Vergroten van zekerheid bij sociaal-medische beoordelen

UWV kan de wettelijke taak om mensen sociaal‑medisch te beoordelen al langer niet meer volledig uitvoeren. En dat leidt tot grote achterstanden in de sociaal‑medische dienstverlening en daarmee tot grote onzekerheid bij cliënten die te lang wachten op duidelijkheid over hun uitkering.

Cliënten en werkgevers trekken aan de bel met vragen en zorgen over de beoordeling. Onze medewerkers staan door dit alles al lange tijd onder grote druk. Er zijn ook financiële gevolgen. Zo is er een stijging van het bedrag aan betaalde dwangsommen voor te late sociaal‑medische beoordelingen en bezwaren daarop van € 18,1 miljoen (2024) naar € 26,6 miljoen (2025). In 2026 zet UWV vol in op procesverbeteringen die moeten bijdragen aan een efficiëntere uitvoering van het werk. Zonder aanvullende forse ingrepen de komende jaren nemen de achterstanden bij de WIA‑beoordelingen toe tot circa 100.000 wachtende mensen in 2027, oplopend tot ongeveer 200.000 wachtende mensen in 2030, wat voor hen gepaard gaat met grote onzekerheid.

In deze paragraaf beschrijven we hoe we de groeiende achterstanden en capaciteitsproblemen in de sociaal‑medische beoordelingen – met name bij de WIA en Wajong – willen aanpakken via de Ontwikkelagenda sociaal‑medische dienstverlening, versterking van de sociaal‑medische centra en inzet op artsencapaciteit, om meer zekerheid en tijdigheid voor cliënten te realiseren.

Aanpak van de hoge WIA‑instroom

De druk op UWV is verder toegenomen door het groeiende aantal WIA‑aanvragen. Daar komt bij dat UWV sinds oktober 2025, in verband met de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA), geen zzp’ers meet kan inzetten als verzekeringsartsen vanwege het risico op schijnzelfstandigheid. De toename van het aantal WIA‑aanvragen was sterker dan verwacht.

We hadden voor 2025 het streven om de wachttijden voor WIA‑claimbeoordelingen niet verder te laten oplopen. Het aantal mensen dat moet wachten is in 2025 echter fors toegenomen. We hebben in 2025 minder claimbeoordelingen uitgevoerd dan in 2024. Dit komt onder andere door het tijdelijk stopzetten van de 60‑plusmaatregel (de maatregel waardoor mensen van 60 jaar en ouder een vereenvoudigde WIA‑beoordeling kregen zonder tussenkomst van een verzekeringsarts) en het beëindigen van de overwerkregeling voor onze medewerkers. De 60‑plusmaatregel is sinds 1 september 2025 overigens weer van kracht. Hiervoor heeft het kabinet in de Voorjaarsnota 2025 voor een periode van twee jaar geld vrijgemaakt.

Tabel WIA-uitkeringsbeoordelingen

2025

2024

Aantal ontvangen WIA-aanvragen

96.700

93.100

Aantal uitgevoerde WIA-claimbeoordelingen

74.500

83.700

Aantal voorschotten verstrekt aan mensen die langer dan de wettelijke termijn op hun WIA-claimbeoordeling wachten

36.900

24.500

Aantal WIA-cliënten dat > 8 weken op claimbeoordeling wacht*

26.700

14.000

Aantal WIA-cliënten dat > 6 maanden op claimbeoordeling wacht*

7.900

1.100

* Aantal eind van het jaar.

Aanpak van de Wajong-instroom

Ook voor Wajongers hadden we als streven om de wachttijden niet verder te laten oplopen. Voor de Wajong is het uitgangspunt dat alle beoordelingen binnen de wettelijke termijn plaatsvinden. Daarvoor hebben we een plan opgesteld. In dit plan is er aandacht voor de bezettingsproblemen, de kwaliteitsverbetering, de vorming van sociaal‑medische centra voor de uitvoering van de Participatiewet en de vermindering van aanvragen samen met de gemeenten. We zijn er in 2025 in geslaagd om het aantal wachtende Wajongers duidelijk te laten dalen. Dit ondanks het feit dat het aantal ontvangen Wajong‑aanvragen ook dit jaar fors is toegenomen. Wel hebben we in 2025 – net als in 2024 – meer Wajong‑claimbeoordelingen uitgevoerd dan het aantal ontvangen aanvragen.

Tabel Sociaal-medische Wajong-beoordelingen

2025

2024

Aantal ontvangen Wajong-aanvragen

10.400

8.800

Aantal uitgevoerde Wajong-claimbeoordelingen

10.900

10.800

Aantal Wajongers dat >14 weken op claimbeoordeling wacht

200

600

Artsencapaciteit

Al vele jaren is de vraag naar sociaal‑medische beoordelingen groter dan we met de beschikbare capaciteit aankunnen. In onderstaande tabel is de artsencapaciteit in 2025 en 2024 weergegeven. Vanaf 2025 nemen we de brutoartsencapaciteit op. De omrekening naar nettoartsencapaciteit (inclusief correctie voor opleidingsinvestering en neventaken) is namelijk foutgevoelig. De brutocapaciteit geeft een goed beeld van de artsencapaciteit.

Werving artsen

In 2025 zijn we erin geslaagd om 152 artsen aan te nemen. Hiermee is de wervingsdoelstelling van 140 artsen per jaar gehaald. Ook is er dit jaar een groei in het aantal aangeboden cv’s van belangstellende artsen en lijkt het aantal artsen met interesse in verzekeringsgeneeskunde en UWV toe te nemen. Onder andere de herhaling van de UWV‑brede employer‑brandingcampagne en de specifieke landelijke en regionale artsencampagnes hebben hieraan bijgedragen. Daarnaast zijn we zichtbaar op regionale en landelijke beurzen en congressen. Ook blijven we investeren in het opleiden van verzekeringsartsen.

Ondanks deze positieve ontwikkeling is de artsencapaciteit in 2025 afgenomen ten opzichte van 2024. Dit komt doordat de uitstroom ook hoog is. In 2025 heeft de uitstroom van zzp‑artsen een grote impact gehad op de totale artsencapaciteit. Er is maximale inspanning geleverd om deze artsen in dienst te nemen en dat heeft geleid tot 29 indiensttredingen. We hebben echter ook te maken met een hoge reguliere uitstroom, deels door pensionering en deels door regulier verloop. Naast maximale werving heeft het behouden van artsen dan ook onze continue aandacht nodig.

Tabel Artsencapaciteit bij UWV‑organisatieonderdeel Sociaal‑medische zaken

Gemiddeld aantal fte's 2025

Aantal fte's per eind 2025

Gemiddeld aantal fte's 2024

Aantal fte's per eind 2024

Aantal regievoerders (geregistreerde verzekeringsartsen met taakdelegatie)*

56

56

20

44

Aantal geregistreerde verzekeringsartsen zonder taakdelegatie

44

42

50

46

Aantal geregistreerde verzekeringsartsen met taakdelegatie

260

269

287

272

Aantal aiossen**

190

202

181

174

Aantal aniossen**

120

110

128

132

Aantal externe en ingehuurde verzekeringsartsen

50

16

76

72

Totaal brutoartsencapaciteit

720

695

742

739

* Sinds juni 2024 worden binnen de sociaal‑medisch centra regievoerders aangesteld. Dit zijn verzekeringsartsen met taakdelegatie die naast hun reguliere werkzaamheden als arts ook managementtaken uitvoeren.
** Aiossen zijn (basis)artsen in opleiding tot specialist, aniossen zijn (basis)artsen die niet in opleiding zijn tot specialist.

Sociaal-medische centra

UWV werkt al enige jaren aan de vorming van sociaal‑medische centra (SMC’s) waarin UWV‑professionals samenwerken in een multidisciplinair team. Zo willen we onder meer UWV‑professionals gerichter en efficiënter inzetten bij de begeleiding en beoordeling van mensen die door ziekte of een arbeidsbeperking niet (volledig) kunnen werken. Recent hebben we de voortgang en resultaten van SMC‑vorming geëvalueerd. Alle 103 sociaal‑medische teams zijn gestart met invoering van de werkwijze, maar de stadia van implementatie verschillen. Er zijn momenteel 78 teams in ontwikkeling en 25 SMC’s in de basis. Er zijn nog geen volwaardig functionerende SMC’s. We monitoren de ontwikkeling van SMC’s aan de hand van de prestaties op vier deelgebieden: kwaliteit, kwantiteit, medewerkerstevredenheid en cliënttevredenheid. Uit de jaarlijkse evaluatie blijkt dat de SMC‑vorming achterblijft bij de verwachtingen. Dit geldt zowel voor de algehele voortgang als voor de prestaties op de vier deelgebieden. Er zijn op de meeste van de resultaatgebieden geen duidelijke verschillen waargenomen in prestaties tussen teams in ontwikkeling en teams in de basis.

Hoewel uit de evaluatie blijkt dat we er nog lang niet zijn, verwachten we nog steeds veel van het samenwerken in SMC’s tussen de verschillende professionals die gezamenlijk een inschatting maken van welke dienstverlening wanneer nodig en passend is voor de cliënt. De komende jaren zullen teams nog flinke stappen moeten zetten richting een volwaardig SMC. Om de teams te ondersteunen in hun ontwikkeling is meer sturing noodzakelijk, zodat er meer grip komt op de manier van werken en de prestaties van de teams. Het gaat hierbij zowel om sturing op de algehele voortgang van de SMC‑ontwikkeling als specifieke sturing op de kwaliteit van de monitoring op de SMC‑ontwikkeling. Dit komt onder meer tot uiting in de aandacht die de SMC‑ontwikkeling heeft als onderdeel van de Ontwikkelagenda sociaal‑medische dienstverlening.

Ontwikkelagenda sociaal-medische dienstverlening

Mensen gaan ervan uit dat UWV hen helpt wanneer zij door ziekte nog maar deels of niet meer kunnen werken. Zij verwachten van ons snel duidelijkheid over hun uitkering, dat deze correct wordt vastgesteld en dat zij goed worden geholpen. Dit soort verwachtingen zijn logisch en UWV zou daar graag aan voldoen. Helaas lukt dat niet altijd, omdat onze sociaal‑medische dienstverlening op sommige onderdelen niet op orde is. Dit leidt onder andere tot een groeiend aantal mensen dat te lang moet wachten op een sociaal‑medische beoordeling en dat er fouten worden gemaakt in de dagloonberekening. Daarom gaan we de komende tijd een aantal grondige verbeteringen en veranderingen doorvoeren om de sociaal‑medische dienstverlening op orde te brengen.

Een externe adviesorganisatie heeft in de periode van juli tot en met oktober 2025 de huidige situatie van de organisatie in beeld gebracht, met diverse kwantitatieve en kwalitatieve constateringen die een samenhangend beeld geven van de huidige situatie. We zien dit als nulmeting van de opdracht op het gebied van onze sociaal‑medische dienstverlening. De belangrijkste constatering die deze externe organisatie heeft onderzocht, is dat de werklast door capaciteitsdaling (onder meer door de Wet deregulering beoordeling arbeidsrelaties (DBA)) en de toenemende vraag naar sociaal‑medische beoordelingen onevenredig hoog wordt als we de komende jaren niets doen. Ook is in kaart gebracht wat het verbeterpotentieel is voor de onderwerpen in de Ontwikkelagenda sociaal‑medische dienstverlening (SMD). De komende tijd werken we het verbeterpotentieel verder uit en combineren we dit met al lopende initiatieven.

Om aan de verwachtingen te kunnen voldoen en mensen goed te kunnen helpen, gaan we onder andere steviger inzetten op ontwikkeling en versterking van de SMC’s. De samenwerking in SMC’s wordt verder geïntensiveerd door onder andere taakdelegatie in het beoordelingsproces. Aanvullend op de SMC’s gaan we processen in de vaststelling van arbeidsongeschiktheidsuitkeringen meer digitaliseren om fouten te voorkomen. Ook uniformeren en vereenvoudigen we onze werkwijze verder, zodat die minder complex wordt. Daarnaast onderzoeken we hoe een herschikking van taken binnen de organisatie ervoor kan zorgen dat die weer volledig worden uitgevoerd en mensen de dienstverlening krijgen die zij van ons mogen verwachten. We hebben deze ontwikkelingslijnen opgenomen in de Ontwikkelagenda SMD. Hiermee willen we ervoor zorgen dat het fundament van de organisatie wordt verstevigd. Hiertoe werken we aan meer uniformiteit in de processen, het verkleinen van de regionale verschillen (onder andere in wachttijden) en zorgen we voor strakkere sturing op prestaties en capaciteit. Door een duidelijke prioritering gaat er meer capaciteit naar de WIA‑claimbeoordeling, waardoor de achterstanden minder snel stijgen. Ook gaat er meer capaciteit naar de Wajong‑beoordeling. De komende periode gaan we monitoren in welke mate de sterkere sturing op de prioritering van de Wajong- en de WIA‑claimbeoordeling effectief is. Daarnaast is vernieuwing van onze sociaal‑medische dienstverlening nodig. Daarom gaan we werken aan het op een nieuwe wijze vormgeven hiervan, door bijvoorbeeld in te zetten op samenwerking met bedrijfsartsen, herschikking van taken, gebruik van nieuwe technologie en noodzakelijke vereenvoudiging van wet- en regelgeving.