogd risico op misbruik en oneigenlijk gebruik aangezien deze werkgevers geen vaststellingsaanvraag hebben ingediend. Daardoor kan niet beoordeeld worden of aan de subsidievoorwaarden is voldaan. Als de werkgever wel een voorschot aanvraagt, maar verzuimt een vaststelling aan te vragen én nog als ondernemer bestaat, dan wordt de subsidie ambtshalve op nihil gesteld. Dit zorgt ervoor dat de werkgever het gehele voorschot moet terugbetalen. De ongeveer 32.500 ambtshalve nihilstellingen hebben (na aanpassingen van de subsidie als gevolg van bezwaar en beroep) geleid tot terugvorderingen voor een totaalbedrag van € 929 miljoen. Hiervan was eind 2025 € 597 miljoen afgewikkeld. Bij de ambtshalve nihilstellingen worden relatief veel meer vorderingen overgedragen aan de afdeling Faillissementen en vinden er relatief hogere afboekingen plaats als gevolg van oninbaarheid.

Er zijn ruim 4.000 vorderingen waarop geen terugbetaling heeft plaatsgevonden. Het totale openstaande bedrag dat hiermee gemoeid is bedraagt € 96 miljoen. Hiervan is 42% overgedragen aan de deurwaarder (openstaand bedrag ruim € 40 miljoen), 17% betreft bedrijfsbeëindigingen (openstaand bedrag € 16 miljoen), 4% betreft betalingsregelingen met achterstand (openstaand bedrag € 4 miljoen), 23% zonder betalingsafspraak (openstaand bedrag € 22 miljoen) en 14% heeft de status ‘geen verhaalsmogelijkheid’ (openstaand bedrag € 14 miljoen). De vorderingen met de status ‘geen verhaalsmogelijkheid’ zullen worden afgeboekt in 2026.

Het is mogelijk dat een werkgever UWV verzoekt om zijn openstaande NOW‑schulden kwijt te schelden. De werkgever komt hiervoor alleen in aanmerking wanneer vaststaat dat afbetaling zal leiden tot het einde van het bedrijf en de werkgever geen misbruik heeft gemaakt van de NOW‑regeling. Het uitgangspunt blijft dat werkgevers te veel ontvangen NOW‑subsidie terug moeten betalen.

Alleen voorschot

Ultimo 2024 was er nog een restgroep over van 1.111 gevallen waarbij geen vaststellingsaanvraag is ingediend en ook nog geen ambtshalve nihilstelling kon worden gedaan. Het betreft gevallen waarin onduidelijk was of de werkgever nog bestaat/actief is of waarin het bedrijf beëindigd is en er (nog) geen rechtsopvolger is die kan worden aangesproken. Hiermee is een oorspronkelijk bedrag aan subsidievoorschot gemoeid van circa € 28,2 miljoen. In 2025 is voor deze restgroep gecontroleerd of er een rechtsopvolger is. Na deze controle zijn alle gevallen afgewikkeld:

  • In 1.088 gevallen hebben we het subsidievoorschot van in totaal € 28,0 miljoen afgeboekt zonder tussenkomst van de werkgever. Dit betreft voornamelijk werkgevers die uitgeschreven zijn uit het register van de Kamer van Koophandel zónder rechtsopvolger, gevallen waarbij geen actie ondernomen kan worden omdat geen reactie is ontvangen van de bewaarder van boeken en bescheiden, alsmede volledig afgehandelde faillissementen.

  • In 23 gevallen heeft alsnog een definitieve subsidievaststelling kunnen plaatsvinden. In 17 gevallen zijn alsnog vorderingen ingesteld van in totaal circa € 132.000, waarvan circa € 30.000 inmiddels is ontvangen. Hiermee is een subsidievoorschot gemoeid van € 184.000. In 3 gevallen is alsnog een nabetaling gedaan van in totaal € 10.000. Hiermee is een subsidievoorschot gemoeid van circa € 25.000. Van de resterende 3 gevallen zijn er 2 afgehandeld door een andere werkgever uit hoofde van Wet WOVOF (Wet overgang van onderneming in faillissement) en 1 is afgehandeld door terugbetaling door de werkgever van het ten onrechte ontvangen voorschotbedrag.

Resultaten van het NOW-handhavingsonderzoek

Naar aanleiding van een melding heeft de directie Handhaving in 2025 voor de NOW 5 onderzoek gedaan naar werkgevers die met terugwerkende kracht de loonaangiften hebben gecorrigeerd, na de relevante peildatum voor de definitieve vaststelling. Deze correcties hebben invloed op de hoogte van of het recht op NOW: bij een verlaging van de loonsom valt de subsidie lager uit, bij het ontbreken van een loonsom bestaat helemaal geen recht op subsidie. Dit patroon is een mogelijke indicator van M&O van de subsidieregeling. In het onderzoek zijn 151 werkgevers gedetecteerd die de loonaangifte met terugwerkende kracht hebben gecorrigeerd waarbij sprake is van loonsomverlagingen die een financiële impact hebben op de subsidievaststelling van meer dan € 1.000; de totale financiële impact voor die groep is circa € 558.000. Daarnaast zijn er 643 werkgevers met loonsomverlagingen die een financiële impact hebben op de subsidievaststelling van minder dan € 1.000; de totale financiële impact voor die groep is circa € 148.000. Het totale financiële risico voor de NOW 5 als gevolg van loonsomverlagingen achteraf is daarmee gekwantificeerd op circa € 0,7 miljoen. De directie Handhaving heeft een nader bureauonderzoek uitgevoerd naar de 151 gevallen waarbij de loonsomverlaging een financiële impact had van meer dan € 1.000. In 9 gevallen bestond een vermoeden van M&O (financiële impact circa € 32.000). Het bureauonderzoek heeft geen aanleiding gegeven om verder vervolgonderzoek (in de vorm van werkgeversonderzoek) uit te voeren, omdat het vermoeden van M&O onvoldoende werd bevestigd.

In 2025 hebben wij voor alle NOW‑regelingen in totaal vijf meldingen ontvangen. De meldingen hadden voornamelijk betrekking op onjuiste omzetgegevens. Bij drie van deze meldingen is op basis van onderzoek geconcludeerd dat er geen verdere actie nodig was. Van twee meldingen is de uitkomst nog niet bekend omdat het onderzoek nog loopt. Bij één van deze meldingen was sprake van mogelijke fraude of valsheid in geschrifte. Die melding is overgedragen aan een ketenpartner voor verdere verwerking.

Deel deze pagina: