Bestuur
UWV streeft naar een bestuur dat betrouwbaar, effectief en integer is. Dit begint bij duidelijke sturing, verantwoording en een heldere rolverdeling binnen de raad van bestuur en de advies- en controleorganen.
Tegelijk zorgen we ervoor dat onze processen veilig zijn, fraude en misbruik worden voorkomen en beleidskeuzes transparant zijn. In deze paragraaf beschrijven we hoe we ons bestuur vormgeven en welke resultaten we in 2025 hebben bereikt.
Sturing en verantwoording
UWV is een zelfstandig bestuursorgaan (zbo) en valt onder de verantwoordelijkheid van de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW). De relatie tussen minister en UWV en de verantwoording over het uitgevoerde beleid is vastgelegd in de Kaderwet ZBO’s, de Wet Uitvoeringsorganisatie Werk en Inkomen (SUWI) en daarvan afgeleide wettelijke regelingen. Over de informatieverstrekking worden binnen de wettelijke kaders jaarlijks afspraken gemaakt door het ministerie met UWV en vastgelegd in de zogenoemde beleidsinformatieset.
UWV legt aan de minister formele verantwoording af over de beleidskeuzes die we maken en over de manier waarop we overheidsbeleid uitvoeren. Dat gebeurt via viermaandelijkse tussenverslagen en ons jaarverslag. De minister en de raad van bestuur bespreken periodiek de stand van zaken van onze dienstverlening. Daarnaast is de uitvoering van de wettelijke taken en de interne bedrijfsvoering onderwerp van gesprek in een vaste overlegcyclus van het ministerie van SZW met UWV op de verschillende organisatieniveaus en op dagelijkse basis tussen de ambtenaren van beide organisaties.
Voor de beheersing van de interne bedrijfsvoering en daarmee de risico’s en kwaliteit van de uitvoering maakt UWV gebruik van het three‑lines‑of‑defensemodel. Dit model is een algemeen erkend en gebruikt model om de besturing van een organisatie in te richten. De three lines met ieder een eigen rol met betrekking tot risicobeheersing en kwaliteitsmanagement zijn:
-
eerste lijn: operatie (uitvoering), vanaf 2026 de Verandermotor én de operatie;
-
tweede lijn: staven en vanaf 2026 ook centrale vakgroepen;
-
derde lijn: Auditdienst en functionaris gegevensbescherming.
Naast de wettelijke taken stuurt UWV ook op uitvoering van de strategie 2030 om daarmee de dienstverlening voor de cliënten en werkgevers, en de interne bedrijfsvoering te verbeteren. Dit gebeurt vanuit de 1UWV‑gedachte met het in 2025 geïntroduceerde framework van de Waardeboom. Hierin wordt de strategie systematisch vertaald in kaders en concrete doelstellingen voor de Verandermotor en de operatie. Hiermee maken we voor alle medewerkers inzichtelijk hoe zij bijdrage aan de UWV‑strategie en daarmee aan betere dienstverlening aan onze cliënten en werkgevers.
Vanuit zijn rol als zowel opdrachtgever als eigenaar zorgt het ministerie dat UWV de verstrekte opdrachten goed uitvoert en dat het geheel aan taken uitvoerbaar is en in verhouding staat tot de middelen.
In 2025 heeft de Algemene Rekenkamer in haar onderzoek Fouten bij WIA‑uitkeringen: blind voor de signalen, burgers geraakt aanbevelingen gedaan aan het ministerie van SZW en UWV om de sturing en verantwoording te versterken. Deze aanbevelingen volgen we in goede samenwerking met het ministerie van SZW op.
Zo werken we aan een betere invulling van het opdrachtgever- en opdrachtnemerschap, met betere informatievoorziening en verantwoording, aan het vergroten van het inzicht in de financiële risico’s van een onjuiste uitkering en een betere risicodialoog tussen UWV en het ministerie van SZW. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan uitvoerbaarheid van de opdrachten en de daaraan verbonden risico’s.
Raad van bestuur
De leden van de raad van bestuur worden benoemd door de minister van SZW, telkens voor een periode van vijf jaar.
In 2025 had de raad de volgende samenstelling, met vermelding van de nevenfuncties gedurende 2025:
-
De heer M.R.P.M. (Maarten) Camps (1964), benoemd als voorzitter van de raad per 1 september 2020 (verlengd tot 1 september 2026):
-
lid raad van toezicht JINC
-
lid bestuur Stichting Continuïteit JINC
-
lid raad van toezicht Stichting Lezen en Schrijven
-
lid raad van advies van Stichting instituut Gak
-
lid raad van commissarissen TenneT
-
lid Aufsichtsrat TenneT Duitsland
-
lid strategische adviesraad TNO unit Health & Work
-
-
Mevrouw N. (Nathalie) van Berkel (1982), benoemd per 1 september 2019 (met besluit van 21 juni 2024 verlengd):
-
lid raad van commissarissen van Havensteder
-
voorzitter raad van toezicht van de Boekmanstichting
-
voorzitter benoemingsadviescommissie van Commissariaat voor de Media (tijdelijk)
-
voorzitter Netwerk van Publieke Dienstverleners
-
voorzitter Manifestgroep
-
Mevrouw Van Berkel is per 1 oktober 2025 bij UWV uit dienst gegaan.
-
Mevrouw J.K. (Johanna) Hirscher (1982), benoemd per 27 juni 2022 (met besluit van 25 september 2023 verlengd):
-
lid raad van advies van de Nederlandse Vereniging van Arbeidsdeskundigen NVvA (q.q.)
-
Mevrouw Hirscher heeft op 1 april 2025 haar taken neergelegd.
-
De heer R. (René) Steenvoorden (1967), benoemd per 1 oktober 2023:
-
lid klankbordgroep Digitale Transformatie Gemeente Amsterdam
-
lid Digi Board NPM Capital
-
coaching van senior IT‑leiders
-
lid raad van advies NOREA
-
-
Mevrouw J. (Judith) Duveen (1978), benoemd per 1 november 2025:
-
lid raad van advies Nationale DenkTank
-
lid raad van commissarissen VGA Verzekeringen
-
lid raad van advies De Normaalste Zaak
-
-
De heer J.A. (Joost) Brouwer (1981), benoemd per 1 november 2025:
-
lid raad van toezicht van Stichting Kredietbank Nederland
-
Advies- en controleorganen
UWV kent een aantal advies‑ en controleorganen: de Audit Advies Commissie, de medezeggenschapsorganen, de interne Auditdienst en een externe accountant.
Audit Advies Commissie
De raad van bestuur wordt ondersteund en geadviseerd door een permanente commissie, de Audit Advies Commissie (AaC). Van die commissie wordt een kritische en onafhankelijke blik gevraagd op de bedrijfsvoering, de bedrijfsprocessen, het risicomanagement, de informatievoorziening en de IT van UWV. De kwaliteit van de te bespreken agendastukken en de goede dialoog met de voorzitter en de leden van de raad van bestuur dragen bij aan het goed functioneren en de impact van de AaC. De portefeuillehouders van de AaC voeren ook verdiepende gesprekken in de organisatie en de leden van de AaC leggen werkbezoeken af. De door de AaC uitgebrachte adviezen worden vastgelegd in het verslag van het overleg met de raad van bestuur. UWV weegt de adviezen van de AaC mee in zijn interne besluitvorming en rapporteert daarover aan de AaC. De AaC staat jaarlijks stil bij haar rol en de invulling daarvan.
De AaC bestaat uit externe deskundigen met brede ervaring. Leden van de commissie op 1 januari 2025 waren de heer J. (Hans) van der Vlist, mevrouw M.C.C. (Marga) Bekker, de heer F.J. (Frans) van der Ent, de heer A.J.M. (Adrie) Kerkvliet en de heer J.M. (Jeroen) van der Vlugt. De voorzitter heeft periodiek overleg met de plaatsvervangend secretaris‑generaal van het ministerie van SZW. De voorzitter (en leden) van de raad van bestuur en de directeuren van de organisatieonderdelen Auditdienst en Financieel‑economische zaken wonen de vergaderingen van de AaC bij.
In 2025 heeft de AaC zes keer vergaderd, waarbij zowel reguliere als strategische thema’s aan bod kwamen. Reguliere gespreksthema’s waren de bespreking van het UWV Jaarverslag 2024, inclusief het bijbehorende verslag van bevindingen van de Auditdienst en het accountantsverslag van de controlerend accountant. Er is ook vooruitgekeken op basis van het UWV Jaarplan 2026. Belangrijke aandachtspunten bij deze documenten zijn de leesbaarheid, die is verbeterd, en de concreetheid, die beter kan. De tertaalrapportages van de Auditdienst en de rodedradennotities van zowel de businesscontrol- en kwaliteitkolom (tweedelijnscontrole) als de Auditdienst zijn kritisch besproken met als doel om de planning‑en‑controlcyclus te verbeteren.
Naast deze reguliere onderwerpen is in de vergaderingen aandacht geschonken aan verschillende actuele organisatiethema’s. De ontwikkelingen rondom de WIA vormden een terugkerend agendapunt, waarbij zowel de herstelaanpak als de kwaliteitsaanpak en de Ontwikkelagenda sociaal‑medische dienstverlening zijn besproken. Verder is ingegaan op de governance van UWV, met name het waardengedreven sturen, waarmee de organisatie streeft naar een betere en bredere dienstverlening met meer oog voor de menselijke maat. Ook heeft de AaC aandacht geschonken aan de ontwikkeling van de Werkcentra door UWV in samenwerking met de gemeenten. Een ander belangrijk aandachtspunt betrof de Verandermotor, waarmee UWV de ontwikkelingen naar een mensgerichte publieke dienstverlener vormgeeft. Gegeven de omvangrijke impact van deze transitie volgt de AaC de voortgang nauwgezet. In dit kader is ook de Datastrategie UWV besproken, die is gericht op het halen van meer waarde uit data voor dienstverlening door én voor medewerkers.
Gedurende de herstel- en verbeteraanpak rondom de WIA heeft de AaC intensief meegekeken en geadviseerd. Dit heeft mede geleid tot de brief Urgente inzichten Audit Advies Commissie UWV, die door UWV aan de minister van SZW is aangeboden. In deze brief benadrukte de AaC twee kernthema’s. heeft haar zorgen geuit over de complexiteit van wet- en regelgeving binnen het ziekte- en arbeidsongeschiktheidsstelsel en de gevolgen daarvan voor de kwaliteit van de UWV‑dienstverlening. De complexiteit heeft negatieve gevolgen voor de kwaliteit van de UWV‑dienstverlening met het risico van te veel fouten. Op basis van de besprekingen tijdens de vergaderingen heeft de AaC een helder beeld verkregen van de werking van het huidige stelsel en de daaraan verbonden uitdagingen. De AaC benadrukte met klem dat vereenvoudiging van de wet- en regelgeving essentieel is om, naast de initiatieven uit het programma Kwaliteit op orde, de kwaliteit van de dienstverlening structureel te kunnen verbeteren. De AaC heeft de raad van bestuur geadviseerd om bij de minister consistent aandacht te vragen voor het vraagstuk van vereenvoudiging en daartoe als UWV ook zelf initiatieven te nemen. Daarnaast heeft de AaC in de brief aandacht gevraagd voor de invulling van de toezichts- en eigenaarsrol door het ministerie van SZW. De AaC hecht aan duidelijkheid over de verantwoordelijkheden en bevoegdheden binnen het gehele toezicht op UWV. Uit de externe evaluatie van de AaC, uitgevoerd door de Auditdienst Rijk in 2023, bleek dat de in het regelement beschreven toezichtrol in voorgaande jaren onvoldoende zichtbaar was, omdat het onderscheid met de adviestaken niet eenduidig kon worden gemaakt. De AaC is echter van mening dat de AaC ten onrechte een toezichtrol was toebedeeld. De rollen van eigenaar, toezichthouder en opdrachtgever behoren toe aan het ministerie van SZW. Vooruitlopend op de verkenning van het ministerie van SZW hoe het geheel aan ministerieel toezicht in het SUWI‑stelsel kan worden verhelderd en versterkt, heeft de minister bevestigd dat de AaC geen toezichthoudende verantwoordelijkheden heeft ingevolge de Kaderwet zelfstandige bestuursorganen. In navolging van deze reactie is het reglement per juli 2025 aangepast en is de toezichtrol van de AaC verwijderd uit het reglement.
De Verandermotor is gedurende het jaar meermaals onderwerp van gesprek geweest in het overleg. Naast dat de AaC zich heeft uitgesproken over de uitdagingen van het traject, heeft ze ook aandacht gevraagd voor het feit dat het initiatief een omvangrijke organisatieontwikkeling omvat die veel van de UWV‑medewerkers zal vragen. De AaC adviseert daarvoor de kernboodschap te vereenvoudigen om het begrip en de betrokkenheid onder medewerkers te borgen. Verder heeft de AaC aandacht gevraagd voor het degelijk inrichten van de verbinding tussen de strategische doelstellingen en de operatie. De verankering draagt bij aan het creëren van het benodigde draagvlak om de beoogde verandering duurzaam te realiseren en zal daarmee van invloed zijn op het succesvol realiseren van de organisatieontwikkeling.
Over de ontwikkeling van de Werkcentra heeft de AaC geadviseerd voldoende focus te leggen op de zichtbaarheid van de centra, over de resultaten te communiceren en te zorgen voor een organisatie die flexibel kan inspelen op de dynamiek van de arbeidsmarkt.
Begin 2025 heeft de AaC haar jaarlijkse zelfevaluatie uitgevoerd, waarbij zowel het eigen functioneren als de opvolging van eerdere aanbevelingen kritisch zijn beoordeeld. De AaC concludeerde dat de gesprekken in een open en constructieve sfeer verlopen, waardoor zij haar rol als kritische gesprekspartner effectief kan invullen. De gedegen voorbereiding van de bijeenkomsten draagt bij aan de kwaliteit en relevantie van de besprekingen, wat leidt tot waardevolle adviezen voor de organisatie. De zogenoemde nazit van de externe leden om meteen te reflecteren op de vergadering heeft het functioneren verbeterd.
Naast deze positieve bevindingen identificeerde de AaC twee belangrijke leerpunten voor de toekomst. Allereerst is er behoefte aan een scherpere focus op grote organisatiebrede ontwikkelingen en opgaven, zodat de AaC tijdig en proactief advies kan geven op momenten dat dit het meest relevant is. Daarnaast ziet de AaC kansen om de individuele gesprekken met vertegenwoordigers van verschillende organisatieonderdelen systematischer te voeren en de werkbezoeken verder te intensiveren en te systematiseren.
Voor de vergoeding van de voorzitter en de leden van de AaC volgt UWV de regels van de Wet normering topinkomens (WNT), de Wet vergoedingen adviescolleges en commissies en het Besluit vergoedingen adviescolleges en commissies (zie paragraaf Toelichting op de staat van baten en lasten onder het kopje WNT‑verantwoording 2025 de tekst betreffende de AaC).
Intern en openbaar accountant
UWV beschikt over een interne Auditdienst die onafhankelijk is gepositioneerd binnen UWV. De Auditdienst beoordeelt de interne beheersmaatregelen en de bedrijfsvoering van UWV, inclusief de rechtmatigheid van het handelen van de organisatie. De Auditdienst legt de resultaten van de onderzoeken voor aan het verantwoordelijke management en aan de raad van bestuur. Ieder tertaal maakt de Auditdienst een samenvattende rapportage voor de raad van bestuur over de interne audits (derdelijns interne audit) en de wettelijke en overige verplichte controles (vierdelijns externe audit). De Auditdienst controleert de jaarrekening van UWV en geeft hierbij een controleverklaring af. De Auditdienst geeft jaarlijks ook een oordeel over de gegevensverwerking van UWV voor de minister van SZW. Naar aanleiding van deze wettelijke controles rapporteert de Auditdienst met een verslag van bevindingen voor de jaarrekening en een verslag van bevindingen voor de gegevensverwerking aan de minister van SZW, de raad van bestuur van UWV en de Audit Advies Commissie.
De Auditdienst verricht zijn werkzaamheden conform de vereisten vanuit de beroepsorganisaties (NBA, NOREA, IIA). De Auditdienst wordt daarop periodiek getoetst via het Kwaliteitsonderzoek Overheidsauditors (KOA).
PricewaterhouseCoopers Accountants N.V. geeft als openbaar accountant van UWV een controleverklaring inzake de getrouwheid af bij de jaarrekening in de publieksversie van het jaarverslag. Naar aanleiding van de controle van de jaarrekening brengt de openbaar accountant een accountantsverslag met de relevante bevindingen uit aan de raad van bestuur van UWV.
Medezeggenschap
We betrekken onze medezeggenschapsorganen vroegtijdig bij organisatieveranderingen en bij specifieke beleidsvoorstellen. Dit doen we door in dialoog te gaan over het waarom van de verandering, aan te geven welke mogelijke oplossingen/scenario’s er zijn en door met elkaar de impact op de organisatie en medewerkers te bespreken. UWV heeft een ondernemingsraad en acht onderdeelscommissies. De ondernemingsraad is de strategische gesprekspartner van de raad van bestuur. De onderdeelscommissies zijn gesprekspartner van de directies van de diverse organisatieonderdelen.
Met onze ondernemingsraad voeren we zowel op formeel als informeel niveau het gesprek over UWV‑brede beleidsmatige en strategische organisatieveranderingen en ontwikkelingen. Er is maandelijks een overlegvergadering met de voltallige ondernemingsraad. Daarnaast zijn er diverse commissies en werkgroepen waarin we met elkaar actuele onderwerpen bespreken en die we vragen om mee te denken over het te voeren beleid en actuele ontwikkelingen. Belangrijke strategische gespreksonderwerpen zijn de UWV‑dienstverlening met oog voor maatwerk, de Verandermotor, de herstelorganisatie, de Ontwikkelagenda sociaal‑medische dienstverlening en artificiële intelligentie. In het afgelopen jaar zijn naast de strategische gespreksonderwerpen en hieruit voortvloeiende formele trajecten advies- en instemmingsaanvragen gedaan over onder andere huisvesting, de gedragscode en het sanctieprotocol en screening.
Voorkomen van fraude binnen UWV
We hebben een interne beheersomgeving gerealiseerd om de mogelijkheden tot het plegen van fraude zoveel mogelijk te beperken. UWV heeft een eigen gedragscode, die voor alle medewerkers digitaal toegankelijk is. Een vernieuwde versie van deze gedragscode is in september 2025 geïntroduceerd en bevordert binnen UWV een cultuur van integriteit en ethisch gedrag. Alle medewerkers leggen de UWV Ambtseed af en er vindt een zorgvuldige screening plaats van nieuwe medewerkers. Bureau Integriteit heeft een analyse uitgevoerd rondom integriteitsrisico’s op misbruik van cliëntsystemen (autorisaties, logging en monitoring) en interne systemen (verlof, declaraties en bestelling). De resultaten daarvan zijn gedeeld met de eindverantwoordelijk directeuren en meegenomen in (deels al ingezette) verbetertrajecten.
De werkprocessen en de daarbij behorende taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden zijn beschreven in het licht van en geëvalueerd op frauderisico’s. Door de in de processen aangebrachte functiescheidingen en de daarop gebaseerde interne controles lopen financiële transacties altijd over een aantal schijven, wat het risico op fraude beperkt en de ontdekkingskans vergroot. De bevoegdheden zijn adequaat vertaald in de geautomatiseerde systemen.
UWV beschikt over een goed ingerichte, fijnmazige planning‑en‑controlcyclus, waardoor afwijkingen in de financiële overzichten zichtbaar worden. We beoordelen het restrisico op een kans op een materiële afwijking in de financiële overzichten door fraude daarom als laag.
Beleid misbruik en oneigenlijk gebruik
UWV heeft een stelsel ingericht om misbruik en oneigenlijk gebruik te voorkomen en te bestrijden. Het stelsel kent binnen UWV vier beheersingsniveaus:
-
Overleg met het ministerie van SZW en het doen van uitvoeringstoetsen op voorgenomen wetgeving om te komen tot goede, handhaafbare wetgeving.
-
Vertaling van deze wetgeving naar systemen en de inrichting van primaire UWV‑klantprocessen.
-
Investeren in kennis, kunde en bewustzijn van medewerkers op het gebied van misbruik en oneigenlijk gebruik.
-
Inrichten van controles en (data)analyses om misbruik en oneigenlijk gebruik op te sporen, met sanctionering als mogelijk gevolg.
In 2025 hebben we op al deze beheersingsniveaus activiteiten uitgevoerd:
-
Om te bevorderen dat wet‑ en regelgeving zo min mogelijk ruimte biedt voor misbruik en oneigenlijk gebruik, hebben we relevante wijzigingen in wet‑ en regelgeving getoetst op uitvoerbaarheid en handhaafbaarheid. Bij een aantal uitvoeringstoetsen hebben we aandachtspunten of belemmeringen dan wel misbruikrisico’s of risico’s op oneigenlijk gebruik onder de aandacht gebracht bij het ministerie van SZW.
-
Om ervoor te zorgen dat onze systemen en primaire klantprocessen zodanig zijn ingericht dat de kans op regelovertreding zo klein mogelijk is, hebben we op gestructureerde wijze zicht gehouden op de risico’s in de wetten die we uitvoeren. Dat deden we onder andere met het door ons opgezette beheersingskader waarin staat hoe UWV omgaat met nettorisico’s die we eerder hebben geïnventariseerd voor een aantal belangrijke wetten, het implementeren en monitoren van de opgestelde beheersmaatregelen en het inzetten van integrale frauderisicoanalyses voor de resterende wetten en onderwerpen. Daarnaast is door de handreiking Fraudebestendige klantreizen in de toekomst meer aandacht voor het handhavingsperspectief binnen de integrale klantreizen. We merken dat de implementatie van de voorgestelde beheersmaatregelen soms vertraging oploopt door interne discussies en prioritering. Dit zorgt ervoor dat we op sommige risico’s niet de voortgang boeken die gewenst is. Dat is mede de aanleiding om het Value Management Office in te richten, waar prioriteiten UWV‑breed worden gewogen en worden afgemeten aan hun bijdrage aan de UWV‑brede strategische doelstellingen. Mede in de kwartaalsturing wordt hierop UWV‑breed gestuurd.
-
Om te bevorderen dat bij de primaire klantprocessen betrokken medewerkers alert zijn op misbruikrisico’s en dat ze deze tijdig signaleren, hebben we het afgelopen jaar extra geïnvesteerd in het ontwikkelen van hun vakmanschap op dit gebied. Misbruikbewustzijn maakt deel uit van de (basis)opleidingen van UWV.
-
Om ervoor te zorgen dat we controles en sancties gericht kunnen inzetten, hebben we diverse activiteiten uitgevoerd. We hebben met multidisciplinaire onderzoeks‑ en analyseteams onderzoek gedaan om de risico’s op misbruik en oneigenlijk gebruik bij specifieke doelgroepen en fraudefenomenen beter te kunnen wegen en eventuele maatregelen te kunnen nemen om de risico’s te verkleinen. Om de controlebeleving te verhogen en mogelijke regelovertreding op te sporen, hebben we controlegesprekken gevoerd met willekeurig geselecteerde cliënten en telefonische controles uitgevoerd. Daarnaast hebben we deelgenomen aan structurele en incidentele samenwerkingsverbanden in Nederland en gerichte controles buiten de landsgrenzen uitgevoerd.
We professionaliseren de beheersingsniveaus verder, onder andere door de toepassing van risicomanagement. Daarnaast kunnen incidenten nieuwe inzichten geven om het stelsel verder te verbeteren. Op die manier werkt UWV continu aan het verstevigen van het stelsel ter voorkoming en bestrijding van misbruik en oneigenlijk gebruik. De aanpak is erop gericht uitkeringsgerechtigden en subsidieontvangers die te goeder trouw zijn zo min mogelijk te belasten met controles. Risicogerichte handhaving vormt daarmee een onderdeel van de dienstverlening. UWV blijft met het ministerie van SZW in gesprek over de keuzes ten aanzien van mensen en middelen voor de handhavingsactiviteiten.
Het in 2025 gevoerde beleid ter voorkoming van misbruik en oneigenlijk gebruik is naar onze mening toereikend. Het stelsel dat is ingericht staat en heeft gefunctioneerd. Misbruik van uitkeringen kan niet volledig worden uitgesloten, restrisico’s blijven aanwezig met mogelijk nadelige financiële gevolgen voor de uitgaande kasstromen. Het tijdig en juist realiseren van beheersmaatregelen blijft van belang om de risico’s te verkleinen.
Transparantie
Als publieke dienstverlener dragen we bij aan het vertrouwen dat mensen in de overheid hebben. We laten graag zien wat goed gaat, en zijn ook open over zaken die beter kunnen. Transparantie betekent voor ons dat mensen kunnen volgen wat er binnen onze organisatie gebeurt. Zo blijven we verantwoord bezig en toegankelijk voor iedereen.
We publiceren niet alleen documenten zoals voorgeschreven door de Wet open overheid (Woo), maar maken ook proactief interne documenten openbaar, zoals verslagen en vergaderstukken van de raad van bestuur. Verzoeken om andere documenten pakken we in overeenstemming met de Woo op. In 2025 zijn er 202 verzoeken binnengekomen, meer dan in 2024 (148). Bij 94% van de Woo‑verzoeken hebben we antwoord gegeven binnen de wettelijke termijn van vier weken of – indien verlengd – binnen zes weken of, als er andere afspraken met de verzoeker zijn gemaakt, binnen de afgesproken termijn (in 2024 bij 75%). De niet‑tijdige beslissingen zijn het gevolg van de stijging van het aantal binnengekomen verzoeken in combinatie met de beschikbare capaciteit en de omvang van de verzoeken. Van de binnengekomen Woo‑verzoeken zijn er 145 ingediend door burgers, 17 door advocaten/rechtsbijstandverleners, 12 door journalisten en 28 door redacteuren.
Ook richting de pers communiceren we actief over de dienstverlening van UWV en communiceren proactief over zaken die niet goed gaan. We vinden dat dit hoort bij een organisatie die een belangrijke rol speelt in de Nederlandse samenleving. We hebben verantwoording af te leggen aan Nederland. UWV is een organisatie die midden in de samenleving staat en daarom ook weet waar wetgeving kan knellen en hoe mensen beter geholpen kunnen worden. Daarom praten we ook actief met stakeholders en politiek over vereenvoudiging en verbetering in wetgeving en hoe de dienstverlening verbeterd kan worden.